Jöran is bipolair: “Ik zag mijn ouders als de duivels”

© Paul Rapp

Jöran Moerkens (37) is bezig met een documentaire over bipolariteit, met zichzelf in de hoofdrol. Zijn stoornis liep als een rode draad door zijn leven. Daar wil hij nu open over zijn, om de taboe rond bipolariteit te doorbreken. Zlatan, zoals hij vaak wordt genoemd vanwege zijn gelijkenis met de stervoetballer, vertelt over zijn ervaringen en hoe ontzettend uiteenlopend die zijn.

Zie jij het leven niet meer zitten? Praten kan opluchten. Je kan 24/7 anoniem chatten via 113.nl of bellen met 113 of 0800-0113 (gratis)

Voordat we gaan zitten deelt Jöran al meteen zijn zorgen. Hij heeft al vier interviews afgerond deze week en er valt hem iets op. “Ik praat vanuit mijn hart en mijn gevoel en ik ga er vanuit dat dat goed is. Als ik dan een interview teruglees, dan wordt er iets gekoppeld aan een ander feitje en vergaat het punt wat ik probeerde te maken een beetje.” Ik drink de koffie maar in één teug leeg en ga zitten aan de ronde tafel in de verlaten kantine van de tennisclub waar we hebben afgesproken.

Toch blijft Jöran interviews doen, om zo in contact te blijven met zijn – potentiële – publiek. “Ik wil in ieder geval bereikbaar blijven,” legt hij uit, “Ik heb het natuurlijk over heftige onderwerpen en dan is het belangrijk dat mensen contact met je kunnen zoeken. Je kunt niet zomaar iets spuien, om dan van het podium te verdwijnen. Hoe graag ik dat soms ook zou willen.”

Als ik vraag hoe het gaat, barst eigenlijk het gesprek al open. “Ik voel meteen aan het begin van de dag of ik me goed ga voelen of niet. Dat komt mede doordat ik mezelf zo goed heb leren kennen de laatste jaren. Kleine dingetjes maken nu mijn dag goed. Als ik opsta is mijn eerste doel altijd al geslaagd. Toen ik depressief was leerde ik met kleine doelen te werken.” Structuur houden heeft hem op de been gehouden. “Als ik ’s ochtends allemaal afspraken inplan, is de rest van de dag ook minder zwaar.”

“Ik moet altijd eerlijk tegen mezelf zijn, omdat ik dan geen masker hoef op te zetten naar de buitenwereld. Ik heb dat heel lang gedaan, bijna mijn hele studententijd, maar dat is niet te doen, joh. Dat masker is veel te vermoeiend.” Vlak na zijn studententijd kreeg Jöran de diagnose bipolair. Dat betekent dat hij extreem gevoelig is voor manieën, psychoses en depressies. Hij was toen 27. “Dat lijkt misschien vrij oud, maar bipolaire diagnoses duren vaak een jaar of 10,” legt hij uit. “Elk probleem kan worden uitgelegd als een andere stoornis, tot er op een gegeven moment een patroon in wordt gezien.”

Wat is een bipolaire stoornis?

Dit is een psychische aandoening met (hypo)manische en depressieve episodes, onderbroken door stabiele periodes. Het wordt daarom ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Bipolariteit is te herkennen aan uitersten in stemming en activiteit. Het komt voor bij ongeveer 1.3% van de Nederlanders (± 210.000 personen), waaronder vrijwel evenveel mannen als vrouwen.

“Eigenlijk moet je die diagnose zo snel mogelijk vergeten, om daar niet aan vast te blijven plakken. Voor iedereen werkt de stoornis anders, dus je moet vooral naar jezelf kijken en hoe jij er mee om kan leren gaan.” Vooral naar zichzelf kijken was inderdaad de enige optie, want in zijn familie werd er niet gepraat over dit soort dingen. “Andere familieleden zijn ook gediagnosticeerd met bipolariteit, vandaar dat het er ook wel zat aan te komen. 10 jaar geleden kwam ik net uit het ziekenhuis na een manie en toen heb ik besloten het contact met mijn ouders te verbreken. Ik heb ze sindsdien nog 3 of 4 keer gezien, maar elke keer voelde ik zoveel spanning dat ik die gelegenheden nu het liefst ontwijk.”

