Sociale media grootste boosdoener prestatiedruk bij jongeren

Meer dan de helft van de ondervraagde studenten heeft het gevoel onder te veel druk te moeten presteren. Bij vrouwen ligt dit percentage zelfs nog hoger. Dat blijkt uit  een onderzoek van Landelijke GGZ-organisatie MIND onder 1800 jongeren.

Verwacht de maatschappij echt te veel van de nieuwe generatie of ontstaat het probleem misschien toch door andere factoren? Joyce Maka, gedragswetenschapper bij jeugd- en opvoedorganisatie Xonar, deelt haar inzichten over deze problematiek en hoe zij denkt dit aan te kunnen pakken.

 

Wat zijn volgens jou de oorzaken van deze problematiek?

‘Voor de jongeren waar ik mee werk lijken sociale media de belangrijkste oorzaak te zijn. Je ziet daarop vooral de positieve dingen uit andermans leven en niet zozeer de negatieve aspecten. Doordat de jongeren zich proberen te conformeren hieraan, ontstaat een cultuur waarin iets nooit goed genoeg is. Dit zorgt ervoor dat de jongeren zichzelf een onophoudelijke druk opleggen, nooit tevreden zijn en het dus altijd maar beter willen doen. Hierdoor krijgen ze nooit de kans tot rust te komen en ervaren ze dus inderdaad een alsmaar toenemende druk om te presteren.‘

 

Is de druk op jongeren ook daadwerkelijk toegenomen?

‘De druk op jongeren is, denk ik, niet toegenomen. Studies en bijbaantjes vragen niet per se meer van ze dan ze al deden. Wel blijkt uit gesprekken met jongeren, hulpverleners en ouders dat de verwachting vanuit huis tegenwoordig hoger is, waardoor de jongeren dus meer druk ervaren. Daar komt dan nog de eerder genoemde sociale druk bovenop, en dan ontstaat vanzelfsprekend een probleem.‘

 

Uit het onderzoek blijkt dat de vrouwelijke ondervraagden vaker aangeven onder deze druk gebukt te gaan dan de mannelijke. Heb je hier een verklaring voor?

‘Dit heeft te maken met het verschil tussen man en vrouw. Mannen hebben meestal toch een wat nuchterder karakter, waardoor ze iets makkelijker in het leven staan en zich minder snel druk maken. Als je bijvoorbeeld naar sociale media kijkt zijn het ook veel vaker vrouwen die zich druk maken om hoe anderen naar ze kijken, of hier in ieder geval sneller voor uitkomen.’

 

Dus het is niet dat vrouwelijke studenten extra druk ervaren omdat ze, bewust of onbewust, vinden dat ze iets te bewijzen hebben tegenover hun mannelijke medestudent?

‘Dit verschilt waarschijnlijk per opleiding. Als ik naar mijn eigen sector kijk denk ik bijvoorbeeld niet dat dit het geval is, maar ik kan me voorstellen dat er opleidingen zijn, waarbij vanuit het verleden mannen meer leidend zijn, waar dit wel meeweegt in de druk die ervaren wordt.’

 

Moeten onderwijsinstanties hier volgens jou een rol in spelen, of moeten ouders in de opvoeding meer aandacht besteden aan het omgaan met verwachtingen?

‘Onderwijsinstanties zouden veel meer moeten investeren in wat deze druk met jongeren doet, en dan het liefst preventief.  Dus op jongere leeftijd ze de tools aanreiken om hun grenzen aan te geven en hen leren wanneer ze tevreden moeten zijn. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een mindfullnessmethode, waarmee later overmatige stress of zelfs een eventuele burn-out voorkomen kan worden.’

 

Is er al een behandelmethode voor jongeren die overmatige druk ervaren, of heb jij zelf een beeld over hoe hiermee om moet worden gegaan?

‘Op dit moment is er nog geen gestandaardiseerde methode, dus proberen we iedere behandeling individueel te bekijken. Maar meestal gaan we toch gewoon het gesprek met de jongeren aan, om toch te proberen ze er bewust van te maken dat ze zich niet te veel moeten meten aan wat ze om zich heen zien of horen, maar dat ze tevreden kunnen zijn met wie ze zijn.’

 

Conclusie is dus dat het totaal wegnemen van sociale media geen oplossing is maar dat jongeren juist geleerd moet worden ermee om te gaan?

‘Helemaal weghouden van sociale media zou eventueel een middel voor ouders kunnen zijn. Je ziet ook terug in casussen waar dit toegepast wordt dat er in zo’n geval wel een hoop rust in het leven van de jongere in kwestie terugkeert. Maar het is een nogal heftige beperking, waardoor we vanuit de behandeling liever ervoor kiezen om ze te leren ermee om te gaan. Bovendien hoort het gebruik van bijvoorbeeld je mobiel te veel bij deze tijd en vraag ik mij dus af of je het helemaal kan en moet willen verbieden of afschaffen.’