‘’Je kan nog beter kun been afhakken dan hun telefoon afpakken’’

Tilburg- Een leerling die weigert zijn telefoon in te leveren, een klas vol gezichten die stiekem naar beneden kijken op een schermpje, appen en bellen tijdens de les. Dit zijn voorbeelden van telefoonverslaving bij jongeren, en hoe dat de concentratie op school beïnvloedt. ‘’Ik zit in de klas tegen allemaal naar-beneden-starende hoofden aan te kijken’’. Dat zegt economiedocent Dirk Jansen (53).

‘’Meneer, ik kan mijn telefoon echt niet inleveren, want ik verwacht een belangrijk telefoontje van mijn moeder’’. ‘’Meneer, ik beloof dat ik hem weg doe dit keer’’. ‘’Meneer, ik gebruik mijn telefoon alleen even als rekenmachine’’. Dit zijn smoezen van leerlingen die economiedocent Dirk Jansen dagelijks hoort van zijn leerlingen. ‘’Smoezen worden steeds vaker gebruikt, omdat kinderen steeds vaker hun telefoon moeten inleveren. Ze worden steeds nieuwsgieriger naar de meldingen op hun telefoon, de verleiding wordt steeds groter, en telefoons moeten steeds vaker worden afgepakt.’’

In de afgelopen jaren is het telefoongebruik onder jongeren enorm gestegen. Waar er in 2012 ongeveer 61,5% internetactiviteit werd gemeten, werd in 2019 een meting gedaan van 87,4%. Dit blijkt uit cijfers van het rapport van het CBS uit 2019 over internet; toegang, gebruik en faciliteiten.

De telefoonverslaving wordt inmiddels als ‘normaal’ beschouwd, en dan vooral onder jongeren. De meeste leerlingen maken er dan ook een groot probleem van als ze hun telefoon moeten inleveren bij de docent. ‘’Ik zeg altijd: je kan nog beter hun been afhakken dan hun telefoon afpakken.’’ Zijn ervaringen met de mobiele telefoons van de leerlingen zijn meestal niet goed. Hij ziet mobiele telefoons vooral als een afleiding. ‘’Leerlingen zijn zo gewend dat ze altijd meteen hun berichten kunnen checken. Als ze een notificatie van hun telefoon krijgen, kunnen ze het vaak gewoon niet laten om dan niet te kijken. De meeste leerlingen zijn simpelweg te nieuwsgierig om hun telefoon dan eventjes te negeren en weg te leggen.’’

 

 

Wanneer ben je dan telefoonverslaafd?

Volgens de website www.digiminderen.nl ben je telefoonverslaafd als je non-stop spelletjes speelt op je telefoon, als je vaak gebruik maakt van social media, als het je omgeving opvalt dat je heel vaak gebruik maakt van je telefoon, als je de hele tijd de drang hebt om dingen op te zoeken op je telefoon, en zelfs als je ’s nachts droomt over de apps die je gebruikt. ‘’Ik snap heel goed dat je de inkomende meldingen op je telefoon wilt bekijken, maar dat gaat ten koste van de concentratie die je hard nodig hebt tijdens de les.’’

 

Door de jaren heen

Een groot verschil tussen nu en tien jaar geleden is volgens meneer Jansen de opkomst van de smartphone. ‘’Vroeger, toen iedereen nog zo’n simpele Nokia had, vormde de telefoons nog geen afleiding omdat ze alleen gebruikt konden worden om te bellen en te sms’en. Nu kan je zo veel meer met een mobiele telefoon. Appen, bellen, spelletjes doen, social media, dingen opzoeken op google en foto’s maken.’’

Ook buiten de les kunnen leerlingen niet van hun telefoon afblijven. Als meneer Jansen door de aula loopt, ziet hij overal groepjes leerlingen die elkaar niet aankijken, maar allemaal op een schermpje zitten te kijken. Je kan je natuurlijk afvragen: is dit dan zo erg?

Een negatieve kant van de ontwikkeling van telefoonverslavingen is het effect dat het overmatige telefoongebruik heeft op leerlingen die gepest worden. ‘’Als je gepest wordt, neem je dit hierdoor ook met je mee naar huis, in plaats van dat je het op school achterlaat. Thuis word je nog steeds geconfronteerd met pestgedrag omdat het pesten vaak via sociale media door gaat.’’

 

Regels

‘’Bij ons op school is de regel dat je tijdens de les niet op je telefoon mag. Als de leraar je daar op aanspreekt, moet je je telefoon inleveren. Als we merken dat dit vaak gebeurt, moet je je telefoon aan het begin van de week inleveren en dan kan je hem vrijdagmiddag weer ophalen.’’ Dit soort regels gelden op de meeste middelbare scholen. Natuurlijk zijn er wel leerlingen die met creatieve en stiekeme oplossingen komen. ‘’Ik heb meerdere keren meegemaakt dat ik een telefoon moest afpakken van een leerling en een kwartiertje later haalde de leerling gewoon een tweede telefoon uit zijn tas.”

 

Digitalisering van het onderwijs

‘’Natuurlijk moet je als school wel met de tijd mee gaan. We kunnen niet doen alsof de mobiele telefoons niet bestaan, en het is juist goed als leerlingen er goed mee om leren  gaan’’. Op de school van meneer Jansen werken ze hierom tijdens de les met iPads. Dan vraag je je misschien af: waarom dan geen mobiele telefoons, maar wel iPads? Met een systeem op de iPad moeten de leerlingen toestemming vragen om bepaalde apps te gebruiken, en dingen op te zoeken. De docent moet dan toestemming geven, en op die manier hebben de docenten controle over wat de leerlingen doen tijdens de les. ‘’Als leraar ben je niet de baas over wat een leerling doet op zijn of haar telefoon, omdat dat privébezit is. Maar omdat de iPads van de school zijn, hebben wij de mogelijkheid om te bepalen wat de leerlingen wel en niet mogen doen.’’

 

Uitzonderingen

‘’Af en toe gebruiken we wel onze mobieltjes voor nuttige doeleinden. Bijvoorbeeld als we met z’n allen een Kahoot gaan doen. Dat soort dingen zijn over het algemeen nuttig, omdat je de stof behandelt, maar de meeste leerlingen vinden dit ook echt leuk. En natuurlijk maak ik soms een uitzondering als mensen een foto willen maken van dingen op het bord.’’

 

Online lessen

Een aantal weken later zitten we met het hele land in lockdown. Dit betekent voor vele leerlingen dus online les. ‘’Het is voor leerlingen makkelijker om stiekem op hun telefoon te zitten als de lessen online zijn. Wij zijn als school ook aan bepaalde regels gebonden rondom de privacy van de leerlingen, dus we kunnen niet ingrijpen nadat we de leerling er op hebben aangesproken. We mogen de leerlingen alleen verplichten om hun camera aan te zetten, en op die manier proberen we het in de gaten te houden. Als leerlingen steeds niet luisteren kunnen we een aantekening maken in Magister en de ouders bellen.’’