SP’er Bas Maes gaat voor kamerzetel

“Het huurbeleid van de PvdA is voor mij een mysterie”

709px-sp-logo-ohne-slogan-svg

In 2014 verliet Bas Maes (36) de architectuur voor een actieve rol in de politiek. Twee jaar later staat hij 21ste op de lijst van de SP voor een zetel in de Tweede Kamer. Een gesprek over zijn kandidatuur en de woonsituatie in Nederland. “Van de huidige woonsituatie profiteert alleen de bovenlaag.”

Tekst: Nick de Jager

“Zo’n tweeënhalf jaar geleden kreeg ik het aanbod”, vertelt Maes, terwijl hij aan een kopje koffie nipt, over zijn keuze landelijk politiek te bedrijven. “Ik vond de stap naar Den Haag wel moeilijk, want dat betekende dat ik de architectuur achter me moest laten. Dat is toch wel even nadenken, maar mede door de crisis was de keuze snel gemaakt. Ik had een vast contract bij een goed bureau, maar zat tegen mijn plafond aan. Toen dacht ik: misschien is dit het juiste moment om een stap te maken.”

Twee jaar later gaat Maes vol voor een zetel in de Tweede Kamer. Zijn kandidatuur kan nauwelijks een verrassing genoemd worden. Als fractievoorzitter van de uitstekend presterende SP in Breda (met vijf zetels de derde stad van Breda) en beleidsmedewerker in de Tweede Kamer, is het krijgen van een eigen zetel in Den Haag een logische volgende trede op de ladder.

Het krijgen van die zetel wordt niet makkelijk, want in de peilingen komt de SP niet boven de vijftien zetels. Maes is echter optimistisch. “Het is moeilijk te voorspellen. Ik verwacht dat ik er wel in kom, maar of dat op 15 maart het geval is, weet ik niet. Misschien worden kandidaten hoger op de lijst wel minister of staatsscretaris en stroomt zodoende iedereen door.”

Maes vindt het belangrijker dat de SP het goed doet bij de verkiezingen, dan dat hij zelf in de Kamer komt. Een campagne voeren om voorkeursstemmen binnen te hengelen, zal hij dan ook niet doen. “Zo’n lijst is ook een team. Het gaat niet om de poppetjes, maar om de partij. Zelf campagne voeren is not done bij de SP en ik vind dat wel terecht. Een nummer 3 past beter in het team dan een nummer 28.”

Onvrede over huurwoningen

Maes kan voor zijn leeftijd buigen op een mooi cv. Vooral zijn ervaring in de woningbouw valt op en en juist op dat gebied staat de SP lijnrecht tegenover het huidige kabinet. “De SP heeft wel eens het imago er alleen voor de zielige, zieke en arme mensen te zijn, maar het is veel breder. Van het huidige woonbeleid profiteren alleen de rijken, terwijl de middenklasse van de bevolking aan het verdwijnen is en niet aan een woning komt. Hoe je het wendt of keert, is die tweedeling het grootste probleem in de Nederlandse woningmarkt”, stelt Maes.

De politicus neemt dat vooral de Partij van de Arbeid (PvdA) kwalijk en wijst daarbij op de verhuurdersheffing, een heffing die woningcorporaties laat betalen over de waarde van hun huurwoningen. Volgens Maes komen hierdoor weinig nieuwe sociale huurwoningen op de markt. “Op onderwerpen als zorg en woning zie ik totaal geen links beleid. Ik zie lokale politici van de PvdA ook worstelen met sommige landelijke beslissingen. Leden van die partij in Breda vinden de verhuurdersheffing bijvoorbeeld een gedrocht. Het woningbeleid van de Partij van de Arbeid is voor mij een mysterie.”

