‘Ik wilde geaccepteerd worden zoals ik ook anderen accepteer’

Henk Braam is behalve Zilveren Camera-winnaar ook sinds 2007 Meester-Vrijmetselaar. De Orde van Vrijmetselaren is al eeuwen het middelpunt van wilde verhalen en gekke complottheorieën. Ze zouden achter de aanslagen op de Twin Towers zitten en maagdenbloed drinken bij hun wekelijkse ritualen. De waarheid is minder spannend, maar verdient net zoveel aandacht volgens Henk.

De vrijmetselarij is een wereldwijd broederschap waarin mannen samenkomen in ruimtes die ze ‘loges’ noemen. Daar proberen ze van elkaar te leren om uiteindelijk betere mensen te worden en tot morele verheffing te komen. (Bron: vrijmetselarij.nl)

Aanmelding
‘Ik heb in Beek gewoond en leerde daar een hobby-fotograaf kennen. Die man was vrijmetselaar. Ik kende de vrijmetselarij als een soort mystieke genootschap, maar meer dan dat wist ik er niet van af. Hij stelde mij voor dat ik eens meekwam naar een open dag van de Nijmeegse loge Sint Lodewijk. Dan wordt de loge opengesteld voor iedereen die geïnteresseerd is. Toen ben ik er naartoe gegaan en eigenlijk was ik gelijk verkocht. Ik heb mij meteen aangemeld.’

‘Zo’n aanmelding duurt vrij lang, dat is namelijk een zorgvuldige procedure waarbij eerst alle vrijmetselaren in Nederland op de hoogte worden gesteld. Nadat zij akkoord zijn gegaan, moet er ook nog plek bij de loge zijn waar je graag bij wil om je in te wijden. Er kunnen namelijk maar een aantal inwijdingen per jaar plaatsvinden. Hoe kleiner de loge, des te minder ritualen we per jaar kunnen uitvoeren.’

‘Naast inwijdingen vinden er ook bevorderingen en verheffingen plaats. Nadat je bent ingewijd tot leerling, wordt je een bepaalde tijd later bevorderd tot gezel en nog later verheft tot meester. Alles bij elkaar duurt de tocht van leerling naar meester ongeveer twee jaar.’

Openheid
‘Over de rituelen en inwijdingen die we doen praten we bewust niet. Als aspirant-leerlingen al zouden weten hoe die er precies uit zien, haal je al heel veel van de beleving weg. We proberen juist heel erg open te zijn over wat de vrijmetselarij nou eigenlijk inhoudt. Alle ‘geheimen’ zijn gewoon op het internet te vinden. Ik ken ook een vrijmetselaar die het allemaal heel erg spannend vond, en hij heeft het gewoon opgezocht. Achteraf had hij daar spijt van.’

‘Die openheid is wel iets wat aan het veranderen is in de vrijmetselarij. Tot tien jaar geleden had de vrijmetselarij nog wel iets conservatiefs, maar wij moesten ook met de tijd mee. De drempel om lid te worden, wordt langzaam verlaagd. Dat betekent ook dat er een groter vermengd gezelschap ontstaat. Dat maakt het, net zoals de echte wereld, heterogeen.’

‘Als je een homogene groep hebt is die van nature hechter. Maar juist in een heterogene groep ligt de uitdaging om de broederband te voelen. Dat is een van de redenen dat ik ook achter de transformatie sta waarbij de vrijmetselarij de deuren opent.’

Levenshouding
‘Binnen de vrijmetselarij mag je elk geloof aanhangen en elke politieke voorkeur hebben. Heel lang was het zo dat je het met broeders niet over religie en politiek zou mogen hebben, maar de laatste jaren is de strekking dat je zulke onderwerpen juist met je broeders zou kunnen bespreken.’

‘Tot mijn zestiende ging ik elke zondag naar de kerk, maar daarna vond ik het allemaal maar abracadabra. Maar ik miste de belevenis wel. De vrijmetselarij is voor mij een hele zinvolle plek, waarin ik even kan proberen bij mezelf te komen. Waar ik kan leren van andere broeders. Waar ik stof meekrijg waarmee ik mezelf beter kan leren kennen.’

‘Zolang ik als fotograaf bezig ben doe ik heel veel opdrachten pro-deo. Ik werk onder andere voor De Stadskrant als vrijwilliger en ik lever foto’s aan Stichting Gast. Dat is een stichting die ongedocumenteerde asielzoekers opvangt en begeleidt. Ik heb ontzettend veel medeleven met mensen die het minder hebben dan ik, de zogenoemde outcasts.’

Jeugd
‘Ik ben in Zambia geboren als zoon van twee witte ouders. Die woonden in een gigantisch, mooi huis. Maar achter in de tuin stond dan een oud, vervallen, houten hutje waar tuinman Simon met zijn vrouw en twee kinderen woonden. Ik ging naar een witte school, maar zodra ik thuis kwam had ik alleen zwarte vriendjes. Daarmee ging ik dan spelen in het struikgewas. Met hen voelde ik mij veel meer verwant mee en voelde ik mij een stuk prettiger bij.’

‘Ik wilde niet boven anderen staan. Ik wilde geaccepteerd worden zoals ik anderen accepteerde. Dat is altijd al mijn visie geweest. Daarin steunt de vrijmetselarij mij. Als vrijmetselaar gaat het er ook om dat je iedereen accepteert, zolang het maar goede mensen zijn. Ik heb islamitische broeders, joodse broeders, christelijke broeders en ook broeders die voormalig vluchteling waren.’

‘Mijn ouders hebben beiden nooit meegemaakt dat ik werd ingewijd in de vrijmetselarij. Mijn moeder is overleden toen ik 18 was, maar de dood van mijn vader heeft mij het meest geraakt. Toen hij stierf in 1992, werd ik echt een weeskind. Mijn vader was, om in vrijmetselarij-jargon te blijven, de eerste en belangrijkste meester die ik in mijn leven heb gehad.’

 

Door Quinten Wassenburg