‘Ik hou niet van heilige huisjes’

Sjef van Dorst, raadslid bij de Roosendaalse Lijst en contactlenzenspecialist. Hij houdt zich bezig met kunst en cultuur en samenwerkingen tussen onderwijs, bedrijven en organisaties. Daarnaast vindt hij een schoon en veilig Roosendaal belangrijk. In dit interview wordt ingezoomd op de cultuur in zijn gemeente.

Door Loïs Haanskorf

 

Waarom vinden mensen het zo belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in cultuur?

“Cultuur verbindt de samenleving en is heel breed. Het heeft met film, kunst, carnaval en evenementen te maken. Ik vind het belangrijk dat cultuur gebruikt kan worden voor andere domeinen als zorg en economie. Eerst was de cultuur versplinterd, maar nu is er eindelijk een beweging, Cultuurnetwerk Roosendaal, waardoor het weer één geheel wordt.”

Hoe zorg je ervoor dat verschillende culturen goed kunnen samenleven?

“Dat is een groot probleem. Het begint op de basisschool. Kinderen moeten daar leren om open te staan voor de cultuur van anderen. Daar moeten we kinderen leren om met elkaar om te gaan. Kleurrijk Roosendaal heeft een aantal jaar geleden een diner georganiseerd voor mensen met verschillende achtergronden. Onder het eten werden stellingen besproken over de multiculturele samenleving. Maar ik geef toe dat het lastig is om culturen altijd bij elkaar te brengen.”

Afgelopen week is opnieuw een graffiti jam gehouden bij de Kadetunnel, wat vindt u van zo’n initiatief?

“Hartstikke goed. We moeten open staan voor creativiteit van jongeren, zo maak je een stad modern. Jongeren blijven op deze manier in Roosendaal, anders gaan ze naar Breda of Tilburg. Dit is echt een initiatief waardoor jongeren naar Roosendaal moeten komen. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we wel met de tijd meegaan. Vorig jaar is hier een filmfestival georganiseerd, een heel goed initiatief. Het gekke hiervan is dat bij het presenteren van de deelnemers tijdens de prijsuitreiking, dat een filmmaker geboren is in Roosendaal maar woont in Amsterdam. Nog een filmmaker is geboren in Roosendaal en woont in Utrecht. Potverdorrie! Waarom blijven die mensen niet hier? Dat is een opgave voor het Cultuurnetwerk, om die mensen hier te houden. Het is zo belangrijk om onze stad jong en fris te houden.”

Cultuurnetwerk Roosendaal is sinds dit jaar onafhankelijk van de gemeente geworden, hoe ziet u de toekomst hier verder in?

“De toekomst is altijd onzeker natuurlijk.”

Waar hoopt u op?

“Ik hoop het volgende: Roosendaal kent veel amateurs, zij moeten meer in aanraking komen met professionals. Wanneer zij die binding kunnen maken, kun je profiteren van landelijke, provinciale subsidies en niet alleen gemeentelijke subsidies. Zo blijven mensen die een bedrijfje willen beginnen ook in de stad. Cultuurnetwerk heeft veel connecties. Zelfs amateurs hebben connecties in Amerika, Italië en Frankrijk. Daar moet meer mee worden gedaan. Op deze manier kunnen we iets opbouwen.”

In de laatste programmabegroting van de gemeente staat dat er €5,5 miljoen euro wordt uitgetrokken voor cultuur, tegenover €169.000 verwachte inkomsten. Waarom is dit verschil zo groot?

“Dat zou je aan de financieel manager moeten vragen. Cultuur heeft wel veel raakvlakken met andere domeinen. Je kunt het gebruiken voor eenzaamheid, zorg, economie en welzijn. Ik denk dat cultuur een goede investering is.”

Björn Rommens vertelde bij ons op de redactie over het Bevrijdingsfestival. De jongerenraad heeft dit vorig jaar georganiseerd. Wat vindt u hiervan?

“Ik sta altijd positief tegenover initiatieven rond de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Dat hoort bij onze cultuur. De bevrijding moet altijd gevierd worden. Ze moeten er wel voor zorgen dat binding met de samenleving behouden blijft. Alle generaties moeten erbij betrokken worden. Daarnaast moeten ze oppassen dat het niet te groot wordt, want dan verlies je de basis. Kwaliteit is het belangrijkst.”

Dit jaar bestaat Roosendaal 750 jaar. Wat willen jullie hiermee gaan doen?

“Hier is veel geld voor uitgetrokken en daar is een aparte stichting voor opgericht. Wij moeten ons, als politiek, daar helemaal niet mee bezig houden. Een heel programma is daarvoor gemaakt, waar veel cultuur in zit met september als belangrijkste maand. Er komt een nostalgische kermis, toneel en muziek wordt gemaakt op de Oude Markt gespeeld, een concert op de Kade, een sporttoernooi en een evenement in de Sint-Janskerk.”

Wat is het verschil met ongeveer twintig jaar geleden, als u kijkt naar cultuur?

“Het is meer een eenheid aan het worden. Vroeger waren hier veel groepjes, er komt nu meer structuur in. In het bedrijfsleven was dit ook zo. Je moet de stad openhouden voor nieuwelingen. Ik hou niet van heilige huisjes, die moeten soms omver om weer plek te maken voor iets vernieuwends. Dat gebeurde in Roosendaal in het verleden te weinig. Die instelling verdwijnt nu langzaam, het is tijd voor iets nieuws.”

Wat zou u graag anders zien in Roosendaal?

“Roosendaal moet trotser zijn op zichzelf. We hebben heel veel in huis, vooral op cultuurgebied. Wij hebben negen toneelverenigingen, dat is ongekend veel voor een stad als Roosendaal. Maar ook veel kwaliteit in dansen. Daar moet meer mee gedaan worden en dat moet deze stad écht nog leren. De mensen met talenten zie je vertrekken, die mensen moeten juist trots zijn op hun stad. Een jongen heeft bij The Voice Kids een goede rap gemaakt, dat moet de wereld in! Wij moeten daar trots op zijn en dat mist Roosendaal. Ik hoop dat dat beter wordt in de toekomst.”