De overheid verwacht in 2018 twee miljard euro aan de heffing te verdienen. “Zo’n heffing past in een VVD-beleid, maar van de PvdA stelt me het teleur dat ze dit hebben laten gebeuren”, vervolgt Maes. “ Zij maken het werk van huurcorporaties onmogelijk. Van al die miljoenen die nu naar Den Haag gaan, kun je zoveel huurwoningen bouwen. Dat zit er nu gewoon niet in. Corporaties willen wel bouwen, maar moeten nu twee miljard aan de staat afstaan om het begrotingstekort op te lossen. Dat is een oprechte geldroof uit de kas van de corporaties. Daardoor moeten zij de huur laten stijgen of hebben zij maar heel weinig ruimte om te bouwen.”

“Die verhuudersheffing moet eigenlijk een investeringsplicht worden”, legt Maes verder uit. “Dat wil zeggen dat de miljarden die corporaties nu afstaan, geïnvesteerd worden in bijvoorbeeld de duurzaamheid van de woningbouw. Dat is goed voor de ‘groenheid’ van Nederland, maar ook voor de economie zelf. Het levert werkgelegenheid op.”

De sociale huurwoning staat sowieso onder druk. Volgens de VVD is het niet de taak van de overheid om de huurprijzen laag te houden. De partij vindt er niks mis mee dat de markt de prijs bepaalt. “Dat is onzin”, reageert Maes. “Er is al een prima werkend puntensysteem. Het aantal punten van een woning, bepaalt de prijs van de woning. De VVD wil dat deels loslaten en de markt zijn werk laten doen. Dan kan niemand met een normaal inkomen in het centrum van Amsterdam of Breda gaan wonen. Wij vinden dat je voor iedereen moet bouwen. Als je het helemaal aan de markt overlaat, wordt de tweedeling tussen centrum en buitenwijk te groot. De kracht van een samenleving is juist dat je door elkaar heen woont.”

Krimpregio’s

Een ander punt in het verkiezingsprogramma van de SP is de aandacht voor krimpregio’s. Dat zijn dunbevolkte gebieden, voornamelijk in het noorden en oosten van Nederland, die te maken hebben met een dalende populatie. Hoe maak je dat soort gebieden aantrekkelijk? “Wat vaak vergeten wordt, is dat de overheid zelf ook voor werkgelegenheid zorgt. De laatste jaren wordt die echter vooral gecentraliseerd”, stelt de politicus. “De politie en de belastingdienst zaten vroeger overal, maar zijn de laatste jaren weggetrokken uit de kleinere gemeentes. Rechtbanken verdwijnen helemaal uit de kleinere steden. Die ontwikkeling moet je tegengaan, want de werkgelegenheid die de overheid nu creëert is alleen in de drukbevolkte gebieden te vinden. Een provincie als Zeeland maak je zo niet aantrekkelijk om te wonen.”

Ook vindt Maes dat fusies van grote instellingen tegengegaan moeten worden. “Hoeveel ziekenhuizen zie je wel niet fuseren? Het Amphia is de grootste bron van werkgelegenheid in Breda. Wanneer kleine ziekenhuizen daarmee fuseren, trekt dat meer mensen naar onze regio. Daarom worden wij aantrekkelijk en kunnen wij meer woningen bouwen, maar andere gemeentes zijn daar de dupe van. Je moet terughoudend zijn met het fuseren van ziekenhuizen, onderwijsinstellingen en overheidsdiensten.”

Drukke periode

Maes neemt het laatste slokje van zijn koffie. Vanaf de bekendmaking van zijn kandidatuur op 29 augustus tot de verkiezingen op 15 maart slaat zijn leven nog meer op hol dan normaal. En enkel de toekomst weet hoe druk zijn leven daarna wordt. “In de Tweede Kamer zijn weinig mensen langer dan tien of twaalf jaar werkzaam. Je loopt het risico snel op te branden in de politiek. Ik dacht dat ik als architect een druk bestaan had, maar ik merk dat het in de politiek tien keer erger is. Gelukkig kan je ook veel bereiken voor de mensen voor wie je het doet.”