Camilla Rehn: ‘Ik vertel ze niet wat ze moeten doen, dan duw je ze alleen maar verder hun extremisme in.’

31 mei 2020
Hannah Jimmink

Een groeiende, extreem-rechtse beweging in de bejubelde modelstaat Zweden: je zou het niet denken. Toch is het zo: steeds meer mensen uiten zich extreem-rechts en de politieke partij de Zweedse Democraten (SD) heeft een steeds grotere achterban. 

Camilla Rehn werkt bij de Zweedse non-profit organisatie Tesketorde als ‘education officer’, daarbij praat ze op scholen met kinderen over racisme en rechts-extremisme. Wat het is, hoe het zich uit, hoe je er mee om moet gaan en wat het betekent. ”Je ziet steeds meer dat jonge kinderen er rechts-extremistische ideeën op nahouden. Dat kun je niet veranderen, je kunt er alleen over in gesprek met ze gaan.”

‘’De afgelopen jaren hebben wij ons als Tesketorde gerealiseerd dat racisme en rechts-extremisme een aandachtspunt is. Het is er altijd al geweest, in alle landen in Europa, maar het wordt hier op dit moment meer dan ooit geuit. Dat schemert door in het gedrag van de kinderen.”

Het is deel van een ontwikkeling die gaande is in Zweden. ”We hebben nu een extreem rechtse partij in ons parlement, de Zweedse Democraten. Die beschrijven zichzelf weliswaar als nationalistisch en conservatief, niet als rechts-extremistisch, maar ondertussen streven ze wel naar een ‘’droommaatschappij’’, de man trouwt met de vrouw, waarvan zij geloven dat die in de jaren ’50 bestond: immigranten daarvan geen deel. Ze willen dat de immigratie stopt. Ze willen zelfs dat mensen die hier al generaties lang wonen teruggaan naar de landen waar ze ‘’origineel’’ vandaan komen.’’

Is het een reactie op de vele immigranten die Zweden altijd heeft ontvangen?

‘’Nee. De SD bestaat al sinds de jaren ’90, maar waren altijd heel klein: niet groot genoeg om door te breken. Je moet 4% van alle stemmen hebben om in het parlement te komen en dat hadden ze voorheen nooit. Dat hadden ze voor het eerst in 2010, terwijl er pas in 2015 weer een grote stroom vluchtelingen kwam waarop ze hadden kunnen reageren.

Het is eerder een reactie op de economie die achteruit gaat. De mensen zijn ontevreden en gaan daardoor conservatiever stemmen. Ze geven de vluchtelingen de schuld van het geldgebrek waar ze zich zorgen over maken. Nee, eigenlijk van alles. Dat is niet eerlijk.’’

Hoe denk je dat kinderen bijdragen aan de opkomst van de extreem-rechtse beweging?

‘’Ik werk al sinds 2000 als docent op een school en zie dat op dit moment op scholen dit soort ideeën veel meer uitgesproken worden dan toen ik begon, vandaar ook dat het een groeiend aandachtspunt is. Ik benadruk ‘uitgesproken’, want ze zijn er al veel langer, alleen werd het destijds veel respectlozer gevonden om je zo vijandelijk te uiten. Dat ik het meer bij de kinderen zie komt gewoon omdat ze het thuis en om zich heen ook meer horen, die komen niet zelf met zulke ideeën. Maar ze moeten daarom niet minder serieus genomen worden.”

Hoe ga je met zulke kinderen om?

”Als docent wil je natuurlijk voor democratie staan en desacceptatie tegengaan, maar tegelijkertijd hebben de leerlingen ook vrijheid van meningsuiting en mogen ze dit soort dingen zeggen als ze die denken, zolang ze niemand actief beledigen.’’

Het belangrijkste is dat je luistert naar hun zorgen, er is iets wat deze mening veroorzaakt. Ik vertel ze niet wat ze moeten doen, dan duw je ze alleen maar verder in hun extremisme. Ik ga de discussie met ze aan. Veel docenten worden boos op hun leerlingen, terwijl ze beter zouden kunnen vragen wat ze bedoelen en waarom ze dat zeggen. Op die manier zoek je naar een manier om er over te kunnen communiceren, in plaats van te doen alsof wat ze voelen er niet mag zijn.

Mijn doel is niet om de leerlingen van hun ideeën te ‘genezen’ van hun ideeën, ofzo. Je verandert niet in zomaar wat er in zo’n iemands hoofd omgaat. Dat doe je misschien wel op de lange termijn, door te proberen om ze andere perspectieven te laten zien en een verbinding te leggen met de groep mensen die ze discrimineren. Als docent probeer ik ze vooral ook de waardes van de democratie aan te leren, dat we allemaal dezelfde rechten hebben. Dit weerlegt het extremistische plaatje waarin níét iedereen gelijk is, zonder die van hen als ‘fout’ te bestempelen.

Niet lang geleden interviewde ik over hetzelfde onderwerp een andere dame, genaamd Marianne Johansson. Zij ervoer de racisme in Zweden als gericht op ‘elke niet-Zweed in het algemeen’. Zie jij dit ook zo, of denk je dat de racisme zich concentreert op bepaalde groepen in de maatschappij?

‘’Nee, ik denk dat het zich inderdaad concentreert op bepaalde groepen. Al ligt het sterk aan waar de media op dat moment over schrijft. Nu dat het coronavirus rondwoedt kun je zien dat mensen uit Azië het belangrijkste doelwit van racisme zijn, omdat er wordt aangenomen dat zij de oorzaak zijn van het virus. Maar de minderheden zoals Joden of afro-Zweden en ook de grote groepen zoals de Zweedse moslims ervaren altijd wel racisme. Je zou kunnen zeggen dat het eigenlijk over iedereen gaat die er niet ‘’Zweeds’’ uitziet of zich niet ‘’Zweeds’’ gedraagt, voor zover dat natuurlijk überhaupt kan.’’

Denk je dat de racisme immigranten de criminaliteit in dwingt?

‘’Hier zit een denkfout. Immigranten plegen niet méér criminaliteit dan andere Zweden, dat is een vooroordeel. De meeste mensen die in Malmö in de bendes tegen elkaar vechten zijn in Zweden geboren. Het is niet op statistieken gebaseerd en ik weet eigenlijk ook niet waarop wel. Op een ‘gevoel’, ofzo. En de media en sociale media versterken dat dan weer en geven het door. Daarmee wordt er een beeld neergezet die ik niet meer kan herkennen als ik op de straten om me heen kijk.’’