Quinoa van de Nederlandse polder

Rens Kuijten (35) uit Sterksel bracht als eerste quinoa naar ons kleine kikkerlandje. Hij wilde weten of hij het ook op de Nederlandse polder kon produceren. Dit leidde tot de oprichting van de Dutch Quinoa Group (DQG) en een eigen merk: Lola Quinoa.

”Mijn eerste quinoa-kaderkennismaking met quinoa, was via het internet”. Kuijten was actief in het melkveebedrijf van zijn ouders, de appel valt dus niet ver van de boom. Hij mocht een stuk grond lenen van zijn ouders, waar hij in 2000 tot 2001 speelde met allerlei gewassen, inclusief quinoa. Wat moet een rund gevoerd worden om gezond te presteren? Dat vroeg hij zich af. Uit zijn experiment bleek dat het vijfduizend jaar oude quinoa leek op een van de meest voorkomende onkruiden in Nederland. Conclusie: het was hier dus teelbaar. Helaas viel de opbrengst van het product tegen en keek hij er niet meer naar om.

Later haalde hij de oude koeien uit de sloot toen de VN met een rapport kwam wat een probleem van voedselzekerheid bij mensen, op vlak van eiwitten, schetste. “Dit pushte mij weer om naar Quinoa kijken”, aldus Rens Kuijten. Alleen dit keer niet voor het vee, maar voor de consumptie van de mens.

rens-in-de-klei

Bron: Eindhovens Dagblad

’s Morgens met de laarzen in de klei bij een teler van zijn quinoa en ’s middags aan de tafel met een retailer. “Ik en de Dutch Quinoa Group zijn sinds 2014 alleen maar bezig met quinoa, dag en nacht”. Hij is een kenner van quinoa in hart en nieren, de feitjes komen van links en rechts. Maar het moet ook geld opleveren om zich staande te houden. “We zitten nog steeds in de start-up-fase en draaien nog niet het rendement wat nodig is om winst te maken”. Dit ligt volgens Kuijten aan de insteek die ze hebben: “Ik wil het niet importeren, er een merkje op plakken en het op de plank zetten”. Het telen van quinoa heeft aandacht nodig, vindt Kuijten.

Hij wil het roer stevig in handen hebben. Hiervoor moet veel geïnvesteerd worden en duurt het nog voor ze genoeg gaan verdienen om winst te maken. Gelukkig voor Kuijten gedijt het plantje prima op de zilte gronden en in ons klimaat redt het zich prima. Ook is het aandeel in telers gestegen. “We zijn met 13 telers begonnen in 2014, nu hebben we 45 telers die genoeg zijn om aan onze vraag te kunnen voldoen”, meende Kuijten.

Er ontstond een hype rondom quinoa, mede door het uitroepen van 2013 als het ‘Jaar van Quinoa’ door de VN, maar ook liep de hype parallel met de trend ‘gezond en bewust eten’, veel mensen waren dus geïnteresseerd in het product. “Ik had de hype niet verwacht, ik was verrast”, vertelde Kuijten. Quinoa werd snel opgenomen door de maatschappij. “Het verbaasde me dat er eind 2013 al quinoaproducten in de schappen van de Albert Heijn verschenen”. De Dutch Quinoa Group stond er dus niet alleen voor, meerdere partijen, zoals Lassie, vonden quinoa een interessant product.

Die hype die ontstond onder de westerse consument, zorgde ook voor gevolgen in de derde wereldlanden waar quinoa vandaan komt. Kuijten vindt echter dat er zeker wel invloed op de markt is uitgeoefend, maar dat het niet voor ernstige gevolgen voor het volk en de boeren in Bolivia en Peru heeft gezorgd. “Quinoa is een herontdekt voedsel”, volgens Kuijten. Er ontstond een vraag die groter was dan het aanbod, hierdoor schoten de prijzen pijlsnel omhoog en werd het moeilijk voor de lokale bevolking het nog te kunnen betalen. Echter zijn de mensen er niet afhankelijk van, volgens Kuijten. “Als ze drie keer zoveel rijst kunnen kopen van hun inkomsten van hun verkochte quinoa, wie zijn wij dan om dat niet goed te vinden?”

De hype is nu duidelijk minder, het is een gemeengoed aan het worden. “Je kunt het eten in restaurants of je ziet het in een schap met acht verschillende merken” De groei zet zich echter wel door. Kuijten: “Quinoa verschijnt als ander product zoals: quinoamuffins of koekjes, quinoamelk, quinoachips en zelfs een boer die kroketten maakt van quinoavlokken”. Ook is er sinds kort een nieuw project gemaakt door de DQG: gepofte quinoa.

“Met de Dutch Quinoa Group willen wij quinoa toegankelijk maken voor een breed publiek”, aldus Kuijten. Je kunt het specifiek vaststellen door het in groepen te verdelen: de groep jongen vrouwen tussen 18-30 jaar, ze wonen in stedelijk gebied en zijn bewust bezig met gezonde voeding; mensen met glutenintolerantie is ook een groep, quinoa is namelijk glutenvrij; vegetariërs die goede en variërende voedingsbronnen belangrijk vinden; sporters die voeding zoeken met goede bouwstoffen en mensen met diabetes, door de langzame verteerbaarheid van quinoa. “In feite heb je dan vrij snel alle consumenten bij elkaar”, zegt Kuijten.

Fay Selten