‘Straatcultuur beweegt zich naar social media’

Jeroen van den Broek is criminoloog en heeft zijn eigen bedrijf ‘Partner in Crime’. Hij doet onderzoek naar jongeren en straatcultuur. Voor zijn succesvolle onderzoek ‘van de straathoek naar Facebook’ werd hij beloond met de scriptieprijs Rotterdam 2014.

Door: Larice Bonants

Wat onderzoek je als criminoloog?

”Mijn onderzoeken zijn vooral gericht op hoe jongeren hun straatimago vormgeven. Tijdens mijn eerste onderzoek viel mij het gebruik van social media door de ‘staartculuur’ al op. Veel van die jongeren zijn bezig met HipHopmuziek. Facebook, Instagram en YouTube spelen voor die jongeren een grote rol, via die social media kunnen ze een groter aantal volgers bemachtigen.” 

Wat was de aanleiding voor het starten van het onderzoek?

”Dit onderwerp werd vanuit de opleiding aangedragen. Ik heb zelfgekozen voor jeugdcriminaliteit omdat ik dat interessant vond als sub thema en op basis daarvan werd je ingedeeld aan een bepaalde begeleider. Mijn begeleider was Bram Peper, zoon van oud-burgemeester Bram Peper, een hele relaxte man waarmee ik het goed kon vinden. Ik wilde graag met hem aan de slag. Hij had een lijstje met onderwerpen waar nog iets mee gedaan moest worden. Daar stond ook ‘social media’ bij, maar ook niet meer dan dat. Dat leek mij wel interessant dus toen ben ik met mensen gaan praten en kwam ik met iemand van de politie van Rotterdam in gesprek. Dat was Ronald Grotenboer. Ronald liet hij me op zijn iPad een aantal filmpjes zien van criminaliteit en social media en toen dacht ik, ik moet hier iets mee doen. Hier is nog een wereld te winnen. Ik begon met het onderzoek naar één jongen, zijn netwerk in kaart te brengen en te kijken wat hij deed.”

”Ik wist niet wat ik ervan moest verwachten. Hoe maken dit soort jongens, uit een straatcultuur, gebruik van social media? Na dat onderzoek kwam de nadruk steeds meer op de performance. Hoe die jongens zich op social media profileren. Ze willen de straatcultuur vormgeven dus door zichzelf heel ‘straat’ op te stellen. Zo is het onderzoek tot stand gekomen.”

In welke omgeving was dat?

”In Rotterdam, in de wijk Spangen. Een probleemwijk in Rotterdam.”

Hoeveel jongeren waren dat?

”Ik denk een stuk of 20 a 25.”

Hoe ben je binnen de straatgroep gekomen?

”Ik heb nooit  contact gehad met die jongens. Wel heb ik contact gehad met de advocaat van de jongens maar zelf wilden ze geen contact en ik wilde niet gaan ‘shoppen’ (een voor een langs gaan bij die jongens). Ik ben gaan kijken naar hoe zij zich online profileren en hoe ze online actief zijn.”

‘Jongeren praten liever met een onderzoeker dan met een criminoloog’

”Online kan je goed bepalen wat anderen van je zien. Een perfectionistisch beeld van jezelf scheppen. Iedereen doet dat. Zij doen dat ook maar dan om zo ‘straat’ mogelijk over te komen. Het uiteindelijke doel is hetzelfde als dat van de ‘gemiddelde’ social media gebruiker. Namelijk dat mensen het leuk vinden. Ik denk dat doordat ik die jongens niet heb gesproken, het onderzoek er wel sterker op geworden is. Ik geef zo de lezer de kans om zich zelf een mening te vormen over de uitkomsten.”

Was er sprake van een verschil in etniciteit?

”Ik heb me toen gefocust op deze groep, dat waren Kaapverdiaanse, Surinaamse en Antilliaanse jongens. Inmiddels heb ik voor veel gemeentes onderzoek gedaan en heb gezien dat er nogal een overlap zit in straatcultuur. Een grote mengelmoes van Turken, Nederlanders, aso’s en kampers. Het is een mengelmoes waar mensen zich graag bij willen aansluiten. Er wordt geleefd naar de waarden van de straat.”

Verder las ik in je artikel over de functies van social media die functies van de straat hebben overgenomen. Wat bedoel je daarmee?

”Het belangrijkste in mijn onderzoek was het profileren van jezelf als een gangster, als van de straat. Dat is online heel gemakkelijk. Een profiel van jezelf aanmaken en je voordoen alsof je gangster bent. Daar is online heel goed voor. Op straat wordt dan beoordeeld of het echt is of niet. Er ontstaat dan een hyperrealiteit waarin niemand meer weet wat echt is of nep. Niemand kan inschatten van elkaar of het imago echt is of niet.”

Kan je internet-imago van je worden afgepakt? En zo ja, hoe gebeurt dat?

”Ja dat gebeurt zeker. Je kan niet online doen alsof je een gangster bent, een soort Tony Montana, en dat in het echt helemaal niet zijn. Je gaat getest worden in je buurt. Jongens zeggen dan van ‘ey ik heb dit en dit van je gezien’.”

”Een mooi voorbeeld was dat van een Amerikaanse collega van mij. Hij volgde een jongen die online een jetlag-leven leidde met bontjassen en mooie vliegtuigen waarin hij vloog. Hij deed voorkomen dat hij dat leven leidde en later kwam hij vast te zitten en werd hij elke dag door jongens geslagen. Ze zeiden dan van ‘ey je hebt geld’ en die jongen reageert met ‘nee, het is allemaal nep.’ Hij kon geen afstand meer doen van zijn fake imago. Dat is wel interessant. Ook al is het nep, het heeft invloed op real life.”

Wat ben je door het onderzoek te weten gekomen wat vóór het onderzoek een groot raadsel voor je was?

”Wat dit soort jongeren doen en hoe zij zich profileren online. Verder kijk ik naar de oude straatwetten die ontstaan door hoe de jongens met elkaar omgaan. Hoe je moet zijn om in die straatcultuur te komen. Die regels zijn verplaatst naar online waar ik het heel interessant vind om te zien hoe makkelijk het is om online een gangster te zijn. De kans om te scoren wordt steeds groter dan de kans om te worden gepakt. Door social media moet je steeds weer scoren. Je moet likes hebben, ook bij cyberpesten. Vroeger hield het op ná schooltijd en nu gaat het door, 24/7.”

Verder las ik in het artikel van Frank Weerman dat de criminaliteit daalt als de activiteiten op social media stijgen. Hoe denk jij daarover?

”Wat je goed moet onthouden is dat het een hypothese is. Je ziet het social media gebruik (stijgend) in deze lijn en criminaliteit (dalend) in die lijn lopen. Ik ben het volledig met Frank Weerman eens. Ik weet nog niet het precieze verband maar ik vind zijn hypothese interessant.  Het verkrijgen van status kan op een andere manier, namelijk online. Verveling kan worden tegengegaan door social media in plaats van door crimineel gedrag.”