Op bezoek bij de buren

Na onze redactievergadering besloot ik een bezoekje te brengen aan onze buren. We zaten hier inmiddels al zo’n maand en niemand wist precies wat er naast ons te doen is. Op Ganzenheuvel 56 is namelijk niet alleen onze wekelijkse vergaderruimte gevestigd. Ook Gezellig Nijmegen (organisatie: Vluchtelingenwerk Nijmegen) heeft hier een woonkamer en twee kleine lokalen ter beschikking. Gezellig Nijmegen is een ontmoetingspunt voor vluchtelingen en andere bewoners van de stad. Door enthousiaste vrijwilligers is dit mooie initiatief opgezet en door hen worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Er wordt bijvoorbeeld elke maandag- en donderdagmiddag van twee tot vier uur Nederlandse les gegeven.

Bij Gezellig Nijmegen werken ze met zogeheten ‘taalmaatjes’. Taalmaatjes werken vanuit het principe dat mensen hun kennis en ervaring op het gebied van Nederlandse taal kunnen delen met vluchtelingen en andere nieuwkomers. Twee vrouwen die ik hier ontmoet heb, Ineke Stoffels en Wil Bakker, zijn beide vrijwilligsters en taalmaatjes.

Toen ik mezelf aan hun had voorgesteld, kreeg ik een kopje thee en een koekje aangeboden en kon ik plaatsnemen in de woonkamer. Ik kon merken dat de sfeer een beetje gespannen was, hoewel er wel gezellige Arabische muziek te horen was door de woonkamer en een groepje van vijf mannen gezellig bij de tafeltennis stond te kletsen in hun oorspronkelijke taal. Dat gesprek liep ten einde toen een man met een Aziatisch (ik denk Chinees) uiterlijk aanschoof bij het clubje en graag leek mee te doen aan het tafeltennisspel. Ze probeerden een gesprek aan te gaan met deze man in het Nederlands met gebrekkig Engelse woordjes er doorheen. Aan een lange tafel zaten wat mensen te babbelen en hadden klaagde ze over het sombere weer van het afgelopen weekend. Op het eerste gezicht leek het een handwerkclubje te zijn, omdat ze gezamenlijk aan het breien en haken waren. Ik denk dat de vrijwilligers hiermee wat afleiding willen bieden aan de vrouwelijke bezoekers.

Naast ontspanning bieden ze hier dus ook een goede gelegenheid tot oefening van de Nederlandse taal. Klokslag twee uur begon de les Nederlands. Ik nam plaats tussen een groep van zes mannen en ik voelde dat er een gevoel van onbehagen raaste. Majid (Iran), Peyman (Iran), Mirwais (Afghanistan), Youssef (Egypte), Hussam (Egypte) waren deze middag aanwezig. Op een briefje schreven ze hun naam en hun herkomstland op. Ik was erg benieuwd naar hoe zulke lessen gegeven werden. Leraressen Ineke en Wil vertelden wat het onderwerp van deze week is: boodschappen doen. Ineke vroeg aan Peyman waar hij als eerste aan dacht bij het woord ‘boodschappen’. “Eten, drinken, supermarkt” riepen Mirwais en Hussam door het lokaal heen. Iedereen kreeg een reclamefolder van de Albert Heijn voor zijn neus en moest fruit- en groentesoorten aanwijzen die de leraar opnoemde. Wat mij gelijk opviel is dat er een groot verschil was in het taalniveau: de een had bijvoorbeeld een grotere woordenschat dan de ander.

Na de pauze werd de groep in twee gedeeld en schoven er nog een paar andere mensen aan bij de les. Nu stond de leesvaardigheid op het programma. We gingen lezen uit een dunboekje, een boekje dat mij heel bekend voorkwam uit groep 3: ‘Wies weet de weg wel’. Ik stelde aan Ineke voor om een vrouw te helpen die moeilijk contact leek te leggen met haar en de anderen en een beetje eenzaam en afgezonderd zat van de rest. Ik hielp Lala, een vrouw van rond de veertig uit Syrië. Omdat ikzelf redelijk goed Arabisch spreek, was het helpen erg zinvol en leek ze het allemaal iets beter te begrijpen.

Ik werd vriendelijk verwelkomd bij Gezellig Nijmegen en ik bedankte de vrijwilligers na afloop voor de gastvrijheid. Ik hoop dat de vluchtelingen en andere nieuwkomers hier een goede ontwikkeling doormaken met de lessen Nederlands.