Kevers op de kaart

Wat heeft zes poten, bestaat uit drie delen en staat over een aantal jaar op ons menu? Karin Thomas, wetenschapper aan de Universiteit van Tilburg, doet onderzoek naar voedsel van de toekomst. “Hoe gaan we twee miljard extra monden voeden in 2050?”

Mondiale moeilijkheid
Klimaatverandering, water, energie en bevolkingsgroei zijn problemen op wereldwijde schaal. Als het zo door gaat moeten we méér produceren met minder water- en landoppervlak. Wat ga je dan doen? “Op het moment dat India & China gaan groeien qua inwoners en welvaart, gaan zij ook meer vlees eten. Hoe krijg je uiteindelijk de hele wereld welgevoed, waarbij we de kwaliteit ook waarderen. Meer produceren met minder middelen is mega intensief, wat ten koste gaat van het dierwelzijn. We willen wel meer dierwelzijn, maar dat heeft consequenties voor van alles. Dat wil zowel ik als de burger niet.”

Biologisch
“Er is wel een verschil tussen de consument en burger. De burger wilt wel biologisch eten, maar de consument kiest voor goedkope producten. Zij laten in de winkel ander gedrag zien dan ze buiten de winkel zeggen. We kunnen, vooral omdat we zo veel voedsel verspillen (30%), ook niet allemaal biologisch eten, want dan hebben we heel veel ruimte nodig en die ruimte hebben we niet. Ook het idee van een eventuele vleestaks is niet naar mijn zin. Dit betekent dat er een hogere belasting op vlees wordt geheven en het alleen gegeten kan worden door rijken. Iedereen heeft recht op eerlijke kansen, ook op voedselgebied, dus je moet naar alternatieven in het algemeen kijken. Daar ben ik nu mee bezig, rekening houdend met dierwelzijn, sociaal wenselijke- en milieuaspecten.” Een van de oplossingen is het eten van insecten. Deze worden nu gekweekt om onder andere ons vee te voorzien van voedsel, maar het plan is dat zij binnenkort als ons diner dienen.”

“We kunnen niet allemáál biologisch eten.”

‘Alternatief voor intensief’
Karin zelf is een vegetariër die wel vis en schaaldieren eet, oftewel: een pescotariër. Alhoewel, er zitten ook insecten in haar lunchtrommel, dus ze is nog niet zeker over de naam die ze draagt. “Ik eet geen warmbloedige dieren, maar dit is puur omdat ik het niet lekker vind. Ik wil mensen geen consumptiepatronen opleggen. Daar kijk ik dus naar. ‘Iedereen vegetarisch’ zou minder aandacht krijgen en het is ook géén leuke boodschap. Ik geloof ook niet dat dat moet, ik probeer creatief te kijken naar oplossingen. Het gaat veel over bewustzijn. Duurzaamheid houdt zowel dierwelzijn als milieu aspecten in. Dus moet het wel rendabel zijn, zowel voor de boer en consument. Bij mij gaat het erom: als je het ene niet wilt, wat zijn dan de alternatieven. Om het voor mensen tastbaarder te maken in plaats van alleen maar te spreken over ‘duurzaamheid’ en ‘ketens’, is onder andere insecten  een idee. Ik weet dat het een alternatief voor dierlijke proteïne kan zijn en het veel intensiever kan worden geproduceerd zonder er emotionele waarde bij te voelen. Of het terecht is, is nog de vraag. Wie weet of iemand ‘het dierenwelzijn van een insect’ gaat onderzoeken.”

”Als je een insect meer ziet zoals je een garnaal pelt, valt het wel weer mee.”

Lange termijn of trend?
“Ik denk dat het een langdurig alternatief kan zijn, tenzij er allergenen worden gevonden of men niet aan de textuur kan wennen. Mensen die krekels hebben geproefd, vonden ze allemaal best wel lekker. Licht zoutig met de structuur van een gepofte rijstkorrel. Op de HAS heb ik een keer een bitterbal gegeten die was gemaakt op basis van insecten. De bal zelf was vrij zacht maar de smaak was prima. Ik ben absoluut positief over het initiatief. Met een knapperig krokant laagje en wat doorontwikkeling, zou het best op de markt kunnen worden gebracht.  Overigens eten mensen eigenlijk al insecten, zonder dat ze het weten, het zit al in sommige dingen verwerkt, bijvoorbeeld kleurstof. Voor zover ik nu kan inschatten, zouden we met insecten eten heel ver kunnen komen. Het  barbecuet natuurlijk niet zo leuk, en die vleugels gaan tussen je tanden zitten. Maar als je een insect meer ziet zoals je een garnaal pelt, valt het wel weer mee.”

Door: Elise van Rossum