Sociale huurwoningprobleem volgens Elles van Dijke niet snel op te lossen

Mensen die op zoek zijn naar een sociale huurwoning, staan voordat zij een woning krijgen gemiddeld negen jaar op een wachtlijst. Dit kwam afgelopen week na een onderzoek van RTL Nieuws naar voren. Het probleem? Er zijn simpelweg te weinig sociale huurwoningen. Woningcorporaties zitten met hun handen in het haar. Elles van Dijke van 3B Wonen, een woningcorporatie in de gemeente Lansingerland (Zuid-Holland), voorziet de komende jaren nog geen verbetering:

In hoeverre komt het rapport van RTL Nieuws als een verassing voor u?
“Dit rapport verbaasd me zeker niet. Wij merken dit in onze dagelijkse werkzaamheden al langer. Ook wij hebben een tekort aan sociale huurwoningen. Dat heeft natuurlijk te maken met de crisis. Er is een hele lange tijd niet gebouwd. De afgelopen jaren is er niet heel veel bijgekomen.”

Wat is volgens u de meest voorname reden voor de lange wachttijd voor een sociale huurwoning?
“Het probleem is dat er te weinig sociaal bezit is. Er komt te weinig vrij en daardoor duurt het echt enorm lang voor we iemand kunnen plaatsen. De plannen om te bouwen zijn er wel, maar het geld vaak niet. Het is altijd maar de vraag of de gemaakte bouwplannen gerealiseerd kunnen worden. We zijn afhankelijk van gemeentes en of er grond beschikbaar komt. Dan moet het ook nog eens betaalbaar zijn.”

“Vergeet ook niet het feit dat we een taakstelling hebben om bijvoorbeeld vluchtelingen of mensen met urgentie te plaatsen. Dat zijn mensen met een bepaalde problematiek die op basis daarvan voorrang krijgen. In de gemeente Lansingerland is het probleem meestal een echtscheiding. De mensen in de gemeente hebben vaak te hoge woonlasten, omdat echtparen samen een te dure Vinex-woning hebben gekocht. Op het moment dat ze uit elkaar gaan kan eigenlijk geen van tweeën in het huis blijven wonen, waardoor beiden op zoeken moeten naar een sociale huurwoning. De urgentieregeling maakt het plaatsen van mensen ook voor ons niet makkelijker.”

Hoe gaan jullie om met boze telefoontjes van mensen die al lang op de wachtlijst staan?
“We krijgen regelmatig klachten van mensen die de wanhoop nabij zijn. Mensen bellen natuurlijk als ze lange tijd niet voor woningen in aanmerking komen. Als je je inschrijft en vervolgens op de honderdste plek op de wachtlijst komt, wordt je daar natuurlijk niet vrolijk van. Dat begrijpen wij ook. Het probleem is alleen dat wij het proces niet direct kunnen versnellen. We proberen die mensen dan wel gerust te stellen, maar daar hebben ze natuurlijk weinig aan.”

Gemiddeld twintig procent van de sociale huurwoningen wordt niet op basis van een wachtlijst vergeven, maar aan mensen met urgentie of aan statushouders. Hoe is dat uit te leggen aan mensen die al jarenlang op een wachtlijst staan?
“Het is natuurlijk lastig, want je moet nee zeggen tegen mensen die heel lang ingeschreven staan. Sommige soms wel tien of twaalf jaar. En dan gaat er iemand met urgentie voor. Je ziet wel dat de urgentiegronden wat hoger zijn geworden en dat het ook steeds lastiger wordt om een urgentie te krijgen. Mensen moeten zo’n urgentie aanvragen bij de gemeente waar ze willen wonen, maar die krijg je tegenwoordig niet zomaar meer. Er moet echt een serieuze reden voor zijn. Denk hierbij aan ernstig zieke mensen die niet meer in hun huis kunnen wonen, of situaties waarbij een minderjarig kind dakloos dreigt te worden. Het is en blijft niet helemaal eerlijk en lokaal lastig uit te leggen.”

