Discriminatie online: “Dat vermijd je allemaal als je anoniem achter je toetsenbord zit”

Afbeelding: pexels.com

Kutneger’ en ‘tyfusjood’ zijn termen die je op voetbalfora als fr12.nl om de oren vliegen. Ook op sociale media als Facebook en Instagram ontkom je er niet aan. Wanneer wat gekleurde spelers van het Nederlands elftal samen een selfie nemen na de wedstrijd reageert een Facebook-gebruiker meteen: “FC Aap”. Wanneer Sylvana een keer het woord racisme in de mond neemt: “Terug naar je eigen land, zwarte piet!”, aldus een andere toetsenbordterrorist. Hierover een gesprek met Dave Bekkering, medewerker van antidiscriminatiebureau Radar in Tilburg.

Wat zijn mogelijke beweegredenen voor mensen om discriminerende berichten te plaatsen op sociale media denkt u?

“Iedereen heeft emoties. Iedereen kent ook de emoties afkeer, haat en antipathie. Wat je vaak ziet gebeuren is dat die emoties gericht zijn tegen mensen die anders zijn dan jijzelf. Je vindt homoseksuelen maar raar, want je bent hetero, je vindt mensen met een kleurtje maar raar, want je bent wit. Het eigene, daar vanuit oordeel je vaak over anderen, en dan heb je dus mensen die daar negatief over oordelen. Ik denk dat het daarmee te maken heeft.”

Wanneer het BN’ers zijn, lijken mensen het makkelijker te vinden om diegene te beledigen dan wanneer het een persoonlijke bekende is. Hoe komt dat?

“Misschien dat de drempel wat lager ligt. Online jezelf uiten is heel makkelijk, want het is een heel stuk anoniemer. Daardoor laten mensen zich blijkbaar vaker en makkelijker gaan. Je kunt natuurlijk niet meteen aangesproken worden door iemand, of een klap krijgen van diegene. Dat vermijd je allemaal als je anoniem achter je toetsenbordje zit. Je wordt niet direct geconfronteerd met de emotie of de actie van iemand die je dan beledigt.”

Sylvana Simons pakte dit aan door aangifte te doen, wat voor effect heeft zo’n actie voor mensen die ook aangifte willen doen voor vergelijkbare gevallen?

“Wat zij over zich heen heeft gekregen is qua hoeveelheid en inhoudelijk gezien echt bedroevend. Duizenden mensen hebben op de grofste manier op internet over haar geschreven, dat is voor haar als persoon natuurlijk vreselijk. Ze ziet nu dat ze mensen kan aanklagen en dat daar ook straffen voor worden uitgedeeld. Dat is voor de samenleving goed, denk ik. Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, belangrijk dat we dat hebben, maar het gaat hier helemaal niet over het uiten van meningen. Wanneer je iemand voor minderwaardige zwarte aap uitscheldt ben je geen mening aan het verkondigen, dan ben je gewoon domweg iemand aan het beledigen op grond van huidskleur. Het is dus goed dat de maatschappij of de rechter aangeeft waar de grenzen van meningsuiting liggen. Ik denk dat het voor het slachtoffer van belang is dat hij/zij aangifte kan doen, dat er daadwerkelijk naar gekeken wordt en dat er ook straffen voor worden uitgedeeld. Het is belangrijk dat de rechter aangeeft wat je wel en niet kunt zeggen om duidelijkheid hierover te creëren, zodat anderen op het internet zich eens achter de oren zullen krabben.”

Wordt er ook daadwerkelijk iets met die aangiftes gedaan, zoals in het geval van Geert Wilders, die maandelijks zo’n 200 aangiftes zegt te doen?

“Vanuit de praktijk weet ik dat het met losse aangiftes van discriminatie moeilijk is om de politie zover te krijgen om al die aangiftes serieus te nemen en af te handelen. Een groot deel wordt niet aangepakt om diverse redenen. Als je dan maandelijks 200 aangiftes doet… Tja, dat kan de politie gewoon niet aan. Maar goed, ik neem aan dat de politie elke aangifte serieus neemt en er iets mee doet.”

Jullie hebben al veel meldingen binnengekregen neem ik aan. Hoe ervaren die slachtoffers discriminatie?

“Dat komt keihard aan bij mensen, want het gaat echt over je identiteit. Als je identiteit door iemand door het slijk gehaald wordt, dan is dat niet prettig. Dat vinden ze vervelend en daar willen ze iets mee. Ze willen dat gevoel ergens kwijt, ze willen serieus genomen worden. Daar zijn wij dan ook voor. Het gaat natuurlijk ook niet altijd om belediging, want discriminatie kan veel meer betekenen. Ik kan me een klacht herinneren van een 24-jarige Surinaamse jongen die toen voor Nederlandse atletiekelftallen medailles had gehaald, volledig geïntegreerd was en hier ook geboren is. Hij werd aan de deur van een horecagelegenheid in Breda gewoon geweigerd, vanwege zijn huidskleur. Dat is natuurlijk zo raar voor hem, hij heeft er nooit bij stilgestaan dat hij zoveel anders is.”

Als iemand een melding bij jullie maakt, wat gebeurt er dan precies mee?

“Dat kan iedere keer verschillend zijn en de wens van die cliënt is daarin heel belangrijk. De standaard aanpak is dat wij contact opnemen met degene die gediscrimineerd zou hebben. Dat doen we meestal schriftelijk. Op deze manier start je een soort bemiddeling. Soms levert dat iets op en soms erkent de wederpartij dat ze dat niet hadden moeten doen en maken ze het goed. Als de wederpartij het er niet mee eens is, kun je een juridische procedure starten. Ook daar helpen wij mee. Zo zijn er dus hele simpele dingen die we kunnen doen, zoals luisteren of een vorm van actie, zoals juridische procedures ondernemen.”


Over Dave:
Hoe bent u in deze functie terecht gekomen?
“Ik werk al sinds 2000 op dit gebied. Ik heb eerst gewerkt op het antidiscriminatiebureau in Breda, daarna in het buitenland en later bij antidiscriminatiebureaus in Maastricht en Den Haag. Op een gegeven moment was er een plek vrij voor iemand bij radar in Brabant en ben ik hier komen werken.”

In hoeverre bent u zelf weleens gediscrimineerd?
“Ik ben een blanke, heteroseksuele man. Ik heb er zelf dus nooit last van gehad. Ook dan kun je natuurlijk altijd nog gediscrimineerd worden, maar het gebeurd minder vaak.”

Hoe bent u dan in de strijd tegen discriminatie terecht gekomen?
“Dat heeft denk ik heeft het te maken met dingen die ik in mijn jeugd meekreeg, zoals verhalen, tv-series en geschiedenislessen over antisemitisme en slavenhandel. Dat heeft mij als kind allemaal heel erg geraakt. Later ben ik 5 jaar werkzaam geweest in Joegoslavië, in verband met de mensenrechten van Serviërs en moslims in Kroatië. Er waren mensen die zich daarmee bezighielden en die mensen heb ik ondersteund. Op een gegeven moment is het erin geslopen dat ik van vrijwilligerswerk op het gebied van mensenrechten en discriminatie, op betaald werk op het gebied van discriminatie terecht ben gekomen. Zo zit ik dus hier.”