‘Ik denk wel eens dat iedereen iets krijgt om mee te dealen, dit is het mijne’

Zorgen voor een manisch depressieve dochter is loodzwaar. Ria (77) moet er mee leven. De zorg voor haar dochter is heel intensief en ze heeft hier geen trainingen voor gehad. Ze heeft zelf moeten leren hoe er mee om te gaan. Hoe leeft ze hier mee?

In 2000 kreeg Ria’s dochter, destijds 32, haar eerste psychose. De diagnose die haar dochter later kreeg, een manische depressie, bracht de nodige zorg mee. Ria draagt een groot deel van die zorg.

“Mijn dochter was van jongs af aan erg in haar hoofd bezig. Ze heeft op een gegeven moment een training gedaan voor haar zelfvertrouwen, dat gaf een soort gevoel van ‘zo kan het ook’. Dat gevoel wilde ze met iedereen delen en zo lang mogelijk vasthouden. Ze belde ons op; we moesten meteen komen.

Ze woonde net op kamers in Amsterdam. We waren normaal aan het praten toen ze ineens van alles te doen had. Het was een rare gewaarwording om met je dochter te praten die op het ene moment wel herkenbaar is en op het volgende moment helemaal niet. Ik herkende mijn dochter niet. Ik besloot die nacht te blijven. Ik kon slapen bij een vriendin van haar, die achter haar woonde. Die nacht kreeg ze een psychose; dan moest ik komen, dan moest ik weer weg. Het was onnavolgbaar. Het was de vreselijkste nacht die ik ooit mee heb gemaakt. Je wordt ineens geconfronteerd met iets wat je niet kent en waar je niks van snapt. Ik heb de crisisdienst gebeld, er kwam een arts die haar kon kalmeren. Uiteindelijk is ze vrijwillig opgenomen en na een tijd weer naar Amsterdam vertrokken. Dit proces heeft zich telkens herhaald.

Ik heb veel zelf moeten leren. We hebben bijvoorbeeld met elkaar afgesproken dat ik het tegen haar kan zeggen als er manisch gedrag is, maar op die momenten zegt ze: ‘Dat is jouw probleem.’ Soms helpt het haar om te praten over de depressies, maar soms ook niet en raakt ze verder in de put. Dan moet ik duidelijk zeggen dat we stoppen over dit onderwerp. Ik heb geleerd om te voelen wanneer erover praten helpt en wanneer niet. Als het niet helpt zeg ik: ‘Je mag vijf minuten zeuren, daarna hebben we het over iets anders. Ik heb een keer van een arts gehoord dat ik moest stoppen met die gesprekken want ik ben de moeder, geen behandelaar. Maar zo makkelijk is dat niet. Ik ben namelijk de enige die ze belt als ze zich depressief voelt, dus die gesprekken sluipen er vanzelf in. En ik kan ook niet tegen mijn dochter zeggen dat ze me niet meer kan bellen.

Ze heeft wel eens gezegd: ‘ik moet jou niet zoveel bellen’, maar ik heb zelf gezegd dat ze altijd kan bellen. Want ik weet ook dat er maar weinig mensen zijn die ze kan bellen. Niet iedereen heeft een luisterend oor of heeft er begrip voor.

Mijn andere dochter heeft me geadviseerd om het op te schrijven, dat hielp. Dan staat het op papier, zodat ik het kan lezen wanneer ik het zelf wil. Ik lees het niet vaak, maar ik kijk er wel eens naar.

Ik denk wel eens dat iedereen iets krijgt om mee te dealen, dit is het mijne.

Ik probeer het zo vaak mogelijk positief te benaderen. We hebben ook gelachen samen. De komische dingen probeer ik te onthouden en te vertellen, want het is niet alleen maar ellende. De positieve dingen schrijf ik ook op. Ik lees het niet dikwijls terug, maar de positieve dingen wel vaker dan de negatieve. Over het algemeen lukt het me wel om de positieve kant te blijven zien, al is het niet makkelijk. Ik kan toch niks veranderen. Ik kan haar niet bij de hand nemen en zeggen: ‘niet meer zo denken, niet meer zo doen.’ Het enige wat ik kan doen is het positieve proberen vast te houden. Verder sta ik machteloos, dan hoop ik maar dat het goed blijft gaan. Het is heel heftig.

Ik heb steun van vriendinnen en dergelijke, geen professionele steun. In het begin heb ik dat erg gemist, maar onderhand weet ik wel hoe het precies zit en voor mezelf weet ik hoe ik ermee om moet gaan. Je moet toch op de been blijven om haar te steunen.

Ik haal afleiding uit leuke dingen voor mezelf. Ik ga twee tot drie keer per week golfen, of ik ga naar mijn kleinkinderen. Ik heb vanuit mijn appartement een prachtig uitzicht. Voor het raam zitten en naar buiten kijken, daar vind ik afleiding in.’’

 

Om privacyredenen is de achternaam en voornaam van de dochter niet gebruikt.