Inzicht op autisme

 

Hans Pronk (61) is een psycho-sociaal hulpverlener, en begeleidt al een goed aantal jaren allerlei mensen met een psychiatrische aandoening en/of stoornis: autisme, bijvoorbeeld. Er bestaan nog steeds veel misverstanden tussen de autist en de niet-autist, maar die kunnen volgens de heer Pronk vrij simpel vermeden worden. Verder schijnt Hans zijn licht op het gebruik van medicijnen, en ook hoe het nou zit met autisme in vrouwen.

Codyjames.t | Props

       

                                                                                                                    

 

De heer Pronk vermijdt altijd de woorden ‘aandoening’ en ‘stoornis’ in zijn gesprekken: 

‘’Het is heel belangrijk dat je autisme ziet als een andere manier van het waarnemen of het ‘filteren’ van de werkelijkheid. Zoiets wilt niet zeggen dat je een ‘stoornis’ hebt. Je hebt ook makkelijker contact met cliënten als je ze zo benadert.’’  

 

Welke misverstanden zijn er bij ‘normale’ mensen over autisme?

‘’Vroeger had men heel weinig kennis over autisme, maar er is nu heel veel informatie beschikbaar: Er zijn films, documentaires en nog veel meer. De misverstanden gaan vaak over hoe je met zo’n iemand omgaat: Op bepaalde gebieden worden ze heel gauw overvraagd. En overvraging leidt tot interne spanning. Ze kunnen het niet altijd aangeven of verwoorden, maar het is er wel. En als dat er is, gaat hun cognitieve functioneren achteruit. En dat gedrag zien wij als vreemd of afwijkend; Maar ze bedoelen dat niet. Een misverstand zou zijn: ‘hij spoort niet’ of ‘dat zou hij toch moeten kunnen?’. Eigenlijk gaat het dan niet zozeer meer over een misverstand, maar meer elkaar niet begrijpen. 

Ze hebben het vaak lastig met meevoelen, en dat komt doordat hun empathie soms anders is. Soms is het zo dat ze wel bepaalde dingen kunnen als je het aan hen uitlegt, maar ze het niet uit zichzelf leren; Mensen met autisme zijn vaak ook minder snel geneigd om na te denken over waarom iets fout is.’’

 

Er zijn verschillende vormen van autisme

Autisme is een breed onderwerp met vele verschillende vormen. ‘Op het spectrum’, Asperger’s syndrome en PDD-NOS zijn een paar voorbeelden hiervan. Deze vormen hebben allemaal hun eigen kenmerken en patronen, maar dat wilt niet zeggen dat die kenmerken bij elk persoon voorkomen.  

 

‘’Je kan niet elke persoon met autisme op dezelfde manier benaderen. Je moet iedere keer eerst een vertrouwensband opleggen en in die fase voel je ook snel waar de knelpunten zitten: het sociale, emotionele of cognitief functioneren bijvoorbeeld. Daar pas je vervolgens je aanpak op aan. Ik moet erachter komen wat er voor zo’n iemand prettig is, en ik doe dat door (ongemerkt) structuur te geven in mijn praten om het zo duidelijk mogelijk te maken.’’ 

 

Onbegrip

 

‘’Vaak is er onbegrip bij de autist: het simpelweg niet begrijpen waarom iemand iets zo zegt of doet. Wat die persoon nodig heeft is begrip van zijn of haar omgeving. Op school en bij sportclubs, bijvoorbeeld. Het probleem is dat er geen inzicht is op mensen met autisme. Mensen denken soms na iets gelezen te hebben dat ze precies weten hoe ze met iedere autistische persoon om moeten gaan, maar je kunt er niet vanuit gaan dat wat je gelezen hebt op elke persoon toepasbaar is. De aanpak van hoe je met zulke mensen omgaat is een proces, en er worden uiteraard fouten gemaakt. Dat kost allemaal tijd.’’

 

Hoe zouden we in het algemeen met autistische mensen om moeten gaan?

 

‘’Ten eerste: Laat ze het zelf maar uitleggen. ‘Wat kan ik voor je betekenen?’ ‘Wat vind je prettig?’ of ‘Wat vind je niet prettig?’ zijn vragen die je hiervoor kunt stellen. Eigenlijk is de aanpak van hoe je omgaat met mensen natuurlijk een menselijke waarde die je toepast op iedereen, maar bij iemand met autisme moet je echt luisteren en in dialoog gaan. Ten tweede moet je oppassen voor overvraging. Als zo’n iemand gefrustreerd of gespannen raakt, moet je even uitvogelen wat er nou precies mis ging. Zoek patronen. De autist heeft vaak ook een goed beeld van iets, en als het daar niet meer aan voldoet dan komt die spanning. Zijn/haar lievelingseten, bijvoorbeeld. Docenten van speciaal onderwijs (VSO’s) zijn daarop getraind om die overvraging te voorkomen. Dat wilt niet zeggen dat je ze nooit mag overvragen, want je moet natuurlijk wel een beetje ontwikkeling stimuleren. Niet verwennen, dus. Ook moet je natuurlijk geen vooroordelen schetsen, al heb je geleerd hoe je in het algemeen met een autist om moet gaan. De oplossing is informatie, informatie en nog een keer informatie.’’

 

Volgens Hans gebeurt deze manier van omgaan veel en veels te weinig:  

 

‘’Het kan in het ‘normale’ onderwijs veel meer gebeuren, in de sportclubs en eigenlijk overal.’’ 

 

Er zijn meerdere soorten behandelingen die je toe kunt passen op een persoon met autisme. Sommigen benutten verschillende soorten medicijnen voor dit proces. Antipsychotica* zoals Haloperidol of Resperidon, bijvoorbeeld.

 

* Antipsychotica zijn een soort medicatie die angst en spanning kunnen dempen. Er is geen enkel medicijn die specifiek voor mensen met autisme ontwikkeld is.

 

Zijn medicijnen een goede oplossing om mensen met autisme te helpen?

 

‘’Medicijnen zijn echt persoonsafhankelijk. Bij een beperkt aantal mensen werkt het wel, maar bij sommigen uiteraard ook weer niet. Er is gewoon onderzoek nodig voordat je die optie gaat overwegen.’’ 

 

Autisme bij vrouwen?

‘’Statistisch gezien zijn er minder vrouwen met autisme, maar het zou ook kunnen dat die statistieken niet kloppen.’’ 

 

Volgens het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) zijn er statistisch gezien twee keer zoveel jongens als meisjes die autisme hebben. Volgens sommige wetenschappers is de verhouding 4:1 bij mannen en vrouwen. Maar volgens Autisme Centrum Groningen komt het relatief vaker voor in vrouwen. Schijnbaar zijn er heel vaak misdiagnoses (voor borderline, bijvoorbeeld) die pas op latere leeftijd ontdekt worden. Ook wordt autisme ‘bij vrouwen vaak minder goed herkend in de praktijk’.  

 

‘’Vrouwen hebben in het algemeen een andere proces van gedachte dan mannen. Ik zie meer vanuit de maatschappij dat wij verwachten dat het verschillend is, maar mijn vrouwelijke cliënten benader ik op dezelfde manier omdat autisme tussen de twee eigenlijk hetzelfde is. Autisme is autisme: het anders ervaren van de werkelijkheid.’’