Op school 23 is diversiteit niet eng

Nederland, een land van protesten tegen AZC ‘s, een land waar steeds meer mensen de multiculturele samenleving eng vinden en als probleem zien. School 23 is een school in Eindhoven met leerlingen uit 30 verschillende landen, gemixt met o.a. autochtonen drop-outs en jongeren met gedragsproblemen. Hoe is de sfeer?  Hoe gaan ze om met culturele verschillen? Ik sprak docent en coördinator Nicole Dubois hierover.

De school heeft drie afdelingen. De eerste en oudste afdeling is voortgezet onderwijs anderstaligen (VOAT). Dit zijn alleenstaande minderjarige vluchtelingen en kinderen van asielzoekers, arbeidsmigranten en huwelijksmigranten.
De tweede afdeling is Entree, deze bestaat uit leerlingen die nog geen diploma op het voortgezet onderwijs hebben gehaald en wel verder willen leren of willen gaan werken.
De derde afdeling heet VIA 23. Dit is een traject voor jongeren die dreigen uit te vallen of al uitgevallen zijn op het voortgezet onderwijs. Zij worden geholpen bij het vinden van een passende opleiding en/of werk.

 De sfeer
Een aantal jaar geleden was er in Turkije een conflict tussen Turken en Koerden. Op school 23 zaten toen veel Turkse en Koerdische leerlingen. Door het conflict in Turkije tussen die groepen moest de school ook alert zijn. “We realiseerden ons dat we als school op moeten letten dat strijdende partijen hier samenkomen. Op zo’n moment proberen we de leerlingen te laten beseffen dat ze zijn weggegaan voor oorlog en dat ze die hier niet moeten voortzetten. Dit was een uitzondering, verder zijn er weinig problemen.  Als er wel problemen zijn, zijn die meestal niet eens cultureel gebonden. Dan gaat het over een meisje bijvoorbeeld.”

Om te zorgen dat de sfeer en veiligheid optimaal blijft, zorgt de school ervoor dat maar de helft van de leerlingen VOAT is.  “bij de andere groepen zitten ook wel eens jongeren die wat minder hebben met anderstaligen. Om geen spanning te creëren moet er geen al te groot verschil zijn tussen die twee groepen.” Zegt Nicole.

Dit betekent natuurlijk niet dat er niet gemixt wordt op school. Leerlingen lopen door elkaar door de gangen en hebben gezamenlijk pauze. Dat alles soepel verloopt, komt niet alleen door het in balans houden van twee groepen. Nicole vertelt dat er wordt geïnvesteerd in een goed klimaat en onderling begrip. Alle leerlingen hebben een mentor en pedagogische conciërges surveilleren in de pauze om te zorgen voor orde en rust. Soms zijn er ook projecten waarin klassen van andere afdelingen kennis met elkaar maken.

“We hebben een project dat we Facebook Live noemen. Zoals je op Facebook mensen hun profiel kunt bekijken en gesprekjes met ze kan voeren,  zo proberen we dat hier live te doen. Dat betekent dat elke leerling van de ene groep gekoppeld wordt aan een leerling van de andere groep. Er is een  kennismaking, er zijn discussies en samenwerkingsopdrachten in spelvorm.
Dit werpt zijn vruchten af. Na deze projecten blijkt heel vaak dat ze ook nog contact zoeken met elkaar. Het is niet zo dat de twee groepen één keer iets samen doen en dan elkaar nooit meer spreken. Doordat ze elkaar leren kennen zie je ook dat ze in de pauzes en na schooltijd met elkaar optrekken.”

De rol van de docent
De docenten doen dus hun best om te zorgen dat verschillende groepen begrip voor elkaar krijgen.
 “Je moet hier wel echt voor kiezen” zegt Nicole. En dat heeft zijzelf ook gedaan. “Ik vind het leuk om in contact te zijn met andere culturen en daarvan te leren. Als je in aanraking komt met anderen leer je over de cultuur van het land waar ze vandaan komen. Ook vind ik verschillende talen interessant: je leert hier geen andere taal maar je pikt er toch wel iets van op”. Niet alleen op het gebied van talen worden dingen opgepikt: “zo leerde ik bijvoorbeeld dat in Iran je duim opsteken hetzelfde is als in Nederland je middelvinger opsteken. Dit zijn dingen waar je gaandeweg achter komt.”
Daarnaast krijgt school 23 veel informatie van stichting Pharos. Pharos verzamelt informatie over de cultuur van een bepaald land waarvan veel mensen nieuw in Nederland zijn, en ze ondersteunt verschillende scholen hiermee. Deze informatie wordt gebruikt om het onderwijs beter te maken.

Wat moet een docent hebben om hier te kunnen werken?
“Je moet een bepaalde passie en gevoel hebben voor de doelgroep, en dan praat ik niet alleen over anderstaligen, maar ook over entree. Proberen naar de oplossingen te kijken in plaats van naar de problemen. Met de verschillende niveaus qua taal en leervaardigheden  die we hebben op school moet je ook goed kunnen differentiëren. Je bent ook altijd wel een beetje bezig met opvoeden en mensen iets bijbrengen over de maatschappij.”

 Maatschappelijke discussies
“De actualiteit  komt hier ook de klas in. Dat Trump president van Amerika wordt, is een onderwerp dat besproken wordt in de klas. We kijken ook veel naar het jeugdjournaal met onze leerlingen. Dus als er iets over Syrië voorbij komt, wordt dat natuurlijk ook besproken. Ook de zwartepietendiscussie hebben we hier gevoerd.”

Doordat veel leerlingen de taal niet goed beheersen, is het moeilijk voor ze om te verwoorden wat ze voelen en vinden. “We hebben ook leerlingen die in sinterklaastijd aangesproken worden met zwarte piet. Dat begrijpen ze dan niet zo goed. Wij vertellen gewoon dat zwarte piet zwart is door de schoorsteen. De relatie met het koloniaal verleden gaan wij niet bespreken. Als je dan echt de gevorderde leerling hebt die heel studievaardig is en ook uit de media dingen oppikt, dan zou dat wel kunnen. Maar dat komt niet vaak voor.”

Is daar wel ruimte voor hier op school?
“Er is wel ruimte hier op school voor discussie en een eigen mening. Ook over homoseksualiteit bijvoorbeeld, dat vinden heel veel van de jongeren in het begin vreemd. Ze accepteren dat eigenlijk niet. Daar gaan wij dan ook de discussie mee aan of ze krijgen een workshop van iemand van het COC  (Nederlandse Vereniging tot Integratie van Homoseksualiteit COC). Het belangrijkste wat we mee proberen te geven is dat, ook al zijn ze het er niet mee eens,  het hier op deze manier gaat. Daar moet op een bepaalde manier respect en begrip voor getoond worden.”