#SportMeToo

Interview met journalist Guido van Gorp

Myrthe van Munster, 04/12/2018

Eind 2017 werd bekend uit het verslag van NOC*NSF: een op de acht sporters in Nederland heeft te maken gehad met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Nu zijn we een jaar later en eigenlijk is er niet veel meer gebeurd.

Niet lang voor de eerste #MeToo verklaringen kwamen er al geluiden uit de sportwereld over grensoverschrijdend gedrag. Het was het najaar van 2016 toen voormalig profwielrenster, tevens oud-Sportvrouw van het Jaar Petra de Bruin haar boekje opendeed tegen Nieuwsuur. Zij is in haar glorietijd jarenlang misbruikt.

Sportredacteur en onderzoeksjournalist bij Nieuwsuur Guido van Gorp zag dat er meer aandacht besteed moest worden aan misbruik in de sportwereld. Er werd weinig over gepraat, maar het gebeurde veel. Meer verhalen doken op uit de sportwereld.

Je bent een paar dagen in Engeland geweest voor je artikelen. Hoe kwam dit tot stand en hoelang heeft het hele onderzoek uiteindelijk geduurd?

‘We zijn het op het spoor gekomen in het najaar van 2016. Toen kwamen er een heleboel Engelse voetballers naar buiten met verhalen over seksueel misbruik. Daar hebben we een uitzending over gemaakt, dat was eigenlijk meer eerstelijns nieuws waarin we vertelden wat er was gebeurd in Engeland. Toen was de vraag, zou dit in Nederland ook gebeuren? Marijn de Vries, oud-wielrenster en columniste kwam vertellen over haar ervaringen in een uitzending. Daarop vertelde Petra de Bruin in een uitzending van Nieuwsuur wat haar was overkomen. Bij het begeleidende artikel hebben wij een oproep geplaatst waarin we vroegen naar andere (ex-)sporters met soortgelijke verhalen. Dat deden we, niet wetende wat er op ons af zou komen. We kregen zoveel reacties: bekende sporters, onbekende sporters, jong, oud; allemaal hadden ze iets meegemaakt wat te maken heeft met misbruik of seksuele intimidatie. Uiteindelijk zijn we meer dan een jaar bezig geweest, hebben we gewerkt aan vijftien verhalen voor op tv met meerdere sporters uit Nederland. Volgens mij waren het zes of zeven sporters, waarvan de bekendste Petra de Bruin. De verhalen hebben zoveel impact gehad dat sportkoepel NOC*NSF aan oud-minister Klaas de Vries vroeg een onderzoekscommissie te leiden. Na de verhalen kregen we reactie van NOC*NSF dat ze onderzoek gingen doen. Zo viel het allemaal samen.’

 

Voor de Nieuwsuur redactie, foto door auteur.

 

Is het onderzoek van Klaas de Vries in jouw ogen volledig genoeg geweest? Het budget was namelijk kleiner dan soortgelijke onderzoeken in andere vakgebieden en ze hadden minder tijd.

‘Uiteindelijk hebben ze een heel lijvig rapport geschreven met genoeg handvaten waar de sport veel mee kan doen. Om écht de aard en omvang te kunnen schetsen, denk ik dat ze veel langer uit hadden moeten trekken. Dat zie je bij andere onderzoekscommissies ook: daar worden jaren voor uitgetrokken. En hiervoor 6 maanden. Ik vind dat het uitgebreider had gemoeten, dat heb ik destijds ook gezegd tijdens de uitzending die we hebben gemaakt. Toen heb ik ook kritische vragen gesteld. Na een jaar is de vraag of de gemaakte aanbevelingen omgezet zijn. Daar is weinig zicht op.’

Is deze kwestie (misbruik in de sport) minder opgevallen door het #MeToo schandaal of liep het in elkaar over?

‘Je had al die verhalen vanuit de sportwereld, op de voet gevolgd door #MeToo. Ik denk dat het elkaar heeft versterkt in dat opzicht. En misbruik speelt in alle sectoren, het druppelt in elkaar over. Er zijn vrij weinig sectoren waar misbruik níet heeft plaatsgevonden. Maar dat is het opvallende verschil van de sport. De machtsverhoudingen zijn daar zoveel anders. Er is meer fysiek en intens contact, bijvoorbeeld het werken naar een prestatie met je team. Als je verder wilt komen in de sport heb je een coach nodig die jou verder helpt. Die kan je verder helpen, alleen kan die ook iets van je terugverwachten. Dat is net anders dan in de ‘normale’ maatschappij. Overal waar gezagsverhoudingen plaatsvinden, kan er misbruik van worden gemaakt.’

Hoe bleef het zo stil over misbruik in de sport?

‘Daar zijn meer redenen voor. Het is vaak moeilijk bespreekbaar en als je een sporter bent die naar de top wilt, dan heb je zo’n vurige droom om je doelen te bereiken dat je niet bezig bent met het naar buiten brengen. Ook wordt de dader vaak over het algemeen gezien als de toffe peer. Die smeert de broodjes wel, hij repareert dit wel hier, regelt vervoer daar.. daarmee maakt hij zich onmisbaar waardoor de omgeving het ook moeilijk vindt er wat van te zeggen (als ze iets doorhebben). Of ze roepen de dader even op het matje en zeggen dat hij of zij het niet meer moet doen en dat is het.’

Wat kunnen we het beste doen ter preventie van misbruik in de sportwereld, als maatschappij?

‘Dat is een goede vraag. Alert blijven. Als de aandacht hiernaar verslapt als bond of club, dan vallen we weer terug. Dus we moeten actief blijven met het elkaar aanwijzen. Zit het probleem achter de vodden. Doe je dat niet, dan verslapt die urgentie. Aan de andere kant kan je dit probleem niet in één klap oplossen, we moeten het wat rust geven. Wel kunnen we een aantal dingen doen. Sta de slachtoffers zo goed mogelijk bij (tussen 2001 en 2017 zijn er 686 gevallen gemeld bij Vertrouwenspunt Sport – red.). Zij moeten zich veilig kunnen wanen en zich kunnen melden. Voor de daders moeten er sancties gelden voor hun gedrag. Als het goed geregeld is voor daders en slachtoffers, komen we een heel eind. Dan is er ook nog de omgeving, dus de ouders, teamgenoten, etc., die moeten ook extra alert zijn en niet wegkijken als er iets niet in de haak is. Niet alleen de slachtoffers, ook de omgeving moet mondiger worden. Dus als er iets gebeurt, dan moeten we het allemaal melden. Niet slapen. Wat ook vaak het geval is, zodra daders ontmaskerd worden stoppen ze er ook mee. Dan is het ‘spel’ ervan af. Ook hebben wij als journalisten een belangrijke rol hierin. Die verhalen over de misbruik werden meestal gedragen door nieuwsmedia, die vertelden de boodschap. We moeten dus actief doorgaan met het verslaan van dit soort gevallen.’

Als je misbruikt bent of wordt bij je sport, kan je het melden bij Vertrouwenspunt Sport.