‘Veel leerlingen willen helemaal niet anders zijn maar juist zijn zoals iedereen.’

Bron: Website Gay&School

De tijd die je op school doorbrengt, kan voor sommige jongeren een moeilijke tijd zijn. Jongeren kunnen of durven soms niet zichzelf te zijn omdat ze bang zijn om gepest te worden. Vooral LHBTI leerlingen kunnen hier veel moeite mee hebben. Voor deze leerlingen is de veiligheid op school, in de klas en ook de steun die ze van de docenten krijgen erg belangrijk. Stichting School & Veiligheid ondersteunt scholen bij het bevorderen van een sociaal veilig klimaat. Maartje Schneemann vertelt over haar werk bij Gay&School, onderdeel van deze stichting.

Maartje Schneemann: “De westerse samenleving is natuurlijk heel open. In Nederland heb je de christelijke scholen waarvan je zou kunnen zeggen dat die best moeite hebben met seksuele diversiteit. Maar ik heb het idee dat juist protestantschristelijke scholen, die erg actief bezig zijn met het geloof, deze onderwerpen ook wel goed oppakken. Ze zijn zich erg bewust van alles zoals waarden en normen. Ook zijn ze zich heel goed bewust dat ze misschien wel moeite hebben met onderwerpen als genderdysforie en homoseksualiteit. Maar ze hebben dus ook wel door dat ze misschien iets met deze onderwerpen moeten doen.

Respect is natuurlijk ook erg belangrijk in christelijke religies. Dus ik denk dat de christelijke scholen het er moeilijker mee hebben maar dat ze het ook beter oppakken omdat ze doorhebben dat het thema bestaat. Op een openbare school is juist een van de problemen dat veel docenten geboren zijn in de jaren 60 of 70 en die hebben zelf geen enkel probleem met homoseksualiteit of transgender personen. Deze docenten hebben zoiets van bij ons op school is dat helemaal geen probleem, iedereen mag uit de kast komen en dat speelt bij ons niet. Maar dan gaan ze voorbij aan het feit dat het bij de leerlingen wel degelijk lastiger kan liggen maar ook dat het bij elke leerling persoonlijk wel moeilijk kan zijn. Het is gewoon op persoonlijk gebied lastig en daar heb je als docent toch wel mee te dealen. Dan kan je nog zo open zijn.”

Scholen
“Wij willen dat scholen zien dat dit een belangrijk onderwerp is en we willen vooral dat ze gaan inzien dat ze iets moeten doen met dit onderwerp. Het thema speelt op alle niveaus en alles wat op school gebeurt heeft er mee te maken. Zoals de zorg coördinator, de maatschappelijk werkster of de mentor. Zij moeten tijdens een gesprek met een leerling in hun achterhoofd houden dat iemand misschien leerproblemen heeft omdat er iets speelt. Ik geef altijd als voorbeeld: als je met een jongere praat en het is een meisje dan kun je aan haar vragen: ‘Heb jij al eens een vriendje gehad?’. Als het meisje denkt dat ze misschien wel lesbisch is of ze weet het zeker dan kan ze een beetje verlegen worden van deze vraag. Maar als je zou vragen: ‘Ben je weleens verliefd geweest of heb je weleens een relatie gehad?’. Door andere woorden te gebruiken is het al een heel andere vraag en kan ze daarop inhaken. Dat zijn hele kleine dingen die enorme drempels kunnen zijn.

Leraren moeten zich erg bewust zijn van hun eigen woordgebruik en hun eigen voorbeelden die ze gebruiken in de les. Leraren moeten ook zelf doorhebben of ze onderwerpen als homoseksualiteit lastig vinden. En ze mogen dat best toegeven. Als ze het doorhebben dan kunnen ze nadenken over wat ze hiermee kunnen doen en over wat voor invloed het op de leerlingen heeft. Het is dus heel belangrijk dat docenten het in teams over deze onderwerpen hebben. Ook moet het een duidelijk onderdeel binnen een school en in de lessen zijn. Er moet een doorlopende leerlijn komen en het moet elk jaar terugkomen zodat het onderwerp blijft leven en ook omdat er steeds weer nieuwe docenten bijkomen. Het is belangrijk dat je zeker weet dat er een bepaalde kennis wordt overgedragen maar nog belangrijker dan kennis is de houding van de docenten.”

Hokjesdenken
“In je tienertijd wil je  aan de norm voldoen want dan hoor je erbij. Alles wat afwijkt is raar. Door iets af te wijzen bevestig je jezelf, dus als een jongen over een andere jongen ‘mietje’ of ‘homo’ zegt, op een negatieve manier, dan denkt hij zijn eigen mannelijkheid te bevestigen. Een jongen kan tegen een andere jongen zeggen dat hij een watje is of dat hij op een vrouw lijkt. Vrouwelijkheid wordt op de sociale ladder gezien als lager dan mannelijkheid en dus minder waard. Het bevestigen van zijn eigen mannelijkheid is dus een belangrijk deel van het homo roepen naar elkaar. Door elke keer te roepen zeg je dat jij dat niet bent.

“Een mens denkt vaak in groepen en allemaal hetzelfde.”

De belangrijkste reden is dus om jezelf te bewijzen en om erbij te horen. Het lijkt er nu ook wel een beetje op dat het seksuele gedeelte van homoseksualiteit niet het grootste probleem is. Dat twee vrouwen bij elkaar in bed liggen dat kunnen we allemaal nog wel aan. Maar twee mannen dat vinden we dan toch nog wel spannender en dat willen we eigenlijk niet altijd weten. Dit blijkt nog niet het grootste probleem te zijn. Het is meer het gender non-conforme gedrag, dat je je niet gedraagt zoals men van je verwacht dat bij jouw gender hoort. Dan heb je het dus over stoere meiden en zachtaardige jongens. Dat is waar wij als samenleving het meeste moeite mee hebben. Dus ook de heteroman die zich vrouwelijk gedraagt past gewoon niet in ons plaatje. Transgender is waarschijnlijk iets minder moeilijk want dat past meer bij ons hokjesdenken. En binnen het denken van wat zielig is, want we houden natuurlijk allemaal wel van zielige verhalen. We vinden dan bijvoorbeeld wel dat een jongen die eigenlijk meisje is dan helemaal meisje moet kunnen zijn. Anders zouden we het weer gek vinden. Dan klopt het weer voor ons idee.”

 

Meer weten over Gay&School: https://www.gayandschool.nl/

 

Door: Rachel Smits