“Je kunt veel kapot maken in vier jaar”

De groeiende steun voor populisme in lokale en landelijke politiek

MART MEIJER – Het politieke klimaat verandert. Er vindt een verschuiving plaats: politici moeten omgaan met de groeiende steun voor populisme en de luider wordende stem van de burger. Landelijk en internationaal kan dit verregaande gevolgen hebben, maar ook op kleinere schaal wordt politiek bedreven. Marjolijn Mijling, fractievolger voor de Nijmeegse Stadspartij DNF, toont haar blik op deze ontwikkelingen. ‘Bij populistische partijen denk ik wel eens: “Laat maar zien wat je in je mars hebt”.’

D66, PvdA, GroenLinks. Partijen die zowel in Nijmegen als in de landelijke politiek belangrijke spelers zijn. Steeds meer voelen deze partijen de hete adem van degenen die opkomen voor de ‘gewone, ontevreden Nederlander’. De tijd van traditionele politiek, waarin politici in Den Haag en op het gemeentehuis het middelpunt vormen, is voorbij. Anno 2016 moet en wil de burger gehoord worden. Als populistisch bestempelde partijen groeien harder dan ooit tevoren en via sociale media is onvrede uiten en steun vinden eenvoudig. Ook de lokale politiek kan niet achterover leunen met landelijke verkiezingen op komst, onderschrijft Mijling. “We kijken zeker mee, en gaan zelfs meedoen. We willen niet stilzitten de komende tijd. Op het moment dat iets landelijk speelt moet je ook jezelf daarin laten zien.”

De landelijke samenwerking en besluitvorming laat ook op lokaal gebied zijn sporen achter. “De landelijke politiek bepaalt al voor een groot deel wat er uitgevoerd moet worden. Als lokale politiek kan je niet teveel naar je hand zetten.” Als voorbeeld noemt Mijling de zorg. Een bij Stadspartij DNF vaak gehoord geluid is dat de zorgsector aandacht verdient. Dit valt echter onder landelijke besluitvorming. Verwaarloosde stadsdelen van Nijmegen, waar jongeren voor overlast zorgen, is daarentegen een terugkerende kwestie in de gemeenteraad. Maar niet alleen op gebied van besluitvorming kan de landelijke politiek de gemeenteraden beïnvloeden, want: “Als er landelijk een coalitie komt waar partijen haaks op elkaar staan, dan kan je er wel vanuit gaan dat dat lokaal zich ook zo zal vertalen.”

Er liggen voldoende verantwoordelijkheden bij de plaatselijke fracties. Volgens de fractievolgster moet de lokale politiek de brug slaan naar de achterban. “Dat wat het landelijke moeilijk maakt, moet via de lokale politiek uitgelegd worden aan de burger.” Zo wordt de politiek bereikbaarder voor alle Nederlanders, is Mijling van mening. Omdat burgers zich volgens haar sneller gehoord voelen in de lokale politiek neemt het gevoel dat de politiek ver van de burgers staat af.

Burgers willen graag gehoord worden, zoveel lijkt duidelijk. Dat moet echter niet alleen mogelijk gemaakt worden door raads- en Kamerleden, maar ook voor een groot deel door de burgers zelf, onderstreept Mijling. “Ik vind dat je zelf ook een verplichting hebt. Je kunt roepen dat de politiek niet naar je luistert, maar op het moment dat wij kenbaar maken wat wij voor de burger kunnen betekenen, moeten Nijmegenaren zichzelf ook laten horen.” De input vanuit de Nijmeegse samenleving komt momenteel vooral vanuit de hogeropgeleide, veelal net afgestudeerde twintiger. Deze woont in het stadscentrum van Nijmegen, kent de eveneens hogeropgeleide politicus en weet waar hij zijn vraag kan neerleggen zodat hij gehoord wordt. “De binding met de buitenwijken en achterstandswijken ontbreekt nog, ja. Die hebben meer aandacht nodig. Daar zijn ook meer problemen.”

Problemen in buitenwijken zorgen volgens Mijling ook voor de opkomst van het populisme. “Ik denk dat het populisme lokaal ook een kans heeft, omdat veel mensen het zwaar hebben. Op het moment dat mensen het zwaar hebben en iemand roept “ik ga het voor je in orde maken”, denk ik dat daar veel mensen vatbaar voor zijn’, zegt zij. Het beeld dat lokale partijen vaak populistisch zijn gaat volgens haar in het geval van Stadspartij DNF niet op. Dit idee ontstaat doordat stadsfracties vaak gekoppeld worden aan het principe dat niemand in de stad naar de bevolking luistert, maar de lokale partij wel. Dat is precies niet de insteek van de Stadspartij, zegt Mijling. Ze onderstreept nog maar eens hoe belangrijk het is dat initiatief van twee kanten komt. Als de burger niet het initiatief neemt om de politiek te benaderen, zal de afstand ook groot blijven, ongeacht de inspanningen van fracties.

Deze insteek verraadt al deels de politieke kleur van Stadspartij DNF. Geen populistische insteek, maar neutraal opgesteld richting de burger. Op de vraag op welke partij de DNF-achterban landelijk zal stemmen antwoordt Mijling vertwijfeld. “Ik denk dat ze niet zo gauw op GroenLinks zouden stemmen, en ook niet op de SP, want dat zijn in Nijmegen ook al de grootste partijen.” Ze maakt de vergelijking met D66 en het CDA. “Maar zeker weten doe ik het niet.”

De kern ligt in de nuance, zo benadrukt Mijling. Zelfs als de PVV actief zou worden in Nijmegen,ziet ze dan ook geen bedreiging voor de twee zetels van haar stadspartij. Ze vergelijkt de situatie van DNF met die van de meer populistisch geprofileerde partij Gewoon Nijmegen: “Ik denk persoonlijk dat wij iets minder last van een lokale PVV-fractie zullen hebben, maar dat komt omdat wij niet zo fel zijn.” Door je als partij reëel op te stellen richting de kiezers is een partij minder aantrekkelijk voor de grote massa, vindt Mijling. Het wordt dan wel makkelijker om beloften waar te maken. Ze is van mening dat ‘schreeuwgedrag’ van politici die zich afzetten tegen de traditionele politieke cultuur, na een regeerperiode van vier jaar meestal averechts werkt. De concrete plannen die de Stadspartij in haar partijplan vastlegt maken het voor burgers eenvoudig om raadsleden aan te spreken op de beloftes, terwijl de politici die het hardst roepen volgens haar niet uiteenzetten wat er moet gebeuren, maar alleen wat er fout gaat. “Ik houd zelf wel van trial and error,” zo concludeert de politica haar kritische visie op het zogenoemde schreeuwgedrag, “want je kunt veel roepen, maar laat maar zien wat je in je mars hebt. Daarna praten we verder.”