“Je kan je kleinkinderen geen boekjes voorlezen als die langskomen”

Interview met taaltrainer Hetty Meijers

Recent publiceerde Maastricht University een rapport over taaltrajecten Taal voor het leven door Stichting Lezen & Schrijven. Hieruit bleek dat hun aanpak effectief is: laaggeletterden worden beter in taal, ze worden sociaal actiever en ze vergroten hun kansen op de arbeidsmarkt. Hetty Meijers leidt vrijwilligers op en begeleidt zelf ook een laaggeletterde vrouw.

In Nederland zijn zo’n 2,5 miljoen mensen laaggeletterd. Dit betekent dat zij moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen. Volgens Hetty is dit hoge aantal te verklaren door immigratie en door ouderen die in het verleden vroegtijdig gestopt zijn met school om te gaan werken. Om beter te worden in de taal kunnen zij een cursus Nederlands volgen en begeleiding krijgen van een vrijwilliger bij Stichting Lezen & Schrijven.

“Op dit moment begeleid ik vrij intensief een vrouw uit Sri Lanka, een hartstikke lief mens. Haar zie ik twee keer in de week een ochtend. Dat is dus best veel. Ik neem haar mee naar Heusden, we doen een keer boodschappen, ik neem haar mee naar de bibliotheek en we werken met teksten. Ik probeer zoveel mogelijk te spreken. Ook ben ik met haar en haar man een dag naar de dierentuin geweest, gewoon voor de fun. Dan krijg je een band met zo iemand. Ik ben op hun huwelijk geweest, een Hindoestaanse bruiloft in Duitsland. Dat was hartstikke leuk om mee te maken. Dat hoef je niet te doen als vrijwilliger; iedereen mag zelf kiezen hoeveel hij wel en niet wil doen.

Voor laaggeletterden is de stap naar begeleiding nog erg ingewikkeld. Mensen met Nederlands als eerste taal, NT1’ers, die vroeg van school zijn gehaald, kunnen de taal heel goed spreken, maar schrijven en lezen is voor hen een probleem. Doordat ze de taal mondeling zo goed beheersen, heeft niemand dat in de gaten. Daar zit een heel groot probleem in: die mensen zijn moeilijk te vinden. Ze lezen geen krant, want dat kunnen ze niet. Zij kunnen niet volledig deelnemen aan de maatschappij. Er moet gepraat worden. Mensen moeten begrip hebben voor de situaties en hun oren en ogen openhouden.

Degenen die gevonden worden en ervoor kiezen een opleiding te gaan doen om beter Nederlands te leren lezen en schrijven, zijn er meestal hartstikke blij mee. Zonder taalvaardigheid word je een outsider, omdat je niet helemaal deel kan nemen aan de maatschappij. Je kan de brieven van de gemeente niet goed lezen en je kan je kinderen of kleinkinderen geen boekjes voorlezen als die langskomen. Als iemand een brief voor zijn neus krijgt met bijvoorbeeld de vraag of hij naar een tennistoernooi wil komen, zal hij zeggen dat hij het thuis wel even door zal lezen. Dan hoop ik dat iemand helpt. Dan moeten ze ook nog een handtekening zetten. Dat zijn twee drempels. Zo’n cursus maakt mensen zelfredzamer. Als iemand zelf zijn brief kan lezen, wordt hij ook gelukkiger, denk ik. Mensen mogen wel bewust zijn van het feit dat ze best rijk zijn als ze de taal goed beheersen.

NT2’ers, die Nederlands als tweede taal hebben, weten dat ze de taal niet beheersen. Die zuigen je leeg qua kennis als ze de kans krijgen. Die mensen spreken thuis geen Nederlands, dat doen ze alleen op school. Daarom zijn de vrijwilligers heel belangrijk. Op school heb ik heel veel mensen individueel begeleid met spreekoefeningen en dan komen verhalen soms wel eens los. Zeker als er een heleboel aan de hand is.

Ik heb een man begeleid, wiens ouders naar Saoedi-Arabië gevlucht waren. Hij kwam uit Syrië. Z’n zus was heel erg jong en leefde op straat in Turkije, omdat ze geen middelen had om verder te reizen. Opvang was er niet of nauwelijks. Hij maakte zich erg veel zorgen en probeerde haar met man en macht naar Nederland te halen. Voor hem was dat ook vreselijk moeilijk, omdat hij leefde van een uitkering en dus ook de reis voor haar niet kon betalen. Ondertussen gingen de gevechten in Syrië door. Hij had daar ook nog familie wonen, mensen, die daar stierven door bombardementen.

Dat vertellen ze je dan. Soms huil ik wel mee als ik zo’n verhaal van iemand hoor en ik ken die persoon al wat beter. Ik kan niks voor ze doen. Ik kan alleen maar luisteren en ze proberen naar instanties te sturen, waarvan ik weet dat ze hen kunnen helpen. Je staat wat dat betreft machteloos. En dan denk ik: wat is het dan mooi dat ik ze de taal mag leren.”

 

Tekst en beeld door: Marel van Andel