‘IK HAD EEN MEISJE VAN 12 DAT DOOD WAS AANGESPOELD IN MIJN HANDEN’

foto-interview-alexToen de vader van de 22-jarige Hendrik de Kok zelfmoord pleegde, was dat voor hem een enorme klap. Na een paar maanden niets doen, werd hij door zijn moeder aangespoord om een baantje te zoeken. De Tilburger nam een baantje als beveiliger, maar toen hij op het nieuws de vluchtelingen zag, besloot hij om zijn baantje op te zeggen en om deze mensen te gaan helpen. Hij heeft in Lesbos, Duinkerke en Idomeni vrijwilligerswerk gedaan. In Nederland kreeg hij daarvoor veel media-aandacht, werd hij Jonge Vrijwilliger van 2016 en is hij genomineerd voor Brabander van het Jaar.

 

Je komt aan in zo’n vluchtelingenkamp, en dan?

“Je komt daar en het is gewoon echt een rampgebied. Er heerst een enorme chaos en er is niemand die leidinggeeft. Ik ging samen met de organisatie Live for Lives naar Lesbos en ik was opeens coördinator van 36 mensen die ik leiding moest geven. Er is daar niks. Geen wc’s, geen tenten en geen eten. Als je dan met eten aankomt en dat gaat uitdelen, dan ontstaan er vechtpartijen. Samen met andere organisaties probeer je dan zo snel mogelijk een plattegrond van het kamp te maken, zodat we dan het verdelen van voedsel en goederen makkelijker kunnen maken.”

 

Je bent in verschillende kampen geweest, zijn die erg verschillend?

“De mensen zijn over het algemeen hetzelfde. De meeste mensen komen uit Syrië, Afghanistan en Eritrea. In alle kampen was het ook zo dat als er iets werd uitgedeeld, er twee rijen waren: een rij met mannen en een rij met vrouwen en kinderen. Maar wat vooral overal hetzelfde is, is de gastvrijheid. Mensen geven liever het laatste beetje wat ze hebben aan jou dan dat ze het zelf opeten.”

 

Lig je ’s nachts nog weleens wakker van wat je daar hebt meegemaakt?

“Toen ik nog niet zo lang in Lesbos was heb ik op het strand geholpen met het aan land brengen van bootvluchtelingen. De paniek die ik daar bij mensen in de ogen zag, zal mij altijd bijblijven. Overal werden er mensen gereanimeerd en er spoelden mensen die verdronken waren aan. Het heftigste wat ik daar heb meegemaakt, is dat ik een meisje van 12 dat dood was aangespoeld in mijn handen had. Dan moet je daarna weer terug naar je eigen leven hier. Dat is echt klote.”

 

Om wat voor de mensen in de kampen te kunnen doen startte Hendrik het project Team Bananas op. Samen met andere vrijwilligers kocht hij bananen die hij uitdeelde aan de kleinste kinderen van het kamp.

 

Inmiddels is Team Bananas flink gegroeid, ben je daar trots op?

“Toen ik begon met het project waren het een paar honderd bananen. Nu is het project uitgegroeid tot iets veel groters. In meer dan acht kampen worden er bananen uitgedeeld. Toen we merkten dat het in de kampen steeds beter ging, zijn we de mensen die buiten de kampen zitten op gaan zoeken en die ook bananen gaan geven. We geven ze nu niet alleen meer aan de kleinste kinderen maar ook aan bijvoorbeeld zwangere vrouwen en bejaarden. Toch is het moeilijk om nee te zeggen tegen mensen die niet in deze groep vallen, maar als we dat niet doen heeft iemand die het harder nodig heeft misschien niets.

 

Hendrik werd door Live for Lives en Stichting Bootvluchteling gevraagd om de situatie in Idomeni te bekijken en in te schatten of ze daar naartoe moesten gaan.

 

Waar kijk je dan naar?

“Je moet zorgen voor de primaire levensbehoeftes. Dat is wat je als vrijwilligersorganisatie daar kan doen. Dat duurt vaak lang, té lang. Ik keek ook naar de veiligheid. Ik kon door mijn baantje als beveiliger gevaarlijke situaties inschatten. De spanningen liepen daar hoog op en dat leidde soms tot grote vechtpartijen. Ik ben dan niet echt bang. Mijn geluk was ook dat ik een ander kleurtje had en dat ik dus opviel. Ik zou daar nooit op m’n bek worden geslagen.”

 

Wat is er nog nodig in die kampen?

“Informatie. Het is voor vluchtelingen onduidelijk wat er met ze gaat gebeuren. Er wordt ze vaak verteld dat ze in een procedure zitten, maar er gebeurt dan niks. Verder is er goed onderdak nodig. Tenten zijn te afhankelijk van het weer. Daarnaast is er ook elektriciteit en goede Wi-Fi nodig voor contact met de buitenwereld en voor de procedures.”

 

Inmiddels is Hendrik weer terug in Nederland. Dat viel hem best tegen in het begin.

 

Wat viel er dan zo tegen?

“Toen ik thuiskwam was ik best een eikel. Als mijn zusje vroeg of de verwarming aan mocht, flipte ik helemaal. De kleine dingen die hier heel normaal zijn, vond ik zo onbelangrijk. Daar baalde ik wel van want ik ben mijn zusje en moeder wel heel dankbaar, ze stonden altijd achter mij. Het was ook wel heel erg wennen dat het belangrijkste hier was wat de tactiek zou zijn voor mijn hockeywedstrijd. Ik dacht dan ‘flikker op’, het gaat daar om leven en dood en we maken ons hier druk over een foute pass. Ik merkte ook dat veel, meestal laagopgeleide, mensen om mij heen al snel iets zeiden over die ‘kutvluchtelingen’. Dat begrijp ik ergens wel, want zij hebben het thuis vaak niet breed en ondertussen krijgen die vluchtelingen wel alle zorg. Maar hier in Nederland zijn we wel altijd veilig en kan bijna iedereen eten en een uitkering krijgen. Vaak als ik aan die mensen dan mijn persoonlijke verhaal vertel dan veranderen ze van mening.”

 

Heeft het vrijwilligerswerk geholpen met het verwerken van het verdriet om je overleden vader?

“Doordat je mensen spreekt die soortgelijke dingen hebben meegemaakt, kun je samen het verdriet verwerken. Het is echt mooi om te zien dat we, ondanks dat we iets verschrikkelijks hebben meegemaakt, toch zo sterk zijn dat we gewoon doorgaan.”

 

Je hebt in Nederland veel aandacht gekregen. Hoe denk je daarover?

Ik vind die aandacht voor mezelf niet zo fijn, maar wil wel graag mijn verhaal vertellen. Bovendien is het zo dat hoe meer aandacht ik krijg, hoe meer geld ik ophaal. Dat ik genomineerd ben voor Brabander van het Jaar en dat ik Jonge Vrijwilliger van 2016 ben geworden was wel een hele eer. De erkenning is fijn alleen het gaat nu wel over de rug van andere mensen die in de shit zitten.”

 

Hendrik is ondertussen begonnen aan een opleiding verpleegkunde om in de toekomst voor Artsen zonder Grenzen aan de slag te kunnen.

 

Door: Alex van den Hoven