Waar Tilburg Trots Op Kan Zijn: Poels’ Pollepel

Wat maakt Tilburg Trots…Brood?

Lichtbruine plasticbakken staan klaar in een knus zaaltje onderin een gebouw aan de achterzijde van het Wilhelminapark in Tilburg. Rustiek gebakken broden met wit gepoederd bloem erop vullen een van de bakken tot de nok toe. Ook in de plasticbakken ernaast ligt brood. In plasticzakken wisselen wit brood, bruin brood en bolletjes elkaar af. Je waant je in een bakkerij.

Maar dat is het niet. Er heerst geen geur van net afgebakken brood – bakkers doneren het. De mensen achter de tafels met brood zijn dan ook geen werknemers maar vrijwilligers. En het winkelend publiek is ook niet de alledaagse klantengroep van een bakkerij. Je zal hier ook niemand zien betalen voor brood. En dat is precies de bedoeling. Het brood wordt hier namelijk goedwillend uitgedeeld aan de ‘vergeten mens’ in Tilburg. Hij of zij die tussen wal en schip is gevallen en daarbij krap bij kas zit – of helemaal geen kas heeft, laat staan een huis – kan hier terecht om een helpende hand te ontvangen.

Een voedselbank zou je het kunnen noemen. Alleen doet dat dit initiatief te kort. Er is namelijk niks gewoon aan Poels’ Pollepel.

 Pater Poels

Het is frisjes binnen bij Poels’ Pollepel. Reden hiervoor is dat de deur openstaat voor mensen om binnen te komen. Hülya Poels houdt er de wacht. Ze ziet er op toe dat niet meer dan zes mensen tegelijkertijd binnen komen. Ook hier houden de recente gebeurtenissen rond het coronavirus de gemoederen bezig. Zo mogen de mensen als ze binnen zijn niet blijven kletsen en wordt gewaarschuwd om geen handen te schudden. Normaliter zouden ze juist aangemoedigd worden om contact met elkaar op te zoeken. Want naast het leveren van voedsel, bieden ze hier ook een luisterend oor. Volgens Hülya is dat net zo belangrijk. Het is uiteindelijk wat ze haar vader al die tijd ook heeft zien doen.

Poels Pollepel draagt namelijk de naam van Gerrit Poels, ofwel beter bekend in Tilburg als Pater Poels. Hij is voor de Tilburgers een soort mythisch figuur geworden waarvan sommigen niet meer eens weten dat hij nog leeft. Lang bracht hij iedere nacht op de fiets brood langs bij de mensen in Tilburg die door instanties in het hokje van armoede worden geplaatst. Met deze fietstochten in het holst van de nacht heeft hij zich misschien wel vereeuwigd in de geschiedenis van Tilburg. Maar ook de grootheden van de wereld moeten op een gegeven moment een stapje terug doen. Nu hij de 91 nadert en er beginnende ouderdomsdementie bij hem is vastgesteld, is er een punt gezet achter het rondbrengen van brood door de stad. Het is een besluit waar pleegdochter Hülya blij mee is dat het genomen is. Ze heeft dan ook haar leven in het teken gezet om haar vader een goede oude dag te geven. Toch is Pater Poels er niet van te weerhouden om zijn gezicht – fotogeniek, zo vindt hij ook zelf – te laten zien. Want hoewel hij het brood niet meer zelf uitdeelt, is hij wel aanwezig om vanaf de zijlijn zittend toe te kijken hoe het ‘volkje van Poels’ het brood tegenwoordig zelf komt ophalen.

Het volkje van Poels

“Hoi, opa”, roept een dolenthousiaste man, bekend hier als het ‘lachebekkie’, in de richting van Pater Poels. De man is een goed voorbeeld van de vele verschillende gezichten en accenten die hier langskomen. Voordat ook maar iemand de kans krijgt om te zeggen dat het niet de bedoeling is om handen te schudden, doet hij het toch. Het is ook moeilijk om een man als de Pater geen hand te schudden. Nadat hij te horen krijgt dat handen schudden even in de ban is gegaan, maakt hij zijn fout goed door de Pater een ‘elleboogje’ te geven.

Het lachebekkie geeft een nummer door aan de vrijwilliger die naast de Pater zit. Iedereen die hier voor het eerst komt krijgt namelijk een eigen nummer dat genoteerd wordt. Soms komt er een kruisje te staan in plaats van een nummer. Daarmee geeft iemand aan dat hij of zij liever anoniem wil blijven. Over wie wel of niet in aanmerking komt om voedsel te krijgen, wordt hier niet moeilijk gedaan – wat bij sommige andere voedselbanken wel het geval kan zijn. Wel werken ze met een limiet van zo’n 120 mensen. Anders wordt het te druk. En Hülya ziet dat het ook steeds drukker is geworden. Een van de oorzaken daarvan is de decentralisatie van het sociaal domein in 2015, waarmee gemeentes meer verantwoordelijkheden kregen voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maatschappelijk leven. Toen zagen ze hier meteen een verdubbeling van het aantal aanmeldingen. “Hier aan de ‘onderkant’ merken we het snelste de gevolgen van nieuw ingevoerd beleid’, oordeelt Hülya.

Bezoekers blijven elkaar afwisselen. Rugzakken en boodschappentassen worden goed gevuld met het brood. Het coronavirus lijkt daar nu nog niet veel invloed op te hebben. De negentig gaan ze vandaag wel aantikken. “Hoi, opa”, de pater wordt er weer een paar keer mee begroet. Hij is even blij om ze allemaal te zien, ook al moet hij soms toegeven dat hij geen idee heeft wie hij tegenover zich heeft.

De lacht bestaat niet zonder de traan

Lachen doet de Pater graag. Maar mensen aan het lachen brengen misschien nog wel meer. Het is indrukwekkend om te zien hoe hij de koude zaal tot leven brengt. Iedereen die binnenstapt lijkt even alle ellende achter zich te laten. Hülya merkt dit ook in haar vader. “Er klopt heel veel in de wereld niet. De natuur wel; de cyclus van leven en dood. Dat is allemaal perfect. Maar wat mensen doen, dat klopt niet.” Ze laat even een pauze vallen, om dan te zeggen: “Maar mijn papa klopt helemaal wel. Die klopt aan alle kanten. Ik kan hem niet betrappen op iets wat niet klopt. Hij accepteert je helemaal.”

Buiten breekt de hemel open. Mensen komen nu doorweekt binnen. Het maakt het allemaal opeens wat treuriger. Mensen die in de 21ste eeuw brood komen halen om voort te leven, omdat ze in deze samenleving niet rond kunnen komen. In een ideaal scenario zouden dit soort initiatieven niet nodig zijn. “De lach bestaat niet zonder de traan”, voegt Hülya hier mooi aan toe.

“Ze deugt niet hoor”, zegt Pater Poels plagerig en met een grote glimlach over zijn dochter. Maar als een ding zeker is, is dat de toekomst van de man waar Tilburgers zo trots op zijn, in liefdevolle handen ligt bij Hülya en de vrijwilligers.

Pater Poels Met Dochter Hülya