“Op het moment dat ik werd opgepakt, dacht ik: dit is niet wat je wilt.”

Op veel festivals wordt tegenwoordig drugs gebruikt. Mensen roken een jointje om in de juiste ‘vibe’ te komen of nemen een pilletje om langer door te kunnen feesten. Zo ook de negentienjarige Sam. Hij gebruikt al vanaf zijn zestiende regelmatig verschillende soorten drugs. Daarnaast dealt hij in XTC-pillen. Mede daardoor is hij eerder in aanraking gekomen met politie. Hij vertelt over zijn gebruik en over zijn verleden als drugsdealer.

Door: Denise de Beer

“Ik ben begonnen met MDMA, geen idee waarom. De meeste mensen beginnen met wiet of hasj, maar ik niet. Ik was gewoon nieuwsgierig. Ik weet dat de meeste mensen ‘gewoon nieuwsgierig’ zijn en dat dat meestal het excuus is. Mijn vrienden gebruiken bijna allemaal, laat ik zeggen 90 procent. Zij zeiden altijd dat het niet gevaarlijk is en dat je er niet verslaafd aan raakt als je het af en toe doet.
Ik was op een festival en een vriend van de jongen waarmee ik was, kwam naar ons toe met een zakje MDMA. Ik had al behoorlijk wat gedronken en kon niet meer helder nadenken. Als ik nuchter was geweest, had ik het waarschijnlijk niet gedaan.”

Het heeft bij Sam drie jaar geduurd tot hij weer naar de drugs greep. Na die eerste keer MDMA heeft hij hooguit twee of drie keer geblowd. Hij was negentien toen hij weer voor het eerst, na drie jaar, drugs gebruikte. XTC in Sams geval.
“Vanaf mijn negentiende ben ik van alles gaan gebruiken. Cocaïne, XTC, 4-FMP, 2C-B, MDMA, wiet, hasj, truffels… Je kunt het zo gek niet opnoemen. Ik doe niet aan heroïne en GHB. Die twee zou ik ook nooit willen proberen; voor mij ligt daar de grens. Ik vind XTC eigenlijk het leukste, omdat je hier heel los en blij van wordt. Coke is ook tof omdat ik daar heel druk van word en dus ook veel van ga dansen”, vertelt hij lachend.

“Waanbeelden horen er een beetje bij, vind ik.”

“Ik gebruik het minder dan eerst. In het begin gebruikte ik bijna ieder weekend drugs. Ik heb zelfs een keer tijdens een festival dat twaalf uur duurde, vijf pillen geslikt. Ik was bang dat ik die twaalf uur niet zou halen zonder XTC. Dat ging een beetje te ver en zou ik ook niet zo snel meer doen. Een drug die ik niet meer ga nemen is 4-FMP. Deze heb ik toevallig afgelopen weekend voor het eerst gebruikt”, zegt Sam en wacht op mijn reactie. Hij tikt zenuwachtig met zijn vingers tegen elkaar.
“Dit ga ik niet meer doen. Het zweet brak me uit in de club waar ik was en ik wist niet meer wat ik deed. Ik zat hier dicht tegen de grens van de controle verliezen, wat ik niet wil. Dat heb ik ook nog nooit gehad, gelukkig. Waanbeelden horen er een beetje bij, vind ik. Bijvoorbeeld toen ik met een vriend op de scooter zat: het was donker en ik zag overal tractoren. Ik schreeuwde naar mijn vriend dat hij moest stoppen en toen pas realiseerde ik me dat er helemaal geen tractoren waren. Dat was wel lachen.”

Sam vertelt dat hij zich een aantal maanden geleden meer in het drugscircuit bevond dan nu. Dit omdat hij toen ook dealde.
“Ik haal mijn drugs bij de ‘producent’ zelf. De jongen waarbij ik mijn drugs haal, vertrouw ik dus ook blindelings omdat ik weet wat hij erin doet. Als ik zelf geen drugs bij me heb en iemand biedt het me aan, dan doe ik het niet. Ik weet niet wat er in die troep zit. Zelfs als mijn ‘producent’ me drugs verkoopt laat ik het testen. Meestal laat ik maar een paar pillen testen en vaak is de rest dan ook in orde.
Er was een tijd dat ik zelf ook dealde. Het was mijn eigen voorstel. Ik had het geld nodig. Niet omdat ik schulden had bij mijn dealer, totaal niet zelfs, maar het leek me ergens ook wel tof om te doen. Tijdens het dealen voel ik me geen crimineel, alles behalve zelfs. Ik vergeleek het altijd met een gewoon bijbaantje; er is vraag naar drugs, mensen hebben het nodig. Net zoals mensen voedsel nodig hebben en dit bij de supermarkt kopen, hebben sommige mensen drugs nodig en kochten ze dit bij mij. Ik was er niemand mee tot last en verdiende er prima geld mee. Ik kocht bijvoorbeeld duizend pillen in voor vijfhonderd euro en verkocht ze voor vijf euro per stuk. Al het verdiende geld kon ik zelf houden en je kunt nu zelf wel uitrekenen hoeveel winst ik maakte”, lacht Sam.

“Ik beschouw mezelf absoluut niet als verslaafd.”

Sam heeft dit een aantal maanden gedaan. Hij is daarna abrupt gestopt omdat hij in aanraking is gekomen met de politie.
“Ik ging uit in de enige club in mijn woonplaats, ons kent ons. Dus bijna iedereen wist ook dat ik ‘de dealer’ was. Iemand had me verlinkt. Ze had tegen de bewaker gezegd dat ik dealde en de bewaker wilde me fouilleren. Ik voelde de bui al hangen want die zak XTC die ik een paar uur geleden had opgehaald, zat nog steeds in mijn kontzak. Zodra de bewaker de XTC zag werd ik gearresteerd en heb ik van zaterdagnacht tot zondagmiddag in een cel in Breda gezeten. Het was niet zo dat ik daar niet vaker gezeten had; vechtpartijen genoeg meegemaakt, zeg maar. Op dat moment besefte ik me: Sam, dit is niet wat je wilt.”
Vanaf toen is Sam gestopt met dealen, maar gebruiken doet hij nog steeds af en toe. Veel minder dan eerst, maar nog wel tijdens de grotere feestjes.

“Ik beschouw mezelf absoluut niet als verslaafd. Het is niet zo als ik een weekend niks gebruik, dat ik meteen afkickverschijnselen krijg. Ik gebruik ook niet doordeweeks. Mijn ouders weten het meeste. Ze weten dat ik het heb gebruikt, dat ik dealde en dat ik heb vast gezeten, maar niet dat ik nog steeds gebruik. Dat is beter zo.
Ik ben ooit wel van plan om er helemaal mee te stoppen, tuurlijk. Maar nu nog niet. Ik ben jong, ik vind het leuk en zolang ik nog naar toffe festivals en feestjes ga, vind ik een pilletje of een lijntje helemaal prima.”

Sam is een pseudoniem.