Nederlandse filmtheaters weer open: ‘We hebben een sociale en culturele verantwoording’

Het is druk bij het filmtheater het Louis Hartlooper in Utrecht. De zalen zitten vol, versta: zo’n zeventien mensen waar er ruimte is voor bijna zestig. In de hal staan met fluorescerende pijlen in verschillende kleuren looproutes op de vloer afgebeeld. Zo word je, om botsing te voorkomen, via de nooduitgang weer naar buiten geleid. Zo gaat het er momenteel aan toe in de Nederlandse filmtheaters.

Hannah Jimmink
5 juni 2020

De rij voor de kassa staat tot buiten: door de vereiste afstand van anderhalve meter is het met de tien wachtenden al een hele lange lijn. Vooraan staat een ouder echtpaar die informeert naar de films die er draaien, ze hebben de jassen al onder de arm. De kassière vertelt ze van achter haar doorzichtige scherm dat ze de kaartjes tijdelijk alleen maar online kunnen kopen, ze kijken een beetje teleurgesteld. ‘’Dat gaat hem niet meer worden, Henk. Kom op, dan gaan we weer.’’ Zodra ze weggelopen zijn strompelt de volgende in de rij meteen naar voren, deze keer wel met het digitaal aangeschafte kaartje al zichtbaar op de mobiel open.

Sinds het begin van de coronacrisis in Nederland zijn de maatregelen steeds strenger geworden, tot aan nu. Waar het begin maart begon met geen handen schudden ging dat al vrij snel over in het afstand houden en toen in volledig binnenblijven voor alles wat niet strikt-noodzakelijk was. Op 23 maart kondigde minister-president Mark Rutte officieel aan Nederland in een ‘intelligente lockdown’ te plaatsen, daarmee werden de filmtheaters gesloten. Er waren toen al regelingen van kracht om ze te ondersteunen bij het doorbetalen van hun werknemers tijdens deze periode van sluiting, zoals de NOW, de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid. Deze houdt in dat 90% van de salarissen doorbetaald werden door de staat als de instellingen niemand ontsloegen. Desalniettemin viel voor de meeste vrijwel het gehele inkomen weg en kregen de kleine instellingen daarmee de afgelopen maanden een flinke klap.

En nou zijn ze weer open. Het is week één sinds de sluiting afgekondigd werd. Begin juni, de mensen lopen door de straten van Utrecht met zonnebrillen en een jas. De zon is fel, maar niet zo warm. Typisch voor deze tijd van het jaar: aan het weer is niks veranderd.

Sjef Stelling is bedrijfsleider van het Louis Hartlooper Complex, een filmtheater in Utrecht die ook deze week voor het eerst de deuren weer open heeft. De afgelopen maanden hebben ze, in tegenstelling tot veel andere bioscopen en filmhuizen, niks extra’s gedaan zoals het verhuren van hun films online of het organiseren van pubquizen om toch geld binnen te krijgen. ”We zijn normaal 365 dagen per jaar open en hadden daardoor veel achterstallig onderhoud, dus we hebben de sluiting aangegrepen om volop te klussen en schoon te maken. We hebben bijvoorbeeld nieuwe bioscoopstoelen neergezet en veel andere groot onderhoud aan de zalen uitgevoerd.”

De jonge bedrijfsleider rookt haastig zijn sigaret. Het is een drukke dag en er moet veel gebeuren om de opening te realiseren. ”Als je naar de hoeveelheid bezoekers kijkt, is het nu meestal heel rustig in vergelijking met hoe het eerst was. De mensen lijken nog een beetje angstig. Het is genoeg om onze zalen te vullen, maar niet ruim. Het is natuurlijk ook een heel gedoe om zomaar even een pilsje of een filmpje te pakken, dat schuwt mensen af. Hopelijk gaan we zo snel mogelijk weer terug naar het ouwe normaal.”

De films zijn vaak wel uitverkocht, maar veel mensen kunnen er niet in wanneer er tussen elke gast een aantal stoelen vrijgehouden moet worden. Dit geeft een flinke omzetdaling. ”Het opengaan is voor ons op het moment niet rendabel. Sterker nog, het kost ons geld, maar we doen het toch. We zijn weliswaar een bedrijf die winst en omzet moet maken, maar we hebben ook een sociale en culturele verantwoording naar onze gasten en naar de stad. Natuurlijk, als dit voor altijd zo blijft dan overleven we het niet, dan overleeft niemand het, maar voor nu kunnen we het nog wel even uitzingen. We hebben het weloverwogen besluit genomen om tijdelijk in te leveren op onze reserves, en verder kijken we per maand aan waar de overheid mee komt en wat de ontwikkelingen zijn.” Zijn sigaret is bijna op, hij moet zo weer aan het werk. De nieuwe regels zorgen voor veel extra taken en voor chaos, waardoor hij en zijn personeel deze week extra passen moeten zetten.

Het begint al donker te worden, het terras stroomt leeg. Binnen gaan de films echter gewoon nog even door, en het restaurant is daarmee ook nog geopend. Achter de ramen van het filmtheater Louis Hartlooper in Utrecht drinken twee mensen net de laatste slok van hun glas met rode wijn op als de bediening, een jonge meid met zwart haar in een paardenstaart, op veilige afstand langs komt gelopen. Ze vraagt ze iets onhoorbaars. Als ze uitgepraat is glimlacht ze vriendelijk, niet veel later staan de twee gasten op en lopen weg. Door het beperkte aantal beschikbare tafels wordt de gasten verzocht niet te lang te blijven zitten. Meteen komt de serveerster terug met een fles desinfecterend schoonmaakmiddel die ze royaal over de tafel verstuift.

Gulian Nolthenius, directeur van de Nederlandse Vereniging van Bioscopen en Filmtheaters, maakt zich slechts voor een deel zorgen over het bestaan van de filmtheaters. ”De regering heeft de NOW-regeling voor werkgevers die met een omzetverlies van meer dan twintig procent kampen. Alle filmhuizen kunnen hier op dit moment gebruik van maken, dus dat is de eerste steun die er is. Daarnaast krijgen de meeste jaarlijks subsidie en komt er een aanvullende regeling voor de filmtheaters die een belangrijke regiofunctie vervullen. Ondanks alles hebben ze dus wel inkomsten, ook als ze gesloten zijn. Commerciële bioscopen hebben dit, behalve de NOW regeling en een regeling ter dekking van een klein deel van de vaste kosten, niet.”

Daarentegen zijn ze wel kwetsbaar. ”De filmtheaters hebben vaak niet veel reserves, die kunnen ze niet opbouwen. Als ze subsidie krijgen is het niet de bedoeling dat ze dan ook oneindig reserves opbouwen. Die zijn dus vaak beperkt.”

Volgens Nolthenius ligt het er vooral aan hoe lang het allemaal gaat duren. ”Per 1 juni mochten er weer dertig mensen bij elkaar zijn in een zaal en per 1 juli hopen we dat dat er honderd worden. Dat zijn beperkte aantallen, dus voorlopig zal het niet rendabel worden. Toch hebben ze wel een goede reden om weer open te gaan: de mensen moeten hun weg weer naar de filmtheaters vinden, dat is heel belangrijk.” Ook voor de medewerkers van de filmtheaters. Hij twijfelt er niet aan dat sommige bedrijfseconomisch zullen gaan wankelen, maar faillissementen zullen er volgens hem niet op grote schaal komen.

Terwijl de avond valt en de straatlantarens aanspringen blijft het nog licht achter de ramen van dit filmhuis in Utrecht. Het mag dan op afstand en niet rendabel: de filmhuizen zijn weer open.