“Ik had recht op een enkelband”

Door: Carlijn van de Ven

 

“Het was november 2009. We waren in Beieren toen er plots een politieauto voor ons ging rijden met het bordje ‘folge bitte’. Toen wist ik dat het fout ging.” Mathijs van Leeuwen[1] vertelt hoe zijn leven 180 graden gedraaid is nadat hij in de ziektewet belandde en uiteindelijk in de schulden terecht kwam. Van Leeuwen en zijn vrouw besloten drugs te gaan vervoeren om uit de rode cijfers te komen.

“Er was een routinecontrole vanwege twee ontsnapte gevangenen. We moesten onze auto langs de kant zetten. Lang duurde het niet voor ze de wietgeur roken. Mijn vrouw en ik zijn meteen geboeid in de politieauto gezet en werden dezelfde dag nog in Aschaffenburg ondervraagd. Ik had recht op een advocaat maar daar vroeg ik niet om, want ik wilde het zo snel mogelijk laten verlopen. Ik wist dat ik fout zat: ik was tenslotte de vervoerder van acht kilo softdrugs. Toen ik me naderhand bedacht en toch wel om een advocaat vroeg, kreeg ik te horen dat het al te laat was. Ik werd voor het eerst in mijn leven in een politiecel gezet. Op zaterdagochtend werd ik, alsnog met een advocaat, voorgeleid bij de rechter-commissaris. Ik had bevestigd dat ik schuldig was, dus mijn voorarrest werd meteen goedgekeurd. Vanaf toen heb ik vier en een halve maand in het huis van bewaring gezeten.”

“Als ik elke maand duizend euro zou verbranden, zouden we nog steeds royaal kunnen leven”

“Ik was bang dat het leven nu veel anders zou zijn dan voorheen. Ik werkte als horecaportier en verdiende meer dan genoeg. Als ik elke maand duizend euro zou verbranden, zouden we nog steeds royaal kunnen leven. Het leven was perfect, totdat ik lichamelijke klachten kreeg en uiteindelijk in de ziektewet belandde. Alle rekeningen bleven zich opstapelen en ik hield de hoop op een baan waarmee ik al mijn schulden kon afbetalen. Maar dat gebeurde niet. Anderhalf jaar later hadden mijn vrouw en ik 40.000 euro schuld. De schuldsanering was eigenlijk geen optie. Dan zouden we zestig euro per week krijgen; daar konden we niet van overleven.”

“Op een dag kwam een oude bekende uit de kroeg naar me toe en ik vertelde dat ik problemen had. Hij deed een voorstel: één of twee keer in de maand drugs vervoeren naar Duitsland. De benzine en hotelkosten werden betaald en ik kreeg er nog 1750 euro bij. Ik denk dat niemand hier nee tegen zal zeggen met 40.000 euro schuld. We hebben drie weken lang de voor- en nadelen vergeleken, maar er waren veel minder nadelen. We gingen akkoord met de deal.”

“Ik was geen verdachte meer, maar een dader”

“15 april 2010 was de dag van de rechtszaak. Het vonnis luidde vier jaar en drie maanden. Ik was geen verdachte meer, maar een dader. Ik heb de uitspraak meteen rechtsgeldig laten maken; dit betekent dat ik niet in hoger beroep ging. Zo kon mijn vrouw terug naar Nederland.  Zij had voorwaardelijk gekregen, dus wanneer ik in beroep was gegaan zou ze ook een tijdje vast moeten zitten. Meteen werd ik overgeplaatst naar een gevangenis in Würzburg. Heel snel na de rechtszaak ontving ik plotseling scheidingspapieren van mijn vrouw. Hier had ik nooit rekening mee gehouden; we hadden tenslotte samen besloten dat we drugs gingen vervoeren. ”

“Acht maanden later, op 10 december 2010 werd ik naar Nederland gebracht. Doordat ik elke nacht moest overnachten in een andere gevangenis kwam ik pas vijf dagen later aan. Vanaf 15 december hoefden mijn ouders niet meer elke maand op en neer te rijden naar Duitsland om slechts twee uur met me te kunnen praten. Tot april 2011 heb ik in Grave, Noord-Brabant gezeten. Daarna mocht ik naar een half open/open kamp in Overloon. Hier had ik in het begin één keer in de maand een weekend verlof, daarna werd het zelfs één keer in de week. In Nederland wordt een derde van je straf kwijtgescholden als je je goed gedraagt. Mijn straf werd uiteindelijk met zeventien maanden verminderd in de vorm van Voorwaardelijke Invrijheidstelling. Ook had ik recht op een enkelband, dus ik mocht nog eens acht en een halve maand eerder naar buiten.”

“En inderdaad, het leven is heel anders nu. Eenmaal terug in de maatschappij kwam ik er heel snel achter dat er blijkbaar geen één baantje meer beschikbaar is. Ik ben in mijn eentje meteen het proces van schuldsanering gestart. Ik hield dertig euro in de week over waarvan ik moest leven. In het begin moest ik verplicht vrijwilligerswerk gaan doen bij een kringloopwinkel, maar daar ben ik nu nog steeds omdat ik het zelf leuk werk vind. En ja, wat doe je anders met zoveel tijd? Ook vertel ik mijn verhaal op scholen om ervoor te zorgen dat anderen niet deze weg zullen kiezen. Sinds april 2017 ben ik schuldenvrij. Ook krijg ik sindsdien weer zorgtoeslag en hoef ik geen geld meer af te staan. Het voelt net alsof ik miljonair ben.”

 

[1] Wegens privacygevoelige informatie wordt Mathijs met een andere achternaam genoemd. De volledige naam is bij de redactie bekend.