Intensive care en ik of: hoe de afdeling impact maakt op je leven

Rob Bruntink heeft drie weken op de IC gelegen in 2008 vanwege multipel orgaanfalen. Dokters gaven hem slechts 80% kans van overleven. Rob kijkt tijdens de online interview steeds naar buiten en hij vertelt met een monotone toon: “Ik weet nog maar weinig van mijn tijd daar en het ergert mij enorm. Ik weet dat de herinneringen in mijn hoofd zitten, maar ik kan ze niet naar voren halen.”

 

“Toen ik student Journalistiek was aan de Academie van Tilburg was ik veel bezig met wat ik wilde doen met mijn leven. Ik had op dat moment een superleuke baan bij een discotheek in de stad en draaide daar elke week muziek. Er was niets wat ik leuker vond dan muziek draaien. Ik wist dat ik freelance journalist wou worden. Toen ik afstudeerde in 1992 besloot ik mijn professionele carrière te richten naar het onderwerp de dood. Ik vind namelijk dat wij mensen hier niet goed mee omgaan. De dood is een onderwerp dat altijd vermeden wordt door mensen en dat begrijp ik niet. Doodgaan is doodnormaal. En daarom besloot ik op dat onderwerp te richten, want ik wou het bespreekbaar maken. Ik merk bij mezelf ook dat ik het leuk vind om erover te praten. Maskers vallen af als het over de dood gaat. Geen koetjes en kalfjes, maar serieuze gesprekken die betekenisvol zijn.”

 

“Mijn ouders werden drie keer opgebeld om afscheid te nemen.”

 

“Op 16 maart 2008 werd ik opgenomen in het ziekenhuis, mijn lever, nieren en longen gaven het op. Ik werd snel overgeplaatst naar de ic-afdeling. Ik weet nog maar weinig van mijn tijd daar en het ergert mij enorm. Ik weet dat de herinneringen in mijn hoofd zitten, maar ik kan ze niet naar voren halen. Wat ik nog wel weet is beter te beschrijven als stukjes van een vage, onduidelijke foto. Het is gebruikelijk voor de naasten van ic-patiënten om foto’s aan hen te laten zien. Ik heb nog een foto in mijn hoofd zitten: samen met mijn kinderen, ergens op de foto. Ik weet niet waar het was genomen of op welke volgorde we stonden. Ik kan de foto’s min of meer herinneren als een soort intuïtie gevoel: je weet dat er iets is, maar je weet niet wat precies. Ik ben blij dat ik er weinig van herinner. Het was een zware tijd voor de mensen om mij heen, vooral voor mijn ouders. Zij bleven elke dag uren bij mij en overnachtte vaak ook in het ziekenhuis. Mijn ouders werden drie keer opgebeld om afscheid te nemen. Vergeleken met hen had ik het nog makkelijk.

 

“Het maakt je gek. Anderen weten meer over jouw leven dan jijzelf.”

 

 

“Dit is misschien wel een gênant verhaal voor mij om te vertellen. Nou, veel ic-patiënten denken dat ze dichterbij god komen of zelfs al in de hemel zijn in hun tijd op de afdeling. Ik had dat ook toen ik werd overgeplaatst naar de longafdeling. Ik kreeg stukjes van herinneringen terug van mijn tijd op de intensive care. Ik kan me nog beelden herinneren van engelen die aan mijn bed stonden en als ik iets aan hen vroeg veranderden ze plots in heksen. Het is zo raar, maar ik heb die nachtmerries echt meegemaakt. Het voelde zo realistisch. De periode nadat ik uit het ziekenhuis was ontslagen voelde ik me heel slecht. Het voelde aan als paranoïde. Ik wist niets meer behalve die vage dromen, maar iedereen om mij heen wist alles over mij. Het voelde alsof ik mijn identiteit was verloren. Het maakt je gek. Anderen weten meer over jouw leven dan jijzelf. Ik ging iedereen uit mijn contacten opbellen. Ik zocht contact met al mijn naasten, allemaal om een beeld te krijgen van wat er was gebeurd in de week voordat ik op de ic werd opgenomen. Helaas ben ik niets wijzers geworden, het leek een normale week.”

 

“Toen ik stabiliseerde en uit eigen kracht kon ademen werd ik overgeplaatst naar de longafdeling. Op die afdeling was ik pas weer echt bij mijn bewustzijn, maar ik wist niet wat er was gebeurd. Ik had het idee dat ik een bericht van God kreeg, alsof of mij probeerde te vertellen dat ik nog veel te leren had in het leven. Ik werd toen erg spiritueel. Ik heb geluisterd. Hoewel ik vandaag niet zozeer ben overtuigd van hemel en hel heb ik alsnog wel het idee dat er meer is in het leven dan gewoon niets. Er moet haast wel iets hierna komen. Door de ic ben ik meer bewust van wat ik uit het leven wil halen. Ik realiseer dat het zomaar voorbij kan zijn en hoe beangstigend dat idee wel niet kan zijn, het is dood-, uh, hartstikke normaal.”

 

“Ik was erg verward door mijn ervaring op de afdeling. Ik heb het idee dat er ook wel meer hulp mocht zijn voor de mensen die er net uit zijn gekomen. Ook als je nu naar al die coronazieken kijkt. Dit zijn zoveel mensen die waarschijnlijk niet de goede hulp zullen ontvangen zodra ze uit het ziekenhuis zijn. Het is nu vele jaren later en ik ben er overheen gekomen, maar de ic laat schade achter waar je nog een lange tijd mee moet vechten.”