Poëzie in Goirle springlevend

De poëzieweek 2019 is weer begonnen. Ook de Bibliotheek Goirle besteedt aandacht aan de week van 31 januari tot en met 6 februari door een poëzieworkshop te organiseren. Op maandagavond 4 februari nam docent Nederlands en poëzieliefhebber Crisje van Leest de deelnemers mee in een avond vol poëzie.

Foto: Demi van Opstal, 5 februari 2019, Goirle

De dertien deelnemers van de workshop zitten samen aan een lange tafel in de bibliotheek. De tafel ligt helemaal vol: een eenzaam plantje is omringd door tientallen pennen en bloknoten vol met aantekeningen. Iedereen om de tafel is vijftig plus, maar verder is iedereen totaal verschillend. De één heeft al een map vol gedichten geschreven terwijl de ander pas net komt kijken. Toch hebben ze allemaal iets gemeen: hun liefde voor poëzie. Er wordt al druk gekletst als Crisje van Leest, zelf een stuk jonger dan haar publiek, de aandacht vraagt en begint met de volgende poëzieregel: ‘Lees maar er staat niet wat er staat’. Iedereen leest de zin aandachtig door op het digibord en daarna barst de discussie los. De poëzieworkshop kan beginnen.

 

Poëzie op vele manieren

Poëzieworkshops en gedichtenbundels zijn lang niet de enige manieren waarop Nederlanders in aanraking komen met poëzie. Uit een onderzoek van onder andere Stichting Lezen blijkt dat 97% van alle volwassen Nederlanders weleens in aanraking komt met poëzie. Niet alleen met traditionele dichtbundels, maar bijvoorbeeld ook met poëzie op straat. Na een voorstelrondje wordt al snel duidelijk dat iedereen bij de workshop wel een klik heeft met de Nederlandse taal. Zo komt een aantal deelnemers van het schrijfatelier in Goirle. Willem Jonkergouw is van kinds af aan al bezig met de taal: ‘’Ik weet nog dat ik ooit een 11 heb gehaald voor een dictee. Dat vergeet ik nooit meer.’’ Diana Cotteleer die naast hem zit, heeft al haar hele leven een passie voor schrijven: ‘’Het schrijven is een virus dat je nooit meer loslaat.’’ Dan begint de workshop echt. Van Leest pakt er een eerste gedicht bij, deelt deze uit en vraagt iemand het voor te lezen. Met een rustige stem en heldere klanken leest een deelneemster het gedicht voor:

 

‘’Wanneer ik morgen doodga,

 vertel dan aan de bomen

hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind

die in de bomen klimt

of uit de takken valt,

 hoeveel ik van je hield…’’

 

Na het voorlezen behandelt de groep de vragen bij het gedicht. Zachtjes wordt er overlegd. Met fronsende blikken wordt er op de vingers geteld om het aantal lettergrepen te achterhalen. Vluchtig worden er krabbels op het gedicht gezet om aantekeningen te maken. Dan komt de discussie weer op gang. Van Leest: ‘’Tegenwoordig is poëzie hard, kort en duidelijk. Bijvoorbeeld ook bij Nederlandse rap.’’ Een golf van gelach gaat door de deelnemers heen. ‘’Verschrikkelijke muziek’’, wordt er gemompeld. ‘’Als je het al kan verstaan’’, grapt Ineke Schoones. Al snel overlegt de groep weer serieus over het gedicht. Op deze luchtige, maar serieuze manier behandelt de groep op de avond verschillende gedichten. Iedereen is vrij om zijn gedachtes te uiten. ‘’Dit gedicht roept een oude emotie bij me op. Alsof ik erlangs loop. Het raakt me’’, vertelt Willem Jonkergouw.

 

‘’Het schrijven is een virus dat je nooit meer loslaat.’’

De tijd vliegt voorbij

En daarmee is Jonkergouw niet de enige. Een onderzoek in 2017 van Stichting Lezen, het Nederlands Letterenfonds en de Universiteit Utrecht laat zien dat mensen poëzie vooral ervaren om geraakt te worden. Verder blijkt dat mensen poëzie meestal samen en in mondelinge vorm ervaren. Dat merkt Van Leest ook: ‘’Je ziet steeds vaker podiumpoëzie. Dat zijn jonge, frisse mensen die zo met poëzie bezig zijn.’’  De workshop is meer dan alleen poëzie voorlezen, er worden ook persoonlijke ervaringen gedeeld en er zit een kort geschiedenislesje bij: wat was de functie van poëzie in verschillende tijdvakken? Terwijl Van Leest vertelt, schrijven de deelnemers druk mee met de powerpoint. Soms wordt die stilte verstoord door het geluid van een mobieltje dat een foto maakt.

En zo vliegt de tijd voorbij. Iemand kijkt op zijn horloge en fluistert zachtjes: ‘’Het is al tien uur.’’ Ook Van Leest kijkt even en schrikt van de tijd: ‘’Is het al zo laat? Dat meen je niet!’’ Er stond nog veel op de planning, maar om half elf loopt de workshop echt ten einde. Van Leest: ‘’Het was relatief druk en er was veel meer discussie dan ik had verwacht.’’ Ook de deelnemers zijn positief over de workshop. Leonie de Witte: ‘’Voor mij was het een andere invalshoek. Ik ben zelf vooral met statige tekst bezig en poëzie is juist veel vrijer.’’ Annemieke Poirters vond het leuk, maar vertelt dat ze iets meer praktische tips had verwacht in plaats van discussies. De meeste deelnemers hebben geleerd van de workshop en Diana Cotteleer verwoordt waar het bij poëzie allemaal om draait: ‘’Ik hoop dat het ons weer kan inspireren om verder te schrijven.’’

 

Gedicht ‘Voor een dag van morgen’

Foto: Demi van Opstal