‘Je moet het eigenlijk zien als een soort verslaving’


Max Gulickx (19) pakte in januari 2015 de nationale titel en een bronzen plak op het WK veldrijden voor junioren. Een half jaar later, na net een profcontract te hebben getekend bij zijn ploeg Telenet-Fidea, besluit Max te stoppen als gevolg van hartritmestoornissen. Max vertelt over zijn carrière op de fiets en zijn leven buiten het wielrennen.

 

Januari 2015 was verreweg de succesvolste maand uit je carrière. Speelden de problemen met je hart toen al en hoe ontwikkelde die zich?

“Ja, in november 2014 reed ik mijn eerste wedstrijd met hartritmestoornissen. Bij de start van de wedstrijd ging opeens het licht bij me uit, ik verzuurde en ik kreeg pijn in mijn borst. Ik keek op mijn hartslagmeter en had een hartslag van 240. Ik kan je vertellen, dat is niet gezond. Daarna heb ik een aantal onderzoeken gehad bij een cardioloog. Ik heb twee weken rondgelopen met een kastje dat van alles bijhield, maar er kwam niet echt iets uit. Daarna heb ik een aantal wedstrijden geen last gehad, en toen ging het half december weer fout. Hierna ben ik weer een aantal keer onderzocht, maar er kwam weer niks uit. Een slechtere voorbereiding op het NK, twee weken later, kon ik me niet voorstellen.

Toch stond ik aan de start, ik voelde me goed en ik zou met niets minder genoegen nemen dan de titel. Ik werd Nederlands kampioen en had geen last van mijn hart gehad. Ik was enorm blij, ik was al een aantal keer heel dichtbij de titel en nu had ik hem echt.

Twee weken later stond het WK veldrijden in Tsjechië voor de deur, en ik was degene die de prijzen moesten gaan pakken voor Nederland. Je moet je voorstellen dat het live op België 1 werd uitgezonden, onze Nederland 1 zeg maar, zo groot was het wel.  Ik ging voor een medaille en won uiteindelijk brons na een knotsgekke laatste ronde. Hierna werd het helemaal gek qua media-aandacht, dat was ook iets wat ik nog nooit had meegemaakt. Ik werd door de ploegmanager uitgenodigd in een vijf-sterren hotel in Praag met alle sponsors voor een diner, en kreeg als beloning een 4-jarig profcontract.

Hierna had ik een tijdje rust. Bij een ploegentijdrit in mei 2015 ging het weer fout. Ik kreeg weer last van hartritmestoornissen en heb na de onderzoeken besloten om te stoppen met wielrennen.”

 

Wat was de afweging die je moest maken?

“Ik kreeg de keuze om te opereren, zonder garantie het probleem te vinden, of te stoppen. Toen heb ik voor mijn eigen gezondheid te gekozen. En ja, je bent topsporter, dus waarom zou je er niet alles aan doen om dit te kunnen doen? Maar ik durfde niet meer alleen naar buiten om te trainen omdat ik dan misschien halfdood van mijn fiets zou vallen. Het plezier vloeide weg, dus had het voor mij geen zin meer. Ik heb in die tijd ook tegen een depressie aan gezeten. Ik was nota bene de beste van de Nederland en bijna wereldkampioen geworden, zo gek is dat niet.”

 

Wanneer begon je met wielrennen en wat waren je doelen toen?

“Ik begon op mijn negende en dat kwam omdat mijn buurjongetjes al fietsten. Ik begon het steeds leuker te vinden en kocht uiteindelijk een eigen fiets. Ik ging wedstrijden fietsen maar was nog niet zo goed. Een paar jaar later, toen ik twaalf was ongeveer, begon ik steeds beter te worden en ging ik ook meedoen om de prijzen. Maar toen ik een jaar of vijftien of zestien was, bleek dat ik echt talent had en tekende ik een contract bij de jeugdploeg van Telenet-Fidea. Vanaf dat moment had ik een doel: profwielrenner worden.”

 

In die tijd had je natuurlijk school en een sociaal leven. Hoe combineerde je dit met het wielrennen?

“Toen ik nog 14 was waren feestjes en dat soort dingen nog niet in beeld, maar toen ik echt goed werd kwam dit wel veel langs en moest ik het eigenlijk altijd laten schieten. Als ik op woensdag een keer een biertje zou drinken wist ik al dat het in het weekend niks ging worden. Ik ben ook expres naar de havo gegaan om school te kunnen combineren met het wielrennen. Ik was eigenlijk altijd aan het trainen of in het buitenland voor een wedstrijd. Dit viel niet te combineren met het vwo, maar sport ging voor, dus vond ik het toen niet zo erg.”

 

Was dit moeilijk of was de sport altijd belangrijker?

“Soms was het moeilijk, maar de sport was altijd het belangrijkste. Je moet het zien als een soort verslaving, een prestatieverslaving. Qua voeding was mijn leven minder streng dan mensen vaak denken. Mijn moeder heeft voedingskunde gestudeerd, dus die zorgde ervoor dat ik at wat ik moest eten op de juiste momenten. Het was wel streng, maar ik was er zelf niet zo veel mee bezig.”

 

Hoe veranderde jouw leven nadat je stopte?

“Ik had in het begin enorm veel vrije tijd en dat was in het begin moeilijk, je gaat er toch veel aan denken. Daarna stelde ik voor mezelf meteen een nieuw doel: dokter worden. Ik begon met de studie fysiotherapie om hier mijn propedeuse te halen en daarna geneeskunde te gaan studeren. Ik heb het er nog een tijdje moeilijk mee gehad, maar heb uiteindelijk besloten om al het contact met mijn oude leven te verbreken. Ik zag dat iedereen doorging terwijl ik iets heel anders aan het doen was. Ik heb mijn Facebook verwijderd en opnieuw aangemaakt, ik volgde het nieuws van teamgenoten niet meer en sprak ook met niemand. Ik startte eigenlijk met een nieuw leven.”

 

Hoe kijk je naar de toekomst?

“Na mijn intro bij de Fontys in Eindhoven wist ik eigenlijk pas hoe het was om een normaal leven te leiden. Ik maakte enorm veel nieuwe vrienden, ga naar genoeg feestjes en ik fitness. Daar ben ik wel redelijk serieus mee bezig, maar ik eet na het stappen tegenwoordig wel gewoon een frietje. Of ik terug wil? Nee. Ik heb al het contact verbroken en wil er ook nooit meer terug. Ik denk er bijna elke dag nog aan, maar ik ben nu misschien nog wel gelukkiger dan toen.”

 

Door: Noa Schoffelen, 04-12-2016.