Tussen een vriend en een hulpverlener in

Marion de Groot werkt bij de Vrijwillige Hulpdienst Eindhoven. Hier is zij coördinator administratiemaatje bij het maatje040 project.

In dit project zetten vrijwilligers zich in om mensen die het slechter hebben te helpen. Dit kan zijn helpen met de boodschappen of de administratie (waarover Marion de leiding heeft) maar ook samen piano spelen of gewoon een luisterend oor zijn. “Een maatje is geen vriend of hulpverlener, maar schippert er tussenin.”, zegt Marion hierover “Het is een vriend of familielid maar daar waar echt hulpverlening nodig is moet een maatje die hulp ook kunnen bieden.”

Het project gaat uit van de gelijkwaardigheid tussen mensen en het idee dat mens tot mens elkaar helpen. Het doel is niet alleen hulp bieden maar ook de zelfredzaamheid vergroten. Mensen moeten na verloop van tijd het zelf weer onder de knie krijgen. “Bij administratie is dit heel duidelijk, namelijk overzicht over je uitgaven krijgen. Maar ook bij de andere projecten werkt het zo. Mensen hebben een vraag, wij helpen hier een jaar of anderhalf jaar mee en dan moeten mensen het zelfstandig weer kunnen.”

Het project wil zoveel mogelijk mensen te helpen en te bereiken om ze mee te laten doen in onze samenleving. Het leidt tot samenhorigheid. “Onze vrijwilligers willen graag iets voor andere doen. Ze staan klaar voor iedere cultuur, groep, beperking, noem het maar op.”

Helpen geeft de vrijwilligers betekenis en zin in hun leven. Daarbij krijgen ze er een goed gevoel bij en dat in natuurlijk ook belangrijk. “De vrijwilligers doen het vanuit hun eigen motivatie, omdat ze het zo leuk vinden om andere te helpen. Dat vind ik heel mooi om te zien.”

Doordat vrijwilligers, in tegenstelling tot hulpverleners, vaak veel tijd hebben kunnen ze het hele proces van een persoon bijwonen. “Je kan iets wel heel goed weten, maar weten is nog geen doen.” Door veel tijd doorbrengen met iemand in de problemen kan de vrijwilliger zien wat iemand ervan weerhoudt over zijn problemen heen te komen.

 

“Een maatje is geen vriend of hulpverlener, maar schippert er tussenin.”

 

De vrijwilligers zijn heel diverse mensen. Voor een groot deel zijn het mensen die niet meer werken, zij hebben natuurlijk veel tijd. Meer een aardig gedeelte van de vrijwilligers doen het ook naast het werk. “Vaak zijn het mensen die zelf een depressie, schulden of een ander probleem hebben gehad. Ze kennen de situatie en weten hoe het is. Het is hen zelf gelukt hieruit te komen en willen nu graag daar andere ook bij helpen”

Wat je vaak tegenkomt onder de mensen die via dit project om hulp vragen, is dat ze maar een klein eigen netwerk hebben. Dit kan natuurlijk omdat ze nu eenmaal niet zoveel mensen kennen en hierdoor eenzaamheid ervaren. Maar het kan ook zo zijn dat de mensen binnen de eigen contacten zo druk zijn of dat het een in bepaalde milieus een taboe is bijstand te vragen. “We zien mensen die moeite hebben in de maatschappij te functioneren, die het op een bepaald leefgebied te veel is, die in een periode van rouw zitten, met een justitieel achtergrond of waarvan een familielid in de gevangenis zit. Iedereen kan weleens wat extra hulp gebruiken.”

Binnen Marions eigen project heeft ze natuurlijk vaak te maken met mensen die schulden hebben. “Als ik kijk naar het administratiemaatje dan kan het een oudere mevrouw zijn die in paniek schiet als de VGZ declaratie gedaan moet worden, maar het kan ook die meneer zijn die een burn-out heeft gehad en alles weer moet oppakken.” Ook deze mensen hebben verschillende verhalen. Veel mensen schamen zich voor hun geldzaken en trekken hierdoor te laat aan de bel. Daarnaast zijn schulden vaak veel werk wat betekent dat mensen het moeilijk vinden om ermee te beginnen.

 

“Je kan iets wel heel goed weten, maar weten is nog geen doen.”

 

Bij het koppelen van het maatje aan degene die de hulp nodig heeft, wordt er een gesprek gehouden. Er wordt gekeken naar overeenkomen de hobby’s en karaktereigenschappen. “Als iemand van kaarten houdt en een vrijwilliger ook of als er rond een persoon een rookwalm hangt een de ander regelmatig rookt is dat natuurlijk een goede match.” Uiteindelijk is er ook een kennismaking tussen de twee personen waarbij ze allebei kunnen aangeven of het goed voelt of niet. “Als er geen klik is gaat het voor de vrijwilliger en degene die hulp nodig heeft heel veel werk kosten en kijken ze er juist tegenop. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, dus steken we er veel werk in om een goede match te vinden.”

Er moet natuurlijk ook nog naar de praktische dingen gekeken worden zoals wanneer iemand kan en of iemand over bepaalde vaardigheden beschikt. Dit kan soms voor problemen zorgen zoals langere wachtrijen.