Tussen de oren van een advocaat

Interview met Jaap van Rooijen (advocaat strafrecht)

 

Veel mensen denken vaak dat advocaten hele zakelijke en gevoelloze mensen zijn. Terwijl dit in de realiteit niet het geval is. Tijdens het interview met Jaap van Rooijen wordt ik meegenomen in de echte wereld van advocatuur. Ik neem een kijkje tussen de oren van advocaten en kom oog in oog met de mentale lasten die advocaten hebben en zelfs jaren met zich meeslepen.

Het geluid van een afsluitende Skoda motor galmt door de rustige straat. Ik stap mijn auto uit, pak mijn spullen, en loop naar het aangegeven adres. Eenmaal aangekomen bij het juiste huisnummer, kijk ik met grote ogen naar de gevel van het kantoor. Een prachtig herenhuis met glimmende zwarte dakpannen. De deur gaat open en een secretaresse ontvangt mij vriendelijk. Als ik binnenloop valt mij gelijk de immense hoeveelheid dossiers op die in de gang liggen. Die dossiers zijn opgeborgen in blauwe dozen die tot drie hoog zijn opgestapeld tegen de linkerkant van de muur. Ik kan mijn ogen niet geloven. ‘Hoe kan iemand ooit nog onthouden waar welk dossier ligt?’ De secretaresse neemt mij mee naar de eerstvolgende kamer. Een ovale, eikenhouten tafel omringd door zes donkerbruin leren stoelen staat in het midden van de kamer. In deze kamer ontmoet ik Jaap van Rooijen en met een kopje koffie aan onze zijde begint ons gesprek.

Hoe zien advocaten de criminelen die verdedigd moeten worden tegen een misdrijf?

● ‘’Om te beginnen spreken wij niet over criminelen maar over cliënten. Niet iedere cliënt is een crimineel, wij spreken over verdachte. Hoe ik de verdachte zie; het zijn allemaal individuen. Het zijn gewoon mensen, net als jij en ik. De een rijdt wel een scheve schaats en de ander niet. En daar komt ook nog eens bij dat onze cliënten onschuldig zijn totdat het tegendeel is bewezen. Op deze manier zit ons systeem ook in elkaar. Er komen hier vaak zat mensen aan tafel die met een oprecht hart zeggen: ‘ik heb dit gewoon niet gedaan.’ En later blijkt dat hij dit ook daadwerkelijk niet heeft gedaan. Maar ik kijk naar mijn cliënten zoals ik naar ieder ander mens kijk. Veel mensen denken vaak dat wij de daad verdedigen die iemand heeft of niet heeft uitgevoerd maar wij verdedigen juist de persoon.’’

Worden er in jullie praktijk wel eens cliënten afgewezen omdat jullie het moreel gezien niet aankunnen?

● ‘’Wij nemen niet alle zaken aan die we hier krijgen aangeboden maar het is niet perse dat we de cliënt weigeren, maar wij weigeren juist de zaak. Er zijn bepaalde onderwerpen die ik bijvoorbeeld niet doe. Ik heb in mijn carrière nog nooit iemand bijgestaan die verdacht werd van kinderporno. Ik vind wel dat die verdachte recht heeft op honderd procent verdediging maar ik voel me daar zelf niet helemaal lekker bij. Het is dan beter dat deze verdachte wordt bijgestaan door iemand die daar wel volledig voor kan gaan. En dat terwijl ik de andere dag iemand moet bijstaan voor het doden van zijn eigen vader.

Maar nogmaals er zijn gewoon bepaalde onderwerpen in de wereld van misdaad waar ik mij niet mee bezig houd. En wat nog belangrijk is om te weten, wij hoeven geen zaak aan te nemen. Wij zijn daar niet verplicht toe. In principe kunnen wij het hele jaar alle zaken afslaan die onze kant op komen, maar dan zou je bedrijf snel op de fles gaan.’’

Zou je dit beroep beschrijven als mentaal vermoeiend?

● ‘’Ik vind de uitdrukking mentaal vermoeiend iets wat negatief. Het werk kan echter wel mentaal zwaar zijn. Er staat voor onze cliënten heel veel op het spel. We doen natuurlijk veel grote strafzaken waarbij er meestal maar twee uitkomsten zijn. Of je wordt vrijgesproken of je krijgt een bepaalde tijd gevangenisstraf. Dat legt zeker een bepaald soort druk op je schouders. En als ik eerlijk ben was dit werk vijftien jaar geleden een stuk zwaarder. In die periode nam je de druk op je schouders ook meer mee naar huis. Tegenwoordig wordt aangeleerd dat je deze druk op je werk moet laten. Dit lukt toch niet altijd. Wij doen natuurlijk honderden zaken per jaar en er zitten er altijd wel een paar bij die blijven knagen. Maar zoals ik al eerder zei het kan mentaal heel zwaar zijn. Je moet ook heel veel schakelen. Mijn plan voor vandaag was met jou het interview doen en daarna naar huis om lekker te gaan eten. Toen werd ik ineens gebeld en moet je toch nog in de avond een verhoor bijwonen.’’

Heb je ooit wel eens een bijzondere situatie met een cliënt meegemaakt? Denk bijvoorbeeld aan geweld, agressiviteit etc.

● ‘’Ik ga hem even afkloppen. Ik heb gelukkig nog nooit gedoe gehad met een cliënt. Natuurlijk zijn er wel veel boze cliënten hier naar binnen gestapt, maar die zijn dan niet boos op ons, maar meer op hoe de situatie loopt. Wel heb ik dingen meegemaakt in de zittingszaal. Ik heb gezien hoe een verdachte een stoel naar de rechter probeerde te gooien.
Ik ben aanwezig geweest bij een situatie waarbij de verdachte de rechter begon uit te schelden en vervolgens al knokkend werd afgevoerd door de politie. Maar er zijn nooit cliënten geweest die hun woede op mij hebben gericht.’’

Kon je nog terugdenken aan een zaak die jou heel goed bijstaat?

Een kleine stilte valt de kamer binnen. Het geluid van nerveuze vingers die op de tafel tikken vult de leegte. Van Rooijen verbreekt dan de stilte en het gesprek vloeit verder.

● ‘’Er is één zaak die mij nog heel goed bijstaat. De cliënt in deze zaak is een persoon die mij nog steeds naar het hart staat. Deze cliënt werd verdacht voor het doden van zijn vader en hij is hier later ook voor veroordeeld. Dit was een heel heftig dossier. Deze jongen heeft dit nooit gewild. Het was een bizarre samenloop van omstandigheden. De zaak duurde ook lang en was, zoals ik al zei, erg heftig. Bij de eerste zitting van deze zaak kan ik me nog goed herinneren wat er gebeurde. Ik kwam aanlopen in de zaal en in de bank zag ik de partner en de familie van de gedode vader zitten. Het enige wat er door mijn hoofd ging was : ‘Wanneer gaan deze mensen met mij in discussie, en wat gaat er dan gebeuren?’ Op een gegeven moment staat die mevrouw op met aan haar zijde een stevige vent. Zij liepen naar mij toe en ik dacht natuurlijk dat het een groot fiasco ging worden. Maar toen gebeurde er iets waarvan ik echt achterover sloeg. Ze gaf me een hand en zei ‘’ Help hem goed, hè.’’ Dit is iets wat mij al die tijd echt bij is gebleven. De vrouw wilde gewoon wat het beste was voor haar stiefzoon. Het was bijzonder om te zien dat mensen zo in elkaar kunnen zitten. Ik had verwacht dat er een tirade over mij heen zou vliegen.’’