Joost van Oort: ‘Uitgevers vinden mij vervelend’

Joost van Oort (35) is misschien wel de bekendste leraar in Nederland. Zijn geschiedenisvideo’s op Youtube zijn meer dan dertien miljoen keer bekeken. Maar hoe bereidt deze hypermoderne leraar zich voor op de toekomst?

Het vernieuwingsplan Onderwijs 2032 moet het huidige onderwijs moderniseren en klaarstomen voor de toekomst. Joost van Oort, geschiedenisleraar op het Sint Joriscollege in Eindhoven, besloot al in 2011 dat hij zijn lessen anders wilde inrichten. Hij is op eigen initiatief zijn lessen digitaal gaan aanbieden via Youtube. Tegenwoordig kloppen uitgevers bij hém aan om te vragen of hij zijn lesmateriaal aan hen beschikbaar wil stellen. Van Oort blikt vooruit naar 2032 en vertelt over de tekortkomingen in het onderwijs anno nu.

 

Wanneer dacht u voor het eerst: ik ga het eens helemaal anders aanpakken?

“Ik ben de video’s gaan maken om twee redenen. Enerzijds vanwege leerlingen hierop school die onderwijs op afstand volgen, omdat ze topsporter zijn. De andere reden is nog veel wezenlijker, ik vind dat ik te weinig tijd heb. Voorheen moest ik door de stof racen, nu is er meer tijd voor de verdieping.”

“Uit ervaring weet ik dat voor sommige leerlingen een boek niet voldoende is. Het maakt me niet uit hoe je de informatie tot jouw kennis maakt, als je het maar doet. Je kunt daarvoor mijn video’s gebruiken, maar ook je boek of dat van een vriend of vriendin. Dan kunnen we in de les kijken waar de lacunes zitten.”

 

Doen leraren hun leerlingen tekort als ze vasthouden aan de oude manier van lesgeven?

“Een leraar doet zijn leerlingen tekort als hij zegt dat je per se zijn boek en aantekeningen moet gebruiken. Keuzevrijheid is typisch voor deze tijd en dat heeft te maken met de digitale ontwikkelingen. Jij (hij wijst naar mij) kan ook je eigen kanaal beginnen, maar dat betekent niet dat dat goed is. Toch kan een leerling denken: hé tof, die uitleg ga ik gebruiken. Achteraf blijkt dat je allemaal onzin vertelde. Leerlingen hadden mijn video’s ook minder goed gevonden als ik direct begonnen was met video’s maken. Nu had ik vijf jaar leservaring.”

 

Uitgevers kunnen ervoor zorgen dat leerlingen online en digitaal wel betrouwbare informatie krijgen voorgeschoteld. Wat doen uitgevers concreet als het aankomt op de digitalisering van het onderwijs?

“De laatste jaren zijn er flinke stappen gezet in de kwaliteit van digitale lespakketten. Toch moeten er nog grote stappen worden gezet. Ik vind adaptieve leermethodes erg tof. Een slim lesprogramma past de moeilijkheid van de vragen aan het niveau van het kind aan.”

“Uitgevers vinden mij, en andere leraren die dit doen, vervelend. Ik haal een deel van hun inkomsten weg. Met de video’s en eigen lesmateriaal heb ik het boek niet meer nodig. Alle grote uitgevers zijn bij mij langs geweest met de vraag of ze mijn lesmateriaal mogen overnemen. Toch doe ik dit niet, omdat mijn video’s dan achter een betaalmuur komen. Wat ik juist tof vind is de gedachte dat anderen er misschien ook nog iets aan hebben.”

 

Het kost u tijd, en het levert u geen geld op.

“Dat, klopt. Ik krijg er financieel niet heel veel voor terug, maar ik bouw wel kennis en contacten op. Allemaal onverwachte bijvangst. Een klein deel van de docenten neemt bijvoorbeeld contact met me op. Zo’n docent vraagt mij dan of ik iets heb aan de vragen die hij heeft gemaakt bij mijn video’s.”

 

Kan het onderling delen van lesstof niet veel efficiënter?

