Muziekmiddag in Catherinenberg, Oisterwijk

“Piet, kunnen we?” “Ja, begin maar!”

Dinsdag 5 februari is de wekelijkse muziekmiddag in de Catharinenberg, een verzorgingshuis van Amaliazorg. De wekelijkse muziekmiddagen zijn in 2010 gestart door vrijwilliger Rinus den Boer. Hij raakte geïnspireerd door het Geheugenkoor van Engeland. Daar kunnen mensen met dementie samen met mensen zonder dementie liedjes van vroeger zingen. Toen Rinus’ zijn schoonmoeder dementie kreeg en naar een verzorgingshuis verhuisde, wilde hij iets soortgelijks doen voor de bewoners van Catharinenberg. Daarom besloot hij samen met 4 andere vrijwilligers de muziekmiddagen te organiseren. Elke dinsdag speelt hij accordeon, en zijn partner Jack gitaar. Ze spelen van half drie tot vier uur. In hun assortiment zitten 38 liedjes, waaronder Paradiso van Anneke Gronloh en Het kleine café aan de haven van Vader Abraham. Sommige bewoners weten alle tekst nog en zingen uit volle borst mee. Andere bewoners neuriën alleen mee. Ook wordt er af en toe gedanst.

De Catherinenberg is een statig gebouw met veel ramen. In het midden staat een kapel. Met een sluiswerkende-deur moet je naar binnen. Eerst kom je langs de receptie, waar de receptioniste je altijd vrolijk gedag zegt. Eén keer naar links en dan is de zaal waar de muziekmiddag plaatsvindt links. De zaal is ruim, met veel ramen. De zetels staan in een halve kring om de band heen. De tafels zijn naar achter geschoven om ruimte te maken voor de stoelen. De stoelen van Rinus en Jack staan tegen de muur, met hun muziekstandaards ervoor. Ze kennen de muziek grotendeels uit hun hoofd, maar af en toe kijken ze toch nog even op het blad.

Rond half drie beginnen Rinus en Jack met spelen. De bewoners druppelen langzaam binnen, de een geholpen door een verzorgster, de ander loopt met een vriendin aan de arm. De bewoners gaan zitten en krijgen boekjes met de tekst van de liedjes erin. Eerst pingelen Rinus en Jack wat, maar als bijna alle stoelen vol zijn beginnen ze. Ze spelen Meisjes met rooie haren. Een aantal bewoners staan op en beginnen te dansen. Ook de vrijwilligers dansen en klappen mee. Ze pakken de bewoners op uit hun stoel en nemen ze mee in een wals.
Na een muziekmiddag zijn de bewoners weer helemaal ontspannen, zegt Rinus. “De bewoners zien zo’n muziekmiddag als een feestelijke onderbreking. Ze leven er helemaal van op.” Dat was een groot onderdeel van de sfeer. Als ze het herkenden, gingen ze recht zitten. Je zag het in hun ogen, een vonk die opsprong. Ze begonnen te lachen en zongen mee.

Naast de kring zit een man aan de biljarttafel, mondharmonica te spelen. Hij zit niet bij de band, maar rustig aan de zijkant. Hij speelt al drie jaar elke dinsdag mee. Af en toe kijkt hij eens op van zijn mapje, en zingt hij mee. Hij lijkt een beetje afgezonderd, maar als je hem aanspreekt maakt hij een praatje. Alle bewoners lijken hem te kennen.

Ook kent iedereen Piet, eén van de vrijwilligers. Voordat elk liedje begint, vraag Rinus: “Piet, kunnen we?” Piet helpt de bewoners de juiste pagina te vinden waar de tekst opstaat van het liedje wat ze gaan spelen. Hij geeft dan een signaal waardoor de band begint te spelen.

Koffie, koffie, lekker bakje koffie en Aan het strand stil en verlaten waren liedjes die opvielen. Iedereen begon gelijk mee te zingen. De vrijwilligers pakten de bewoners beet en begonnen een wals.
De band zong liedjes over drinken in het café, wat aanleiding was voor de drinkpauze. De bewoners dronken glazen appelsap, druivensap en jus d’orange. Sommige bewoners zongen gewoon door, andere pakten even hun rust of kletsten wat. Er waren bewoners die nog meer bewust leken dan de rest, die waren actief en liepen rond.

Een warm gevoel hing in de zaal, alsof je op een verjaardag was van je opa en oma, en ze al hun ‘oude’ vrienden hadden uitgenodigd. Dat gevoel kreeg je pas echt toen ze het nummer De Zuiderzee gingen zingen. Rinus en Piet deden matroospetjes op, en zongen ieder hun deel van de vader en de zoon. De bewoners wisten de tekst uit de hoofd en praatten mee met het toneelstukje dat ze opvoerden.

Jack, de gitarist, maakte bij elk liedje wel een keer een geluid of een kreet. De bewoners moesten daar steeds erg om lachen. Eigenlijk vormden alle vrijwilligers de band, terwijl alleen Rinus en Jack instrumenten speelden. De andere vrijwilligers zongen namelijk de tweede stem terwijl ze langs de bewoners liepen om ze te betrekken in de muziek.

Rond vier uur sloten ze af met het Oisterwijkse volkslied, wat elke week gebeurt. Sommige bewoners waren daarvoor al weggegaan, maar de meeste bleven zitten tot het eind. Niet iedereen was enthousiast, maar het merendeel zong uit volle borst mee.