‘Sommige mensen willen de media monddood maken’

Correspondent in een land waar persvrijheid niet hoog in het vaandel staat? Runa Hellinga ziet het probleem niet. Sinds 1990 is ze onder andere actief in Boedapest en ze is dol op haar werk. “Dat maakt het juist leuker.”

Hellinga werkt dus al, met een tussenstop van vier jaar, zeventien jaar in Centraal-Europa. Dat betekent dat ze naast in Hongarije ook in Polen, Tsjechië, Slowakije, Albanië en Bulgarije actief is. Voor Hellinga was Hongarije het makkelijkste land destijds: “Hongarije was het meest vrije land van de communistische wereld. Het is naarmate de tijd vorderde ook wel vrijer geworden: mensen kunnen zeggen wat ze willen. Er zit hier niemand in de gevangenis omdat hij of zij zijn mening vertolkt.”

Toch ervaart de geboren Amsterdammer zelf wel wat minder vrijheid dan de Hongaren: “Je zit als buitenlandse correspondent altijd in een andere positie. De regering negeert ons bijvoorbeeld; wij mogen echt dankbaar zijn als we iemand te spreken krijgen. De Hongaarse collega’s hebben altijd een streepje voor. Ze maken echter niet mijn leven zuur. In 2010 heeft het parlement een groep mensen aangesteld die de media volgt en bevoegd is om boetes uit te delen. Dat gebeurt in praktijk echter niet veel. Ik denk wel dat er mensen in dit land zijn die de media monddood willen maken.”

Beperkingen
De vorig jaar gesloten krant Nepszabadsag is daar een voorbeeld van: “Dat is een oppositiekrant die duidelijk is gesloten door mensen die hun kritiek niet in het land willen hebben. Er is geprobeerd het te laten lijken alsof het om economische redenen ging, maar het is wel duidelijk dat die krant is gekneveld. Later heeft de krant wel een herstart gemaakt, maar met een ander bestuur en een andere insteek.” Ook heeft premier Victor Orbán de nieuwswebsite 444.hu geweigerd tot het parlement. “Ze mogen het gebouw niet meer in. Waar het op neer komt: er zijn beperkingen aan de persvrijheid, maar die zijn niet zo belemmerend dat je niet kunt schrijven wat je wilt. Toch voelen de journalisten zich wel ongemakkelijk. Ik ken bijvoorbeeld iemand die ooit een kritisch verhaal heeft geschreven over een Hongaars persbureau. Hij vond dat de medewerkers een spreekbuis vormden van de regering. Toen is dat bureau naar de rechter gegaan. Als zelfs media al naar de rechter gaan omdat zij vinden dat er kritisch geschreven is, dan wordt het natuurlijk wel een moeilijk verhaal.”

Hongaren zijn vaak volgzaam. Dat komt omdat ze nog de communistische onderdrukking gewend zijn. Nederlanders laten echter wel altijd van zich horen. Een eigenschap waar Hellinga in haar werk wel eens last van heeft:  “Er is een regeringswoordvoerder speciaal voor de buitenlandse journalisten. Mijn relatie met hem is niet super goed”, zegt ze lachend. “Nederlanders zijn niet op hun mondje gevallen. Ik heb wel eens meegemaakt dat hij tegenover een groep verslaggevers pure nonsens begon te vertellen. Toen heb ik he gevraagd waar hij mee bezig was.” Hellinga is dus niet bang om te zeggen wat ze denkt. Ze zou echter niet een kritisch stuk schrijven over Orbán: “Dan denk ik dat ik een aanklacht wegens belediging aan mijn adres krijg. Ik denk bijvoorbeeld dat hij zijn vrouw slaat, maar dat zou ik nooit opschrijven. Ik heb daar ook geen bewijs voor.”

Er zijn beperkingen, maar die zijn niet belemmerend

Premier Orbán heeft niet veel fans in het land. Ook Runa is geen aanhanger. Ze is het eens met Frans Timmermans, die over Orbán zei dat hij antisemitisch was. “Orbán toont zeker trekjes van antisemitisme, zeker de laatste tijd. Ik weet niet of hij het ook echt is, maar het lijkt er wel verdacht veel op.”

Probleem
Hellinga heeft op één zeker moment een groot probleem gehad: “Tijdens de vorige regering van Orbán was de situatie van correspondenten anders. De premier was erg schuchter met betrekking tot de buitenlanders. Hij had hoogstpersoonlijk een lijst gemaakt met correspondenten die volgens hem van plan waren Hongarije in kwaad daglicht te zetten. Ik stond op die lijst. Dat leidde tot enkele vervelende stukken over mij. Op straat heb ik nooit problemen gehad, want die mensen kennen mij niet. Al met al is het niet zo erg als gedacht wordt. De beperkingen zullen waarschijnlijk altijd blijven, maar dat maakt het in zekere zin ook juist leuk.”