Bij pleegouderschap speelt geaardheid zelden een rol

Of je nu een partner hebt van hetzelfde geslacht of niet, bij pleegzorg gaat het er om dat er een goede match wordt gevonden tussen het kind en de pleegouders.

 

Rianne Wouters (38) is gedragswetenschapper op de afdeling pleegzorg bij FlexusJeugdPlein, in Rotterdam. Rianne werkt al vijf jaar op de afdeling. Dagelijks is ze bezig met de inhoudelijke begeleiding van pleegouders en de coaching van pleegouderbegeleiders. Dit houdt in dat ze ook bezig is met de matching van pleegkinderen en pleegouders.

 

‘Pleegzorg is zorgen voor het kind van een ander’

Is pleegzorg populair bij stellen van hetzelfde geslacht?

“Ik heb het niet gestaafd met cijfers, maar het aantal pleegouders van hetzelfde geslacht is een afspiegeling van de samenleving. Wanneer deze stellen hun kinderwens minder gemakkelijk kunnen vervullen, zie ik hen niet vaak uitwijken naar pleegzorg. Ik denk dat wanneer je een dwarsdoorsnede maakt van de samenleving en dan kijkt naar de populatie van de pleegouders, het een weergave is van onze bevolking. Ik zie er niet opvallend veel homoseksuele of lesbische paren tussen zitten. Pleegzorg is het zorgen voor het kind van een ander. Het is nooit een manier om een kinderwens in te vullen. Lesbische en homoseksuele stellen komen natuurlijk ook bij ons. Ze gaan voor het kind van een ander zorgen en dat is altijd wel een extra aandachtspunt voor ons, want de biologische ouders van een pleegkind blijven altijd betrokken. Dat is anders dan bij adoptie.

 

Bij adoptie krijg je een kind, het kind krijgt jouw achternaam en (meestal) is er geen contact meer met de biologische ouders. Dat is wezenlijk anders dan pleegzorg, dan heeft en houdt het kind zoveel mogelijk contact met de biologische ouders en houdt het de eigen achternaam. Voor de identiteitsontwikkeling van het kind vinden we het ook heel belangrijk dat het goed contact houdt met de eigen ouders. Er is nooit onderzocht of pleegzorg werkelijk populair is onder stellen van hetzelfde geslacht. Maar het is niet dat wij een stormloop van die stellen zien.”

 

Wordt het kind ooit gepest omdat ze pleegouders van hetzelfde geslacht hebben?

“Ik denk dat het wat dat betreft hetzelfde gaat als in biologische gezinnen. Dus als een niet-pleegkind in een lesbisch of homoseksueel gezin opgroeit. Of je dan pleegkind bent of niet, maakt niet veel uit. Het zal heus voorkomen maar ik hoor niet terug dat het een groot probleem is binnen die gezinnen.”

 

‘Je zoekt naar een perfecte match’

Weigeren ouders wel eens plaatsing vanwege de geaardheid van de pleegouders?

“We zoeken bij ieder pleegkind geschikte pleegouders, dat noemen we matching. In de aanloop naar een plaatsing willen we dat een pleegkind zo goed mogelijk past bij het pleeggezin. We matchen niet alleen het kind maar ook de biologische ouders. Als de biologische ouders tegen een stel van hetzelfde geslacht zijn, kunnen zij ervoor kiezen te weigeren dat hun kind bij dit pleeggezin komt wonen. Het is altijd laveren, je zoekt naar een perfecte match maar je kan niet altijd een perfecte match vinden. Dus wat dat betreft is homoseksualiteit een risicofactor voor die plaatsing. Het mooiste is als biologische ouders tegen hun kind kunnen zeggen: jij woont daar goed. Wij kunnen niet voor jou zorgen maar deze mensen zullen goed voor jou zorgen. Dat is dus het mooiste wat je wil creëren.“

“Wanneer biologische ouders heel erg betrokken zijn weeg je het oordeel af, en zeg je soms dit gaat het op dit moment niet worden. Als ook de pleegouders zeggen: ‘ik wil me wel geaccepteerd voelen om wie ik ben en mijn geaardheid. Als dat niet kan dan wil ik daar ook niet aan beginnen.’ Het moet van twee kanten komen. Ik ken één zaak met een kind vanuit een streng islamitische achtergrond, waarbij de vader van het kind pertinent niet wilde dat zijn kind in een homoseksueel gezin kwam. Dat is toen uiteindelijk ook niet gebeurd. Verder ken ik geen zaak waarbij de seksualiteit van de pleegouders een rol speelde.”

 

Wordt er ook in de pleegzorg naar seksualiteit gekeken?

“Er wordt binnen de pleegzorg wel naar seksualiteit gekeken, maar op een andere manier. Een aantal jaar terug is er een onderzoek gedaan door commissie Samson naar seksueel misbruik van kinderen in de jeugdzorg. Onder andere naar seksueel misbruik onderling met jeugdzorgwerkers, jeugdzorgkinderen onderling en in groepen, maar ook door pleegouders. Dat was een grootschalig onderzoek en daar is uitgekomen dat je wanneer je als kind in de jeugdzorg buitenshuis verblijft, twee keer zo veel kans hebt om seksueel misbruikt te worden dan wanneer je bij je eigen ouders woont. Daar is toen een heel project binnen de jeugdzorg opgekomen. Bij pleegouders nemen we ook ieder jaar een screening af, er komt een verklaring van geen bezwaar en ze worden ook justitieel via de raad gecheckt om er zeker van te zijn dat het geen veroordeelde pedofielen zijn.
Er is  ook veel aandacht voor de seksuele ontwikkeling van het kind; wat hebben zij meegemaakt in de thuissituatie, zijn ze misschien beschadigd op dat gebied? Oftewel wat nemen ze mee naar een pleeggezin, waar moeten we extra op letten?

Want hoe ga je om met het feit dat je niet de ouder bent van het kind, hoe ga je om met bloot in het huis? Het zijn vaak wel vragen waar we het met pleegouders over hebben. Je hebt het kind van een ander in huis, met een andere achtergrond. Soms ook kinderen die heftige dingen hebben meegemaakt, trauma’s hebben op seksueel gebied. Seksualiteit is dus zeker een belangrijk onderwerp voor de pleegzorg, maar de geaardheid van pleegouders heeft niet onze meeste aandacht.”

 

Geschreven door: Jamy Sprenkels