Samenspraak Oss: “Tegenwoordig hebben we gesprekken met alle soorten nationaliteiten”

Sinds een paar weken zit vrijwilligersproject Samenspraak gevestigd in de bieb. Samenspraak maakt deel uit van de vrijwilligersorganisatie Maasland Gilde en biedt mensen met een migratieachtergrond een maatje om gesprekken in het Nederlands mee te voeren. Ons kent Oss ging langs bij het spreekuur van Samenspraak en sprak met vrijwilligers André Dierick (75) en Joke Pelzer (70).

Voor wie is uw project bedoeld?
André: “De mensen die op ons project afkomen zijn allemaal mensen met een migratieachtergrond. De meesten in Oss hebben les op het ROC, daar krijgen ze taalles. Dat is gericht op het halen van de inburgeringscursus. Dat gebeurt vooral met computermethodes. Praten doen ze daar wat weinig. Ons project is een soort aanvulling op die lessen, omdat dit een specifiek praatproject is. Tijdens ons wekelijks spreekuur zijn we te vinden in de ruimte van het Taalhuis in de bibliotheek. Dat is een project dat laaggeletterdheid tegengaat, maar dat staat los van ons project.”

Wat voor vrijwilligers doen er mee aan dit project?
Joke: “Wij hebben ongeveer vijfentwintig vrijwilligers. Als vrijwilliger van Samenspraak heb je geen opleiding of training nodig. Samenspraak zit in Oss aangehaakt aan het Maasland Gilde. Dat is een vrijwilligersorganisatie voor 50-plus vrijwilligers. De bedoeling van het Maasland Gilde is dat je iets doet voor een ander en dat die ander ervan leert. Samenspraak is dus een van de grote projecten binnen het Maasland Gilde. Als vrijwilliger bij Samenspraak heb je soms meer mensen tegelijk die je helpt. Ikzelf heb nu bijvoorbeeld wekelijks met vijf verschillende anderstaligen een-op-een-gesprekken. En die gesprekken van een uur kunnen hier, tijdens het spreekuur, plaatsvinden of bij hen thuis of bij mij thuis.”

Hoe komen die anderstaligen dan bij u terecht?
Joke: “Meestal worden de cursisten doorgestuurd door docenten van het ROC of ze horen het van een andere anderstalige dat wij dit project hebben. Dan horen ze van een vriend dat ze dit doen en willen zij dat ook.”
André: “Ook Vluchtelingenwerk stuurt mensen soms door naar ons. Dat gaat wel een beetje op en af. Soms hebben we een heleboel aanmeldingen vanuit Vluchtelingenwerk, maar de laatste tijd is dat wat minder. Soms lezen mensen ook wel eens over ons project in artikelen in de krant. Samenspraak is in Oss dan een project van het Maasland Gilde, maar Samenspraak is wel een landelijk project. Op internet is er ook een hoop algemene informatie over te vinden.”

“Waar het allemaal om gaat is dat anderstaligen door te praten beter Nederlands leren”

Vanuit waar is dan de behoefte gekomen voor een project zoals Samenspraak en waarin onderscheidt het vrijwilligerswerk zich dan in dat van Vluchtelingenwerk?
André: “Het antwoord op die vraag is een beetje lastig te geven. We zijn landelijk zo ongeveer vijftien jaar geleden begonnen met het taalproject, maar toen heette het anders. Destijds was het project vooral gericht op Turkse en Marokkaanse mensen. Dat waren toen mensen die vaak al een tijdje in Nederland waren en ook veel oudere mensen die beseften dat ze geen goed gesprek met hun kleinkinderen konden voeren. Het was in het begin dus heel erg op die doelgroep gericht. Langzaam is het daarna landelijk wat breder getrokken. Waar het in principe uiteindelijk allemaal om gaat is dat anderstaligen door te praten beter Nederlands leren. En tegenwoordig hebben we gesprekken met alle soorten nationaliteiten.”
Joke: “Ik denk ook dat wij een kortere wachtlijst hebben. We hebben vrij snel een vrijwilliger gevonden die aan de slag kan met een anderstalige.”

En welke stappen onderneemt u als iemand zich aanmeldt?
Joke: “Dan kijken we eerst hoe hun Nederlands op dat moment al is. Want je moet met een cursist wel een klein gesprekje kunnen voeren. Je kunt iemand niks leren als diegene enkel ja of nee kan zeggen. Dan maken we een dossier van ze aan en gaan we opzoek naar een geschikte vrijwilliger die bij de cursist past. Er moet namelijk wel een klik zijn.”
André: “Het spreekuur dat we elke week in de bieb hebben is vooral bedoeld voor dat soort intakes of intakes met nieuwe vrijwilligers.”

Wat voor gesprekken heeft u met de anderstaligen?
André: “Heel erg diverse gesprekken; over het weer, over wat ze hebben gedaan op school, of ze met de auto of de fiets zijn gekomen. Joke gebruikt als uitgangspunt bijvoorbeeld vaak een boek.
Joke: “Wat ik ook vaak doe is m’n hele huis laten zien en ze woorden zoals kast, kopje, lepeltje, bed, dekbed en noem zo maar op te leren. Dat is eindeloos. Wat je wel merkt is dat die mensen met een uurtje Nederlands praten in de week niet genoeg hebben. Als ze zorgen dat ze in contact blijven andere Nederlandssprekenden kunnen ze de gesprekken ook een beetje oefenen.”
André: “Ik had ooit een vrouw die trots vertelde dat ze alleen naar de huisarts was gegaan. Daar gaat het ook om, dat de mensen dat zelfvertrouwen krijgen. Soms ga ik ook, als het voeren van een gesprek al wat beter gaat, een beetje de diepte in. Dan vraag ik bijvoorbeeld aan een vluchteling hoe de vlucht vanuit zijn thuisland is verlopen. Dat kunnen heel erg ingrijpende verhalen zijn. De een wil daar wel over praten en de ander weer niet. Soms hebben die mensen dezelfde dingen meegemaakt, maar zie je toch verschillen in hoe ze daar mee omgaan. Dat kan soms lastig zijn. Je moet natuurlijk wel iemands emoties bij zo’n verhaal respecteren.”

“Soms vraag ik hoe de vlucht vanuit zijn thuisland is gegaan. Dat kunnen heel erg ingrijpende verhalen zijn”

Hoe ziet zo’n spreekuur op de dinsdagmiddag eruit?
André: “Dat is elke week verschillend. Soms hebben we een paar weken achter elkaar dat we hier tot vier uur flink bezig zijn en dat er een hoop mensen naar binnen komen lopen. Maar we hebben soms ook spreekuren dat ik en Joke hier een beetje met elkaar zitten te kletsen. Dat gaat heel erg op en af. Soms komen er ook weleens mensen binnenlopen die in hun Nederlands nog iets te zwak zijn om een klein gesprek mee te voeren, maar als we dan weten dat ze taalles krijgen op het ROC, dan komen ze ons naar een paar maanden nogmaals opzoeken. En soms komen er mensen langs voor de gezelligheid.”