Het ministerie presenteerde eerder dit jaar de Woonagenda, waarin stond dat er meer dan 30.000 sociale huurwoningen moeten worden gebouwd. In werkelijkheid zijn dit er maar rond de 15.000. Hoe kan dit?
“Wij merken daar in die zin niet heel veel van. Er wordt altijd wel een prestatie neergelegd, maar je bent natuurlijk afhankelijk van allerlei andere partijen. Wij zien bijvoorbeeld ook wel eens dat projectontwikkelaars er tussen komen namens andere corporaties. En er zijn natuurlijk ook vastgoedontwikkelaars die duurder gaan bouwen in de vrije sector. Daardoor blijft er steeds minder ruimte over voor sociale huurwoningen. De realiteit blijft dus vaak achter ten opzichte van de plannen. Woningcorporaties nemen dat meestal dan ook niet heel serieus. Eerst zien, dan geloven.”

Contact tussen gemeenten is dus wel belangrijk?
“Contact tussen gemeenten is heel belangrijk voor de afstemming van sociale huurwoningen. Er zijn gevallen te bedenken waarbij mensen met een te hoog inkomen in een sociale huurwoning wonen, terwijl zij daar niet horen. We hebben veel contact met de gemeente en met de projectontwikkelaar. Met hen hebben we afgesproken dat mensen die een sociale huurwoning achterlaten, voorrang hebben op een aankoop van een huis in de gemeente. Op deze manier komen er sociale huurwoningen vrij voor mensen die het echt hard nodig hebben. Het hebben van contact met de gemeente is hierbij ontzettend belangrijk.”

De coalitiepartijen hebben een aantal weken geleden een motie ingediend bij de minister van Binnenlandse Zaken om het tekort aan sociale huurwoningen goed te gaan onderzoeken. In hoeverre bemoeit de overheid zich al voldoende met deze kwestie, volgens u?
“Vanuit de overheid komt er steeds meer sturing. De overheid heeft nu ook aangegeven dat je als corporaties de sociale huurwoning alleen nog bij een gegronde reden mag toewijzen. Hiervoor zijn woningcorporaties gebonden aan de passendheidstoets. Dit betekent dat bij het toekennen van de huurwoningen veel meer gekeken wordt naar de inkomens en gezinssamenstelling van de personen in kwestie. Voorheen werd dat vanuit de overheid wat meer losgelaten. Het gevolg hiervan was dat er mensen waarin die in een te dure sociale huurwoning gingen zitten. De sturing vanuit de overheid is bedoeld om de mensen te beschermen. Ik vind dat de overheid er voldoende mee bezig is.”

Bijbouwen is volgens woningcorporaties en de overheid de oplossing, maar wat zou op korte termijn een oplossing kunnen zijn?
“We zijn op dit moment bezig met een pilot, waarbij oudere mensen, die alleen achterblijven in een eengezinswoning na een overlijden, naar een kleiner appartement worden verplaatst. Dat is meestal een gelijkvloerse woning waar ze ook voor de lange termijn zouden kunnen blijven. Hierdoor krijgen we dan weer een extra eengezinswoning op de markt.
Deze pilot is bedacht om weer wat doorstroming te genereren. Er komen steeds minder woningen vrij. Wij zien ook dat heel veel oude mensen, tussen de 65- en 80 jaar, nog steeds in een eengezinswoning wonen. Die mensen kunnen daar natuurlijk niets aan doen, maar daar is een eengezinswoning eigenlijk niet voor bedoeld. Mensen die verplaatst worden naar een andere woning vinden dat natuurlijk ook niet leuk, maar we moeten iets doen om meer sociale huurwoningen vrij te krijgen.”

Zou het verlagen van de leeftijd van een 55+ woning ervoor kunnen zorgen dat er meer eengezinswoningen vrijkomen?
“Nee, dat denk ik niet. De gemiddelde leeftijd voor een 55+ woning is tussen de 75 en 80 jaar. Iemand die jonger is gaat daar niet wonen. Ik denk niet dat een verlaging van die leeftijd realistisch is.”

Wat raadt u mensen die op dit moment zoeken naar een sociale huurwoning?
“Je direct inschrijven vanaf je achttiende jaar! En ook op het moment dat mensen in een koopwoning zitten. Mensen met een koopwoning denken vaak ‘dat gebeurt mij niet’, maar mocht er onverhoopt toch iets gebeuren dan kun je je maar beter wel hebben ingeschreven. Er kunnen allerlei redenen voor zijn. Een echtscheiding, maar het kan ook gewoon zijn dat je medisch gezien iets mankeert en niet meer in je huidige woning kunt blijven wonen. Als je dan niet het geld hebt om een andere woning te gaan kopen, ben je toch afhankelijk van een sociale huurwoning. Spreidt dus je kansen.”