“Ik wil een arm om me heen, iemand die van me houdt”

Al vanaf zijn achttiende is Jim verslaafd aan alcohol en cocaïne. Inmiddels is hij tweeëndertig en ondanks dat hij al bijna een jaar geen alcohol meer heeft gedronken, beheerst de cocaïne nog altijd zijn leven.

Door: Yoram Kremers

“Ik snoof elke dag anderhalve gram cocaïne. Daarnaast dronk ik meer dan acht liter bier op een dag. Ik sliep elke dag pas rond 6 uur en het eerste wat ik ’s morgens deed was een blik bier open trekken. Die gooide ik dan meteen achterover. Ik ontbeet vaak niet omdat ik door de cocaïne van de avond er voor geen eetlust had. In plaats daarvan dronk ik vier halve liters bier voordat ik van huis wegging. Er zaten zelfs dagen bij dat ik wel 24 blikken op een dag dronk; dat is een hele tray. Op een gegeven moment dacht ik: dit kan zo niet langer en dus nam ik contact op met Novadic-Kentron en liet ik mezelf opnemen in een afkickkliniek.”

“Dieren beoordelen je niet meteen zoals mensen dat wel doen.”

Het afkickproces begon voor Jim met een detoxificatie, waarbij zijn lichaam helemaal drugsvrij werd gemaakt. Vervolgens ging hij in therapie en daarnaast kreeg hij een dagbesteding toegewezen. Als dagbesteding tijdens zijn afkickproces ging Jim parttime werken als hulpboer op de zorgboerderij van boer Theo. Samen met andere ex-verslaafden hielp hij de boer mee met allerlei zaken. Zo verzorgde hij de schapen en de koeien, en nam hij ook het onderhoud van de boerderij voor zijn rekening. Ondertussen werd Jim gestimuleerd door boer Theo. Ook buiten de werkuren hielden Jim en Theo contact, bijvoorbeeld via WhatsApp. Zo bouwden de twee een vertrouwensband op.

“Het werk op de boerderij hielp mij om van de drugs af te blijven. Het bracht structuur in mijn leven en dat heb je hard nodig als je herstellende bent van een verslaving. Ook was het fijn dat hier mensen rondliepen die mij begrepen. Zij snapten in welke situatie ik me bevond. Ik vond het heerlijk om buiten bezig te zijn en het werken met dieren gaf me rust. Ik heb het altijd al goed kunnen vinden met dieren. Dieren beoordelen je niet meteen zoals mensen dat wel doen.”

“Op de boerderij liep vroeger ook een hond rond: Lucky. Hij was echt mijn maatje. Hij kwam altijd meteen op me afrennen wanneer ik het erf opliep omdat ik elke dag een koekje voor hem mee nam. Toen Lucky op een dag niet op me af kwam rennen, vroeg ik waar hij was. Mij werd verteld dat hij was overleden. Dat vond ik heel erg. Ik was m’n maatje kwijt.”

“Zodra ik geld had, ging ik meteen naar mijn dealer.”

Na het beëindigen van zijn afkicktraject, stopt voor Jim ook het werk op de zorgboerderij. Hij besluit weer fulltime te gaan werken en zijn leven op te pakken. Een paar weken houdt hij dat vol, maar uiteindelijk grijpt hij toch weer naar de cocaïne.

“Ondanks dat ik weer verslaafd was geraakt, heb ik nog een lange tijd gewoon doorgewerkt. Dat moest ook wel om aan geld te komen. Zodra ik geld had, ging ik meteen naar mijn dealer. Ik was schilder. Wanneer ik bij mensen thuis kwam werd er niet eens gevraagd wat ik wilde drinken; ik kreeg gelijk een biertje aangeboden. Na een tijdje namen de drugs mijn leven weer zodanig over, dat ik mijn baan als schilder niet meer kon volhouden.”

Na wekenlang thuis te hebben gezeten loopt Jim Theo tegen het lijf. Theo merkt aan Jim dat hij weer is teruggevallen en hij overtuigt hem om zich weer op te laten nemen.

Die opname was in februari dit jaar. Sindsdien heeft hij geen druppel alcohol meer gedronken, maar helaas lukte het hem niet om van de cocaïne af te kicken. Morgen wordt Jim opnieuw opgenomen om zo ook van zijn cocaïneverslaving af te komen. Ondanks alle tegenslagen is Jim vastberaden dat het hem deze keer wel gaat lukken om clean te blijven.

“Omdat mijn wil nu groter is dan ooit, ben ik er zeker van dat ik deze keer óók van de cocaïne kan afblijven. Als er geen wil is, dan zal er nooit een weg komen. Vanaf mij achttiende is voor mijn gevoel mijn leven stil blijven staan. Ik ben dan wel ouder geworden maar in m’n hoofd heeft de tijd stilgestaan. Het is een eenzaam leven en het is heel moeilijk om dat te veranderen. Drugs maken veel meer kapot dan je lief is, alcohol ook trouwens.”

“Ik heb maar één vriend, die is ook verslaafd geweest. Hij heeft inmiddels een vriendin en kinderen. Daar ben ik best wel jaloers op; ik heb helemaal niks. Ik wil mijn leven weer terug en ik wil net zoals hem ook een arm om me heen; iemand die van me houdt. Maar goed, wie wil er nou een relatie met iemand die elke dag coke in z’n kop heeft? Ik zal nooit een leven zoals dat van hem krijgen als ik niet van de cocaïne afkom. Met die gedachte in mijn hoofd gaat het lukken, ik weet het zeker. Ik ben blij dat ik morgen weer opgenomen word.”

Wegens privacy redenen is Jim’s echte naam niet gebruikt.