‘Je kunt iemand waarderen maar de volgende stap is respecteren’

Patricia Ooms is sinds september 2016 directeur van Dona Daria. Dit is een centrum voor emancipatie, participatie en sociale inclusie en verzorgt cursussen, themabijeenkomsten en workshops van oudsher aan vrouwen, maar sinds kort ook aan mannen en jongeren in een achterstandspositie. Maar wat doet Dona Daria om op te vallen in de politiek? Hoe pakt de organisatie een multiculturele samenleving als Rotterdam aan en wat kan de gemeente voor bijdrage leveren?

Bron: http://donadaria.nl/

Vrouwen hebben in Nederland al grote stappen gezet, maar de mannen moeten volgens Ooms ook betrokken worden bij emancipatie. “Zelf wil ik af van het woord emancipatie want dat wordt vooral gelinkt aan vrouwen. Mannen en jongens zijn hier ook aan toe, dus spreek ik liever van het woord ‘humancipatie’. Dona Daria staat dan ook voor alle mensen in de samenleving met een achtergestelde positie.” Mensen in Rotterdam bevinden zich in een polariserende stad en Rotterdammers raken zichzelf een beetje kwijt. Niet alleen de Rotterdammers met een andere culturele achtergrond, maar ook de oorspronkelijke Rotterdamse bewoner. “We moeten samen met andere culturen gaan overleggen wat belangrijk gevonden wordt in onze samenleving. Door goed te kijken naar de verschillende normen en waarden kom je tot nieuwe levensvaardigheden.”

Dona Daria houdt zich op dit moment niet bezig met de politiek. “We vinden het veel belangrijker dat mensen gaan stemmen, ongeacht op welke partij. In een organisatie als deze staan we voor sociale inclusie waar iedereen in mee mag doen. We willen geen politieke kleur uitdragen. Het enige wat we mee willen geven is dat mensen naar hun persoonlijke leven kijken en op basis daarvan een politieke keuze kunnen maken.” Dona Daria streeft ernaar dat je als individu ook kunt handelen in groepsverband. “Vooral bij migranten overheerst de collectieve druk, waardoor ze niet meer voor zichzelf kunnen opkomen. Het is belangrijk dat je binnen het ‘wij’, onder collectieve druk ook jezelf kunt zijn.”

Mensen komen in aanraking met Dona Doria door sleutelpersonen die te vinden zijn in verschillende wijken in Rotterdam. “Ze houden de wijk in de gaten en benaderen de mensen op een subtiele manier in het geval van problemen. De sleutelpersonen stralen vertrouwen uit doordat zij vaak zelf hetzelfde hebben meegemaakt.” Het gaat bijvoorbeeld om vrouwen die opgesloten zitten in hun eigen huis en er alleen uit komen met hun man. “Het is voor Dona Daria belangrijk dat we deze mensen in veiligheid brengen en vaardigheden aanleren.” Ook zijn de problemen per wijk verschillend. In Hillegersberg zijn er bijvoorbeeld minder problemen dan in een wijk als Feijenoord. “Er is ook een duidelijk verschil tussen migranten in Zuid en Noord, het is heel divers. Je merkt toch dat als mensen naar Nederland komen, ze naar een wijk trekken waar veel mensen wonen die uit hetzelfde gebied als zij komen in land van herkomst.”

Rotterdam heeft de meeste inwoners met psychische problemen. Dit valt vooral op onder Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse mensen. “Dagelijks hebben wij te maken met mensen die aan psychosociale problemen lijden. Dit komt onder andere veel voor bij mensen die in armoede leven. Armoede is een groot probleem in Rotterdam.” Ooms zou hier verandering vanuit de gemeente willen zien. “Rotterdam staat bekend als een stad van ‘geen woorden, maar daden’ en ‘schouders eronder’. De crisis is achter de rug en we moeten met elkaar de samenleving weer opbouwen. Ik zou dus willen dat de gemeente ruimte geeft voor creatieve en vernieuwende, onorthodoxe oplossingen. Het inzetten van een schuldentraject kost ons als samenleving veel, vooral ook de professionele inzet. Het kost ons als samenleving veel minder om bijvoorbeeld kleine schulden tot een bepaald bedrag kwijt te schelden met daar tegenover een tegenprestatie van de hulpvrager. Voordeel hiervan is dat de psychische druk afneemt en iemand zijn leven weer kan oppakken.” Op dit moment doet de gemeente er weinig aan, ze streeft nu vooral naar zelfredzaamheid van de bewoner zelf, ook al is die niet in staat om het probleem zelf op te pakken.

Organisaties als Dona Daria krijgen steeds minder subsidie van de gemeente. “Door de subsidie die wij ontvangen, zitten we vast aan strenge regels, wat weinig ruimte biedt voor inzet op bewoners terwijl dit ook nodig is. Organisaties houden zich vast aan de beschreven opdracht. Zo sla je veel innovatie weg. Ik vind het niet erg dat het minder wordt, want hierdoor word je extra creatief in het vinden van nieuwe financieringsmogelijkheden. Het is een uitdaging.”

Ooms wil ook aandacht geven aan de LHBT-samenleving en dan voornamelijk de LHBT’ers met een religieuze achtergrond. Ze maakt contact met moskeeën en kerken. “Ik heb laatst een imam gesproken en die geeft aan dat binnen de Koran niet specifiek beschreven staat hoe je omgaat met homoseksualiteit.” Niet iedere religieuze instelling is er weg van maar daar kijkt Ooms dan ook niet meer naar om. “Het besef vanuit die kerken komt wel steeds meer dat we open moeten staan naar hoe iemand gewoon is. Je kunt iemand waarderen maar de volgende stap is respecteren. Die boodschap moet steeds luider uitgedragen worden en daarin moeten we dus ook die samenwerking opzoeken.” Ook al is Dona Daria van oorsprong een organisatie voor vrouwen, vindt ze het wel belangrijk dat een groep als de LHBT-samenleving een stem krijgt.

Door Nina Beekenkamp en Vera Willers