Samantha (20) sneed zichzelf door pesterijen via social media

 

Samantha (20) uit Spijkenisse kan op straat haar achternaam niet meer laten vallen, zonder dat ze wordt geassocieerd met verhalen die social media rondgingen. Op haar twaalfde werd zij slachtoffer van verschillende internetpesterijen. Dat leidde tot een zware depressie. “Ik heb nog steeds een trauma aan mijn eigen naam.”

Door: Celine Haring

“In de brugklas was ik erg populair. Iedereen op school kende mij. Een van de populairste jongens van mijn school vroeg mij verkering. Ik heb ja gezegd, maar ik vond hem niet leuk. Na drie dagen heb ik het uitgemaakt.

“‘Laat haar maar komen. Ik kan haar wel aan.’”

Het feit dat ik een relatie had met die jongen viel niet goed bij een van de meiden die hem wél leuk vond. Ze plaatste een tweet waarin ze zei dat ze naar mijn school toe zou komen om mij te slaan. Dat deed me niks. ‘Laat haar maar komen,’ dacht ik. ‘Ik kan haar wel aan.’ Ik weet nog hoe er een hele groep voor de school kwam te staan. Ik gok dat ze mij door mijn stoere houding niet meer durfde te slaan. Ze beweerde zelfs dat iemand anders de tweet op haar account had geplaatst. Ik dacht dat het hiermee zou eindigen, maar dat was niet het geval.

Mijn thuissituatie was slecht. Mijn moeder was overspannen, mijn vader was altijd chagrijnig. We hadden vaak ruzie met elkaar. Als gevolg daarvan liet ik mijn schoolwerk links liggen. Ik zakte van vwo af naar een mavo/havo-school. Toen ik daar kwam merkte ik dat iedereen naar mij keek en over mij praatte. Ik begreep niet waarom. Al snel kwam ik erachter dat er een tweet werd geplaatst waarin stond dat ik van school was afgetrapt omdat ik een jongen had gepijpt in de toiletten. Op Twitter werd dat veel geretweet en ook op school ging het van mond tot mond. Als ik doorvroeg naar wie die jongen dan zou zijn geweest en wie mij zou hebben betrapt, kwam niemand met een antwoord. Toch werd ik neergezet als een slet.

Roddels

Vanaf dat punt kwamen er alleen maar meer roddels bij, die onder andere via Twitter werden verspreid. Ik moet eerlijk zeggen dat ik de tweets toentertijd nooit gelezen heb. Dat heb ik later pas gedaan. Het ging toen heel erg langs me heen. Later besefte ik me pas hoe heftig het eigenlijk allemaal was.

De keren dat ik in elkaar ben geslagen op school zijn niet op een hand te tellen. School deed niks aan de situatie. Hun beleid: ‘waar twee vechten hebben twee schuld.’ Ik wilde zelf niet gestraft worden, dus meldde ik het niet meer. Ik nam de touwtjes in handen en kwam structureel te laat op school. Ik vertelde een leerplichtambtenaar dat wanneer ik mijn fiets neer zou zetten als iedereen op het schoolplein zou staan, ik in elkaar zou worden geslagen. Zij accepteerde dat, maar hielp mij niet verder om het probleem op te lossen.

Via Twitter leerde ik mijn vriend kennen. We spraken vooral veel buiten af, in de parkeergarage van een supermarkt. Maar na een tijd werden we daar gezien. Van de een op de andere dag stond er een tweet op Twitter dat ik hem in de Supercoop had gepijpt. Als ik over straat liep met mijn moeder werd er ‘Supercoop’ naar me geschreeuwd. Dan moest ik dus net doen tegen haar alsof ik niet wist waarom dat gebeurde.

Depressie

Toen ik in de derde klas kwam was Instagram hot en happening. Ik volgde wat meisjes die postten dat ze een depressie hadden. Ze kregen veel aandacht, door middel van reacties als ‘stay strong’ en ‘ik ben hier voor je’. Ik wilde dat ook en ben toen depressieve posts op Instagram gaan plaatsen. Daar raakte ik met een meisje aan de praat die mij vertelde dat ze zichzelf sneed. Dat wilde ik ook eens uitproberen. Misschien zou ik op deze manier wél de aandacht krijgen, die ik thuis en op school niet kreeg. Ik ben mezelf gaan snijden in mijn pols. Als ik dan overstuur was, dan hielp het snijden mij om rustig te worden.

Aan het begin heb ik mijn littekens verborgen. Maar, dacht ik, waarom doe ik dat nog? Iedereen mag best wel zien wat de pesterijen met mij doen. Ik ging foto’s plaatsen waarbij je mijn littekens heel duidelijk zag. Dan deed ik alsof ik het niet expres zo fotografeerde. Ik had internetvrienden die reageerde met berichten ‘stay strong’ en ‘je komt er wel doorheen’. Maar van mensen uit de buurt kreeg ik opmerkingen als ‘zie je nou wel dat je een aandachtshoer bent’ en ‘als je zelfmoord wilt plegen, doe dat dan gewoon, dan is iedereen van je af.’

“Ik zat in de keuken, alles werd duizelig. Nu is het klaar, dacht ik.”

Zelfmoordpoging

In een ruzie met mijn vriend werden de roddels tegen mij gebruikt. ‘Je bent gewoon een hoer en dat vindt je eigen neef ook!’ Hij had hem verteld dat hij zich voor mij schaamde en dat ik een schande voor de familie was. Ik ben boos weggegaan. Mijn eigen familie schaamde zich voor me, ik wist niet wat ik hiermee aan moest. Ik kon er niet meer tegen: ik heb alle medicijnen die ik in huis tegenkwam ingenomen. Ik zat in de keuken, alles werd duizelig. Nu is het klaar, dacht ik. Toen stond mijn vriend plots voor de deur. Hij kwam toch maar kijken of alles goed met mij ging. Toen ik hem zag, had ik vrijwel meteen spijt van mijn zelfmoordactie. Gelukkig is mijn zelfmoordpoging afgelopen met een sisser, maar wel werd ik gedwongen in therapie te gaan.

Door een arts werd vastgesteld dat ik borderline trekken had. Dat is een psychische aandoening, waardoor je in een depressie kan raken en in de war kunt zijn. Ik wilde beter worden, niet meer overgevoelig en depressief zijn. Daar wilde ik aan gaan werken. Samen met de hulp van mijn therapeute ben ik er doorheen gekomen.

Hadden ouders van mijn pestkoppen het social mediagedrag van hun kinderen in de gaten gehouden, dan had mijn depressie wellicht voorkomen kunnen worden. Maar in die tijd was het internet enkel voor de jonge generatie: de meeste ouders wisten niet eens wat twitter was.”