Na een teug koffie en de blik geconcentreerd op de nabijgelegen tennisvelden vervolgt hij: “Dat is natuurlijk het laatste wat je wilt. Maar het was gewoon beter zo.”

“Ik zat toen in een psychose en zag ze als de duivels. Ik kreeg ook gedachtes dat ik ze iets aan moest doen. De crisisdienst raadde ze toen aan de politie te bellen, wat ze met tegenzin hebben gedaan. Het blijft je kind.”

De laatste weken is Jöran druk bezig alle rapporten op te vragen over zijn opnames in de verschillende crisisopvangcentra waar hij in zat. Dat kan best confronterend zijn. “Gelukkig is het nu wat makkelijker dan vroeger, omdat er al best wat tijd overheen gegaan is. Ook heb ik enigszins geleerd hoe ik ermee moet omgaan.”

Ik vroeg verbaasd hoe hij dat heeft geleerd. Lachend: “Door een paar keer flink op je neus te gaan, denk ik.” Wat serieuzer voegt hij daaraan toe: “Na de laatste IBS (In Bewaring Stelling oftewel gedwongen opname, red.) besef je dat je het normale leven zoals je dat wilt echt even moet loslaten. Je moet accepteren dat je eerst beter moet worden. Het moet vooral niet te snel gaan, want dan donder je net zo hard weer terug.”

In 2010 ondernam Jöran een suïcidepoging. “Ik was net twee maanden opgenomen geweest met een IBS en ik probeerde dus weer snel deel te nemen aan de maatschappij. Iedereen keek heel vreemd naar me, alsof ze bang voor me waren geworden. Op de voetbalclub knapte ik en stapte ik huilend van het veld. Ik snapte niet dat iedereen kon doen alsof de wereld normaal was. Toen ben ik thuis op de bank gaan zitten en daar niet meer vanaf gekomen. Nadenken over of ik een uitweg kon vinden. En dat kon, voor mijn gevoel, niet.”

“Daarna moest ik 10 weken wachten op hulp. Toen ik een dikke darmontsteking kreeg, werd ik met spoed opgenomen in het ziekenhuis. Na de zelfmoordpoging probeerde ik hulp te zoeken, maar kon ik nergens terecht voor een crisisopvang. Terwijl je in beide gevallen in een levensbedreigende situatie zit.”

Na een lange stilte vervolgt hij: “In eerste instantie zullen mensen niet zo gauw over dit soort dingen praten, omdat het onbekend terrein is. Dat voelt dan heel fijn, maar er zijn zoveel dingen gebeurd dat je er eigenlijk wel over moet praten.”

Dat praten doet hij nu en niet alleen met mij. Ook veelvuldig met de politie. “Ik hoop dat zij op andere manieren gaan kijken naar mensen met een stoornis, zodat mensen als ik niet zó lang in de isoleercel hoeven te zitten omdat de agenten ze niet begrijpen.”

De term ‘verwarde persoon’ maakt bij Jöran veel los. “Ik vind dat zo’n verschrikkelijke term. Ik heb het liever over onbegrepen gedrag. Dat vind ik een hele mooie term, want je begrijpt jezelf volledig, maar je slaat wartaal uit voor de rest van de wereld.”

Bang voor negatieve reacties, is Zlatan niet. “Negatieve reacties zullen vast komen, er zullen vast mensen van alles gaan denken. Maar dan begrijpen ze me gewoon niet. Ik maak deze documentaire niet voor hen, ik doe het voor degenen die wel worden geraakt en die wel steun halen uit deze documentaire. Al is het maar één iemand. Zoals in de geest van Zlatan, wil ik uitdragen: Never quit.”

De documentaire Zlatan Is Gek is nu in productie en wordt in de tweede helft van 2021 uitgebracht. Doneren om het project te steunen kan via www.zlatanisgek.nl.

Door Quinten Wassenburg