Psycholoog zijn, hoe is dat nou?

We weten allemaal wat ze doen en hoe belangrijk ze zijn voor mensen die het even wat zwaarder hebben. Ze luisteren, vragen en geven advies. Zo simpel maar vaak effectief is het. Maar is het zwaar voor het moraal van de psycholoog zelf om zoveel deprimerende mensen te spreken? Hierom een openhartig interview met de 26 jarige psycholoog Roos van Huize die een boekje open doet over de situatie in deze sector.


Waarom ben jij psycholoog geworden?
‘Omdat ik van jongs af aan al hou van mensen helpen. Vanuit daar ben ik gaan kijken naar welke sectoren later zouden passen en welke beroepen daar bijvoorbeeld iets mee te maken zouden hebben.’
De wil om te helpen is dus belangrijk. Merk je dat dat een belangrijke reden is voor collega psychologen om voor dit vak te kiezen?
‘Ja ik denk dat het wel een groot component is. In mijn optiek hebben de meeste psychologen er daardoor wel voor gekozen om dit vak uit te oefenen. Maar dat is natuurlijk niet de enige reden, er zijn relatief veel collega’s die zelf problemen gehad hebben en door de hulp van onder andere psychologen daar vanaf zijn gekomen. Daardoor vonden zij het interessant om verder te kijken in dit vak.’

Is het voor hen dan niet moeilijker omgaan wanneer zij een periode lang alleen maar cliënten krijgen die erg depressief zijn?
‘Dat is moeilijk te zeggen. Omdat we allemaal professionals zijn, zijn we getraind om daarmee om te kunnen gaan. Maar het raakt je natuurlijk wel. Ik zelf heb er nooit zo’n moeite mee, zodra ik thuis ben kan ik redelijk makkelijk de knop omzetten.’
Gaat dat dan helemaal vanzelf?
‘Ja eigenlijk wel. Als ik merk dat ik tegen iets aan loop ga ik erover praten. Dat doe ik dan met mijn familie en vrienden, maar eerst met mijn collega’s. Door het uitwisselen en bespreken van ervaringen wordt het een stuk makkelijker om het allemaal te bevatten en relativeren.’
Dan ben je dus continu bezig met je vak, ook in je vrije tijd. Merk je dan ook dat je je eigen sociale contacten wat meer benaderd als de psycholoog dan als kennis?
‘Jazeker. Ik probeer er ook op te letten dat ik niet te diagnostisch kijk naar mensen, maar dat zit ook in me, ik doe het bijna automatisch. Tijdens mijn sessies met cliënten kijk ik diagnostisch, maar probeer ik tegelijkertijd heel menselijk over te komen. Met mijn eigen contacten probeer ik in de eerste plaats menselijk te zijn, maar is dat diagnostische altijd nog aanwezig. Maar het is niet zo dat ik buiten het werk ook een psycholoog ben, ik ben dan gewoon mezelf. Het compleet uitzetten van de psycholoog in mij gebeurt echter niet, maar dat vind ik ook helemaal geen probleem.

Heeft dat te maken omdat je zit bij de specialistische GGZ zit? Dat zijn de zwaardere gevallen. Cliënten die bij jou komen verkeren eigenlijk allemaal in zwaar weer.
‘Dat valt mee hoor, of ik kan beter zeggen; de cliënten die ik behandel hebben het erg moeilijk, maar er zijn er gelukkig veel die ik kan terugverwijzen naar een de basis GGZ omdat zijn of haar problemen minder ernstig zijn dan bij de eerste prognose.
Maar de cliënten die jij echt behandelt hebben het heel moeilijk. Is het vooral depressiviteit wat hier dan bij voorkomt?
‘Ja en nee. Om in aanmerking te komen voor de specialistische GGZ moet je meer dan alleen depressief zijn. Maar naast depressiviteit kom ik veel mensen met angstaanvallen tegen.’
Waar komen die aanvallen vandaan?
‘Een heftig leven, om het zo maar even te zeggen. Deze mensen hebben vaak zulke heftige dingen meegemaakt, dat ze zich er niet meer van kunnen af zetten en daardoor continu gespannen en bang zijn.’
Wat voor voorvallen hebben er dan plaatsgevonden?
‘Dat verschilt bij iedereen, het kan oplopen tot een vorm van mishandeling, maar ook een traumatische gebeurtenis. En dan is het ook belangrijk hoe jij er als persoon mee omgaat. Kort gezegd weegt de ene gebeurtenis zwaarder dan de andere voor ieder individueel persoon.’

Dit kunnen natuurlijk hele heftige kwesties zijn ,waarbij de cliënt zich erg open moet opstellen tegenover jou als psycholoog. Hebben veel mensen daar moeite mee?
‘Eigenlijk moet je met iedereen eerst een band zien te scheppen voor je echt goed met ze kan praten, en dat vergt tijd. Gemiddeld zijn mensen hier een jaar in behandeling. In die eerste sessies probeer ik dan de cliënt zich vooral comfortabel te laten voelen.’
Hoe doe je dat dan?
‘Ik probeer heel menselijk over te komen en het initiatief te laten aan de cliënt. Zij hebben de leiding in het gesprek, zij bepalen waarover gepraat wordt. Ik probeer dan door gewoon te praten met ze en aan te voelen welke vragen er op dat moment gesteld moeten worden om een vertrouwenszone te creëren. Sommige mensen voelen zich al gauw vrijer om hun verhaal te doen, anderen zijn meer afwachtend en hebben meer tijd nodig.
Kan je zo iedereen zover krijgen zich open te stellen voor jou?
‘Nee helaas niet. Dat vind ik ook een van de vervelende onderdelen van dit werk. Sommige mensen bevinden zich in een situatie dat het zo moeilijk is om zichzelf open te stellen dat het ze simpelweg niet lukt. Dan is het aan mij om dat tijdig te concluderen, zodat we samen kunnen gaan kijken naar wat andere mogelijkheden zijn, zoals bijvoorbeeld doorverwijzen naar een andere psycholoog.
Blijf je dan volgen hoe de situatie staat met de betreffende cliënt?
‘Dat probeer ik wel, maar wel op de achtergrond. Ik heb geen direct contact meer met hem of haar, tenzij de cliënt dat zelf nog wilt.
Genezen dit soort mensen compleet?
‘Dat verschilt. Er zijn namelijk altijd mensen die genezen maar in de loop der jaren terugkomen omdat zij erachter komen dat ze nog niet compleet een plekje hebben kunnen vinden voor hun situatie. Ik durf ook niet te zeggen hoeveel dat dat er nu precies zijn, maar er zijn gelukkig ook genoeg mensen die na het doorlopen van het traject zich niet meer melden.’