Door het leven als pathologisch leugenaar

Dennis Berends (20)* is student Juridisch medewerker die er op eerste gezicht normaal uitziet, maar wat veel mensen niet weten is dat hij kampt met een psychische stoornis. Hij is namelijk een pathologisch leugenaar.

 

Dennis is een pathologisch leugenaar. Hij heeft een ziekelijke drang om te liegen over kleine en grote dingen. “Het begon al in mijn jongere jaren. Ik loog om kleine dingetjes, zoals dat ik speelgoed ging kopen met mijn spaargeld. Ik zei tegen mijn moeder dat ik het speelgoed had gewonnen tijdens een weddenschap. Het heeft zich in de loop van de jaren alleen maar opgebouwd en ik heb daar verder nooit iets aan gedaan. Tot ik deze zomer erg vaak ruzie kreeg met mijn vriendin en ouders om de leugens. Ik wilde verandering in mijn leven. Ik wilde niet meer liegen. Ik ben naar de huisarts gegaan om van daaruit doorverwezen te worden naar een psycholoog of instantie. Ik kreeg een afspraak met de huisartspsycholoog en ging in gesprek met haar. Vanuit haar diagnose werd gesteld dat ik een pathologisch leugenaar ben. Zelf dacht ik er nooit over na dat ik zo’n stoornis zou kunnen hebben.”

Dennis lijkt een vrij normale jongen. Hoe kunnen wij dan toch merken dat er meer schuilt achter zijn onschuldige blik? “Het zit diep in mij. Je kunt het niet aan de buitenkant zien, omdat ik het verborgen houd voor mensen om mij heen. Alleen mijn moeder, zussen en vriendin kunnen aan mij merken wanneer ik lieg. Zij kennen mij al zo lang en geloven dus ook niet meer alles wat ik zeg. Zij kennen mij het beste van iedereen. Volgens mij kunnen zij aan mijn gezicht aflezen wanneer ik lieg. Of misschien aan de manier waarop ik praat. Ik denk dat er meer mensen aan deze stoornis lijden dan je denkt.”

Pathologisch leugenaars vragen voornamelijk om aandacht of liegen om mogelijke gevolgen te voorkomen. “Het is heel vervelend, want ik kan zomaar om iets liegen terwijl dat niet nodig is. Het floept zomaar uit mijn mond zonder dat ik daar over nadenk. Zo worden mensen bijvoorbeeld boos of teleurgesteld wanneer ze dit doorhebben. Er ontstaat veel ruzie, omdat ik het ook erg lastig vind om toe te geven dat ik lieg.”

“Als ik lieg heb ik dat zelf niet in gaten maar als mensen mij daarop aanspreken, denk ik wel ja, shit. Ik had dit beter anders kunnen aanpakken. Zolang niemand doorheeft dat ik lieg, is het dus ook geen last. Negen van de tien keer weet ik niet waarom ik lieg. Soms omdat ik paniek krijg om iets. Bijvoorbeeld als een leraar vraagt of ik mijn huiswerk afheb en ik weet dat ik het gewoon vergeten ben, zeg ik dat ik het niet heb opgeslagen of dat mijn laptop uit viel. Maar ja, als ik zelf wist waarom ik lieg, had ik het natuurlijk al lang zelf opgelost.”

Vaak ontstaat het liegen doordat de leugenaar zijn leven saai vindt. Hij of zij verzint spannende verhalen om zo zijn leven minder saai te maken. Het pathologisch liegen kan een symptoom zijn voor een bepaalde gedragsstoornis of persoonlijkheidsstoornis. Meestal weet de leugenaar heel goed dat hij zelf liegt, maar wanneer hij echt in zijn leugens gelooft, noemt men dit ‘pseudologia phantastica’. Soms liegen ze om herinneringen die zij missen te vullen. Dit wordt confabulatie genoemd.

“ Ik lieg over simpele dingen als mijn huiswerk of waar ik uithang. Ik zeg bijvoorbeeld tegen mijn moeder dat ik in Tilburg ben, maar dan ben eigenlijk ergens anders. Het zijn niet bepaald de slimste leugens, maar ik kan daar verder niet veel aan doen. Ik kan echt om de kleinste dingen liegen. Ik kan het ook niet uitzetten. Het gaat gewoon automatisch en stopt niet wanneer ik wil dat het stopt.”

Als je zo vaak liegt, hoe kunnen mensen die dit van je weten je dan nog vertrouwen? Ook Dennis heeft hier geen oplossing voor. “Ze vertrouwen mij eigenlijk bijna niet meer, omdat ik al zo vaak heb gelogen. Ze proberen het wel, maar ze zullen mij echt nooit meer volledig vertrouwen, denk ik. Dat heb ik een beetje zelf verpest.”

Het is bijna onmogelijk om een pathologisch leugenaar te behandelen. Het belangrijkste is dat hij of zij zelf zijn probleem toe kan geven. Als dit lukt, is de enige therapievorm die kan helpen, cognitieve gedragstherapie. Kort gezegd: het veranderen van het gedrag. “Tijdens mijn therapiesessies sta ik even stil bij de leugens die ik heb verteld. Ik bespreek dat met mijn psycholoog en samen zoeken we dan naar de reden die achter de leugens verschuild zit. We hebben een blaadje met wat, waarom, wie en wanneer. Zo ben ik me iets meer bewust van mijn leugens. Er is jammer genoeg geen specifiek middel tegen pathologisch liegen. Dit is een ziekte waarbij je zelf moet onderzoeken en nadenken over waarom je liegt. Als er een medicijn of middel daartegen is, zou ik dat erg graag willen proberen.”

Hoe ga je nu verder door het leven als pathologisch leugenaar? Dit is een vraag waar Dennis lang over moet nadenken. “Ik probeer zo min mogelijk te liegen tegen iedereen, zodat het uiteindelijk makkelijker voor mij wordt. En natuurlijk ook voor de mensen om mij heen. Zelf heb ik ook in de gaten dat als ik de waarheid vertel, ik me meer opgelucht voel. Ik denk dat ik nooit helemaal van mijn stoornis afkom, maar ik kan dit in de toekomst zeker verminderen.”

Als je iemand kent die een ziekelijke drang heeft om te liegen over de kleinste dingen, vergeet dan niet dat dit hoogstwaarschijnlijk een kenmerk is van een stoornis. Het is voor de persoon zelf waarschijnlijk net zo vervelend als voor degene die de leugens moet aanhoren. Pathologisch leugenaars komen in alle soorten en maten voor. Wanneer zij hun eigen fout toe kunnen geven, is dit al heel wat.

 

*Geïnterviewde wil graag anoniem blijven. Deze naam is een pseudoniem.

Door: Lisa van Bers