“Er waren in het verleden platformen waarop leraren lesstof konden delen, heel groot was VO-content. Maar het probleem daarvan is de structurering. Welk lesniveau? Waar past het bij? Wat is het onderwerp? Die platformen komen nooit heel hard van de grond. De vraag is of het nodig is. Het zou handig zijn, maar informeel gaat het ook best goed.”

 

Zijn de resultaten van uw leerlingen verbeterd door uw video’s?

“De resultaten zijn zeker beter geworden, neem bijvoorbeeld de examenresultaten. Dat is niet met gehele punten, maar wel met tienden. En dat is op het landelijk gemiddelde stiekem ook wel wat. Bovendien zijn de lessen leuker, interessanter en dynamischer. Men denkt vaak dat ik tijdens mijn lessen harstikke digitaal bezig ben. Maar ik gebruik juist heel veel papier. Ik geef ze kaartjes met opdrachten. Ze werken de opdrachten in groepjes uit, zoeken dingen op en gebruiken tekeningen om zaken te verduidelijken. Leerlingen gaan samen aan de slag en worden enthousiast van de stof. Dat is wat ik wil. Misschien moeilijk in cijfers uit te drukken, maar er zijn minder mensen die met tegenzin naar een les geschiedenis komen.”

 

Welke tekortkomingen zijn er in het onderwijs?

“Digitale hulpmiddelen waarmee je de diepte in kunt gaan. Snel wat begrippen intypen en meerkeuzetoetsjes gaan prima. Wellicht ken je het eindexamen geschiedenis. Dat zijn hele lappen tekst, en de computer kan de lappen tekst nog niet nakijken of er feedback opgeven. Dat moet ík nog steeds doen. De leerling moet op mij wachten.”

 

Door dit te automatiseren graaft u uw eigen graf.

“Automatisering kan slechts tot op een bepaalde hoogte, denk ik. Al vraag ik me wel af of we ons inderdaad niet overbodig aan het maken zijn. Toch is onderwijs meer dan alleen leren, het is ook een sociale omgeving. Ik zou het een spookbeeld vinden wanneer leerlingen met hun laptop en koptelefoon opzitten en niet in de gaten hebben wat er om hen heen gebeurt.”

 

Hoe typeert u de leerling van nu?

“Ze halen dezelfde streken uit als ik vroeger. Wij schreven briefjes en gaven die door, nu wordt er tijdens de les geappt. Een groot verschil is wel de vluchtigheid van het nieuws. Alles moet in korte berichten. (grinnikt) Opleiding journalistiek, doe er wat aan! Dat zorgt ervoor dat leerlingen zich minder goed kunnen focussen. Ik heb het nooit bijgehouden, maar de spanningsboog van leerlingen is de afgelopen jaren wel verminderd. Dat komt omdat we steeds meer gewend zijn aan korte headlines.”

 

U draagt met uw video’s bij aan de vluchtigheid en versimpeling van informatie.

“Ik draag in zekere zin bij aan het vergroten van het probleem. Maar anderzijds kan ik tijdens mijn lessen meer de diepte ingaan. Leerlingen denken: oké ik moet alleen even die video’s bekijken. Daar ligt voor mij de taak om duidelijk te maken dat geschiedenis meer is dan feitjes. Dus het wordt helemaal niet simpeler. De buitenwachten zien alleen JORTgeschiedenis met zoveel miljoen views, maar die zitten allemaal niet bij mij in de klas.”

 

Hoe ziet het onderwijs er in 2032 uit?

“Ik denk dat de keuzevrijheid verder gaat toenemen. Een leerling kiest vaker hoe hij wil leren en welke leraar daar het beste bij past. Ook zijn er meer mogelijkheden om les te krijgen naar je eigen interesses en capaciteiten. Oké, je bent een havo leerling, maar je kunt Engels wel op vwo-niveau. Daarnaast kunnen leerlingen bijvoorbeeld minder lessen volgen.”

 

Of misschien helemaal geen lessen meer.

“Dat zou ik geen goede trend vinden. Informatie is nog geen kennis. Dus die moet je je eigen maken. En daarom is het contact tussen leraar en leerling belangrijk.”