Spelen op de basisschool: toen en nu

© Anke Wensveen

Er wordt wel eens gezegd: “vroeger was alles beter.” Zo ook over het spelen van kinderen op de basisschool. Meta Goedebuur is lerares op CBS Goudenstein. Gerrit Zeldenrust is afgelopen jaar met pension gegaan. Beiden hebben ze bijna veertig jaar ervaring als leraar in het basisonderwijs en vertellen over hun ervaringen.

Tekst: Nienke Wensveen
Beeld: Anke Wensveen en Anita Wensveen

Zowel Goedebuur als Zeldenrust geeft aan dat er een verschil is in het spel van kinderen. “Ik denk dat ze anders spelen. Ze knikkerden, sprongen bok en speelden tikkertje. Dat zie je nu minder. Ze hadden vroeger het veld op school. Daar konden ze ook anders spelen. We hebben nu op school geen veld meer, dus moeten ze allemaal op het plein spelen. Dat is veel drukker, waardoor ze minder kunnen voetballen en tikspellen spelen. Als ze op een sport zitten komt dat gelukkig terug. Veel ouders laten kinderen bij ons ook naar een sportvereniging gaan. Ze vinden ook dat ze naar buiten moeten. Ik denk dat wij daar heel erg geluk mee hebben”, vertelt Goedebuur. Zeldenrust: ”Ik vind dat de ‘spelletjes’ die ze spelen wat ruw zijn. Ze duwen en trekken, dat eindigt vaak in wat onenigheid.”

Spelcomputers
Beiden merken de invloed van spelcomputers. “Het is natuurlijk meer voor thuis, want die gebruiken ze niet op school. Maar je ziet wel aan de kinderen dat ze na schooltijd als je ernaar vraagt veel meer binnen zitten, achter de laptop of de spelcomputer en dat ze minder spelen dan dat het 30-40 jaar terug was”, zegt Zeldenrust. Goedebuur merkt hier meer van: “Ze spelen ook online met elkaar, soms zelfs dat ze online ruzie hebben gehad. Dan hebben ze elkaar geblokkeerd of zijn ze tegen elkaar tekeer gegaan. Dat komt in de klas terug. We werken op school met Chromebooks. Dan vragen kinderen: ‘Juf, mag ik een spelletje spelen?’ Dan zeg ik dat ze een taalspelletje of rekenspelletje mogen spelen, maar dat vinden ze heel moeilijk. Het liefst zouden ze terug in de spelletjeswereld gaan.” Goedebuur vindt dat ouders een belangrijke rol bij het spel van kinderen hebben: “Kinderen hebben veel speelgoed. Dat wordt meestal op de zolder of op de eigen kamer weggestopt, terwijl kinderen vaak dichtbij hun ouders willen spelen. Ouders zouden eigenlijk speelgoed beneden moeten zetten”. Ook wordt er bij haar op school aandacht gegeven aan spel. “Spel is in de onderbouw en bij gym een van de kerndoelen. Verder hebben wij Kanjertraining, een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling waarin we aandacht besteden aan goed spelen”, vertelt Goedebuur.

© Anita Wensveen

Voor- en nadelen
“Wat ik soms zie als kinderen veel op de computer zitten dat ze best veel geweld gebruiken, daar schrik ik van. En dat merk je later ook wel als ze in groep 7 of 8 zitten. Dat hebben wij meegemaakt, dat ze elkaar gerust dood wensen via WhatsApp. Ik denk dat de hele wereld van social media wel invloed heeft op het spel van kinderen. Ze moeten er ook mee leren omgaan en daarom vind ik het ook heel belangrijk dat ouders erop letten wat ze spelen. Er zijn ook weleens dingen waarvan ik denk: Ik weet niet of dat zo best is op die leeftijd. Je moet als ouders daar wel alert op zijn. Er staat niet voor niks een leeftijd op. Ik hoor nu al op school dat kinderen van acht spellen van 18+ spelen en dat vind ik echt kwalijk want dat schakelt toch iets van geweten uit, ze schieten iedereen neer. Ze schieten elkaar ook neer met een stok in een spel maar dan hebben ze door dat het niet echt is. Ik ben daar best wel bezorgd om, je zit er wel helemaal in. Maar er zitten ook voordelen aan, kinderen kunnen sneller schakelen”, vertelt Goedebuur. Zeldenrust: ”Ik hoop wel dat kinderen als ze ouder zijn en een gezin stichten, ze hen toch wel wat van spelvormen bijbrengen. Maar wie weet, dan ben je al twintig jaar verder. De kinderen die nu meer met de computer bezig zijn en minder met het buiten spelen, zullen hun kinderen dat misschien toch overbrengen.”

Speeltijd
“Ik vind dat kinderen minder spelen. Bij de kleuters heb je nog dat er een aantal keren binnen gespeeld wordt. Bij groep drie gebeurt dat ook wel een aantal keren, maar naarmate de groep ouder is, is het meer bij mooi weer dat de leraar zegt: ‘We gaan even een kwartiertje naar buiten’. Wat je wel vaak hebt, is een reken- of taalspel in de methode, vooral in groep drie. We hebben wel eens iemand ingehuurd die de kinderen spelletjes ging aanleren, maar dan zie je dat dat eventjes gaat en dan valt het weer terug. Als leraar zou je bij het buiten spelen buiten de pauze om een moment aan kunnen grijpen door een spel te laten spelen. Of dat een deel van de groep een spel doet en de rest vrij is en dat je dat omwisselt. We hebben het erover gehad om eventueel te gaan kijken om een grote container te nemen en daar van alles in te gooien: ballen, stokken en banden, waardoor kinderen zelf een spel gaan maken. Daarmee zou je kinderen wel kunnen stimuleren. Je zou ook weer een vrijdagmiddag de kinderen het laatste halfuur bordspellen kunnen laten spelen”, aldus Zeldenrust. Goedebuur: Als je kijkt naar de pauzes, zie je kinderen nog veel spelen. Ze spelen ook computerspelletjes na. Dan denk je: ‘wat zijn ze nou weer aan het doen? O ja, oké dat is een spelletje van de computer’. Er wordt ook nog veel met kapla gespeeld. Daar zit veel fantasie in en daar hebben we meer van aangeschaft. De techniekdozen zijn ook populair. Dat is weer een andere vorm van spel. We hebben ook gezelschapsspelletjes in de kast, die vinden ze heel leuk, maar je moet het ze wel aanbieden.”