Omgaan met het lerarentekort in Oisterwijk

“Afgelopen vrijdag was de eerste keer ooit dat wij de leerlingen naar huis gestuurd hebben’’, zegt Saskia van Duijnen-Montijn, teamleider van basisschool de Kikkenduut en locatieleider van basisschool Darwin. Deze twee basisscholen zitten bij Stichting Opmaat. “Dit is echt de allerlaatste oplossing als er geen leerkracht beschikbaar is”, zegt van Duijnen-Montijn. De leerlingen van de Kikkenduut vonden het wel leuk dat ze naar huis mochten. Gelukkig was het op tijd vermeld en hebben alle ouders iets kunnen regelen.

In Oisterwijk zijn er 9 basisscholen. Een aantal daarvan zit bij Stichting BOOM: Den Akker, De Coppele, De Bunders, De Molenhoek, Mozaik, De Tovervogel en De Vonder. Stichting BOOM heeft een overkoepelende functie en is van oudsher Rooms-Katholiek. Deze scholen hebben ieder last van het lerarentekort, sommige meer dan andere. Net als de rest van Nederland proberen ze de gevolgen van het tekort tegen te gaan en passen ze zich aan. Niet altijd lukt het even goed.

Dit jaar zijn er voor 70 procent van alle vacatures maximaal 4 kandidaten per vacature. Vorig jaar was dat maar bij 43 procent. De arbeidsmarkt is duidelijk krapper geworden. Volgens de scholen van Nederland is 61 procent van de vacatures dit jaar moeilijk te vervullen. Vorig jaar was dat maar 10 procent! (Arbeidsplatform-primair onderwijs)

              Overal rennen er kinderen rond, lachend en roepend. “Nu wil ik!” roept een meisje terwijl ze op het klimrek klimt. Het is pauze en de zon schijnt, dus alle leerlingen spelen buiten. Het schoolplein is groot, met aan de zijkant een grote rij fietsen. Er zijn veel ingangen, want aan basisschool de Coppele zit ook nog een sportcentrum, ontmoetingscentrum en een kinderdagverblijf.

In de Coppele is het lerarentekort niet overduidelijk. Er zijn volle klassen en de kinderen gaan elke dag naar school. Ze zijn nog nooit naar huis gestuurd. Als er geen leraar is, verdeelt de docent de leerlingen van de zelfstandigste klas, bijvoorbeeld groep 8, in groepjes van vier of vijf. Die groepjes verdelen ze dan onder de andere groepen. Zo is er toezicht en kunnen ze zelfstandig werken in de werkmap die elke leerling heeft. De leerlingen vinden dit best leuk. “Ze willen dan het liefst bij een leerkracht die ze vroeger al eens gehad hebben”, zegt Anton Willemse, de directeur van de Coppele en de Mozaik. “Om dit toch nog te voorkomen, werken we met duobanen. Dit houdt in dat er twee mensen op dezelfde baan werken. Als dan de ene duo-partner niet kan, kan de ander invallen. Als het dan nog niet lukt om vervanging te regelen vragen we deeltijdwerkers van ons team om voor de klas te gaan staan. We hebben ook nog internbegeleiders of directieleden die les kunnen geven als er echt niemand anders meer is. Ik zou ook nog kunnen invallen.” Darwin en de Kikkenduut werken ook zo.

De Bunders, Tovervogel, en de Molenhoek gebruiken een systeem genaamd units. Units zijn groepen van klassen en leraren. Als er dan een leraar wegvalt kunnen die andere het overnemen. Den Akker werkt met ‘akkeren’. Akkeren houdt in dat de groepen per dagdeel anders verdeeld zijn, om het onderwijs efficiënter te maken.

De Coppele werkt niet met subsidies voor de onderwijsassistenten, maar met de pabo, om het doorstromen van stagiaires makkelijker te maken. Ze puzzelen hoe ze verantwoord sneller mensen kunnen opleiden. Zo proberen ze makkelijker mensen bij de school te houden. De stagiaires zijn ook een soort vervangers als er geen leerkracht is. Ze mogen niet zelfstandig les geven, maar even toezicht houden terwijl de leerlingen bijvoorbeeld knutselen mag wel. Dan kan de docent naar een andere klas.
Wat de Coppele en de Mozaik absoluut niet willen is onderwijs omvormen naar opvang. “Als de kinderen hier zijn, is dat om te leren. Wij zijn er niet op uit om met een goedkope manier iemand voor de klas te zetten. Het moeten gekwalificeerde docenten zijn, anders kunnen we net zo goed ouders vragen om naar school te komen.” , zegt Willemse.

 

Terwijl op de Coppele het lerarentekort misschien niet overduidelijk is, is dat op basisschool de Kikkenduut wel duidelijk. Vrijdag is er voor de eerste keer ooit een klas naar huis gestuurd. Het bestuur voelde zich verslagen: “Je weet dat het speelt, er is een plan b, een plan c. Als die allemaal niet werken, houdt het op. Er waren vrijdag meerdere zieken, we konden geen vervanging vinden. De kinderen vonden het nu nog leuk. Maar als het vaker gaat gebeuren denk ik niet dat ze het nog leuk vinden”, zegt van Duijnen-Montijn.

Het is lunchtijd, en overal rennen kinderen rond. De leerkrachten zitten in de computerruimte te eten. Bij de Coppele is dat heel gebruikelijk. Het is de bedoeling dat elke leerling elke juf of meester kent en andersom. Als er dan een keer een groep verdeeld wordt, kennen de leerlingen de leraar al. Zo is het niet eng om bij een andere klas te gaan zitten. Ook bij de Mozaik werkt dat zo.
Tafels met computers en boeken erop staan tegen de muur geschoven, met de ‘lunchtafel’ in het midden. “Hé, daar ben je weer!”, zegt een juf tegen het jongetje dat stiekem achter haar staat. Hij lacht ondeugend en rent weer weg.

Darwin wordt steeds kleiner, omdat er minder kinderen geboren worden in de Pannenschuur, de wijk waar Darwin instaat. Het idee van een buurtschool is ook niet meer zo aantrekkelijk. Terwijl Darwin kleiner wordt, wordt de Kikkenduut steeds groter. Daarom zijn ramingen flink nodig. Ramingen zijn voorspellingen over hoeveel nieuwe leerlingen er naar de school komen. Deze voorspellingen kunnen statistiek zijn, of geboortegegevens opvragen bij de gemeente om te meten hoeveel kleuters er gaan komen. De Kikkenduut doet dit: “We werken met ervaring, niet met statistiek. We weten hoeveel leerlingen broertjes of zusjes hebben die ook naar de Kikkenduut komen. We vragen ook geboortegegevens op bij de gemeente, zodat we weten hoeveel kinderen er over vier jaar klaar zijn om naar de kleuters te komen. Veel ouders schrijven hun kinderen al op tijd in, dus weten we van te voren hoeveel kleuterklassen we hebben. Met statistiek doen we niks. Meestal zijn onze vermoedens correct. We hebben maar éen keer na de start van het schooljaar een extra kleuterklas moeten invoegen.”
De Coppele doet hetzelfde, maar werkt niet met geboortegegevens.

Willemse: “Door het verdelen van groepen kunnen wij het tekort een beetje opvangen. Dit is wel lastiger als er voor de kleuters of andere jongere groepen geen docent beschikbaar. We kunnen de kleuters natuurlijk niet zomaar verdelen. Tot nu toe heeft het altijd gewerkt. We hebben nog nooit een groep naar huis gestuurd en daar zijn we zeer dankbaar voor.”