“Je hoeft niet ziek te zijn om beter te worden”

Op een doodgewone vrijdagmiddag kom je ineens te weten dat je kleine broertje over een paar jaar net zo goed zou kunnen voetballen als Afellay. En je conditie? Die is eigenlijk nog niet zo slecht als dat je dacht! Wie had dat dan gedacht? Dat moet Maarten Gijssel zijn geweest. Met zijn onderneming Kinetic Analysis meet hij sportprestaties op een nieuwe en innovatieve manier en legt hij een nieuwe standaard neer voor veel zorgprofessionals en sportverenigingen in Nederland.

foto

Je werkt met apparatuur dat sportprestaties kan meten. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Ik werk met verschillende meetinstrumenten en een bijbehorend softwareprogramma op de computer. Voor ieder onderdeel dat je wil meten is er een specifiek meetinstrument. Dat meetinstrument registreert op enkele meters afstand van de sporter de lichaamsbewegingen. Vaak wordt hierbij gebruik gemaakt van een infraroodcamera, maar het meten gebeurd ook met andere sensoren. Dit hangt af van wat je precies meet. De registratie, die alleen uit getallen bestaat, wordt vervolgens door het softwareprogramma omgezet in een theoretisch rapport. Met één druk op de knop staat alles op papier en is duidelijk af te lezen waarin een sporter zich nog verder zou kunnen ontwikkelen.”

Wordt de apparatuur thuis of in sportinstituten gebruikt?
“Op het moment is het nog niet haalbaar om de apparatuur thuis te gebruiken, want je praat over prijsklassen rond de 1000 euro; dat wil de gemiddelde sporter niet investeren. Ik heb wel een pledge ondertekend in het kader van “alles is gezondheid”, dat is een nationaal programma dat dit soort doelstellingen evalueren. Ik heb daarin vastgesteld dat binnen 5 jaar 1% van alle sportverenigingen en 3% van alle zorgprofessionals (zoals fysiotherapeuten) in Nederland de apparatuur hebben aangeschaft. Of elke burger over een aantal jaar een eigen apparaat kan aanschaffen gaat nog een stapje verder, maar ik hoop daar uiteindelijk wel naar toe te werken.”

Wat kun je dan precies meten met de apparatuur?
“Als je lichaam een draai maakt, kan er gekeken worden naar de hoek die je heup daarbij maakt of welke hoek je knie maakt. Zo kan geconstateerd worden hoe groot je kans op blessures is en hoe deze te voorkomen zijn. Naast hoekbewegingen en blessures kan ook gekeken worden naar krachten, je snelheid van bewegen of de spieractiviteit. Vervolgens wordt er vastgesteld wat het maximaal haalbare voor jou als individu is en hoe dit bereikt kan worden. Zelfs bij kinderen onder de tien jaar kan al worden vastgesteld hoe getalenteerd zij zijn. Je zou jouw resultaat ook kunnen vergelijken. Als je wilt weten hoe je conditie ervoor staat, kun je jouw conditie spiegelen met een atleet, bijvoorbeeld Nederlands kampioen Roos Hop (hardlopen 800m en 1500m). Zij heeft zich ook laten meten bij Kinetic Analysis.”

Maar is het wel realistisch om je als gemiddelde sporter te vergelijken met een Nederlands kampioen?
“Studenten van de opleiding Communication & Multimedia Design aan de Hogeschool Utrecht hebben in 2015 een afstudeeronderzoek gedaan naar de markt waarin ik werkzaam ben. Daaruit bleek dat particulieren sporters zich júist graag meten aan topsporters. Nu hoef je je niet per se met een atleet te vergelijken om je conditie te meten. Je zou jezelf bijvoorbeeld ook met een (top)hockeyer kunnen meten omdat je zelf hockeyt. Wat we bij Kinetic Analysis vooral belangrijk vinden is dat ieder zich laat meten op de manier die hij zelf wil, en zich dus ook vergelijkt met wie hij wil. Het maakt daarbij niet uit of dit je teamgenoten of landelijke gemiddelden zijn, maar wat wel belangrijk is, is dat de persoon of groep in kwestie zich ook heeft laten meten bij Kinetic Analysis. We stellen naar aanleiding van de resultaten dan ook voor iedereen een persoonlijk programma op. Dit kan samenhangen met fysieke parameters zoals kracht, snelheid, lenigheid maar ook mentale druk of voeding.”

Zie je ook ontwikkelingsmogelijkheden buiten de sportsector?
“In de gezondheidszorg zie ik nog veel toepassingsmogelijkheden. Zo zijn we op dit moment bezig met een activiteiten monitoring bij mensen met diabetes. Naast de diabetesgroep hebben we ook een project lopen met ouderen waarbij we kijken naar een verhoogde valkans. Het verschil met de metingen bij de sporters is dat we de mensen in de gezondheidszorg op verschillende momenten meten in plaats van op slechts een moment. De denk- en rekenmodellen worden wel op dezelfde manier toegepast.”

Je vindt het belangrijk dat sporters zich in de breedte ontwikkelen in plaats van sportspecifiek. Waarom vind je dat zo belangrijk?
“Daar heb ik wel een leuk voorbeeld van. Kijk bijvoorbeeld naar de mensen uit Oostblok vroeger. Zij waren breed gebouwd en konden hun speer ver gooien. Maar later, toen wij mensen ons steeds meer ontwikkelden, zagen we dat atletische sporters de speer eigenlijk nog veel verder konden gooien, en dat terwijl ze helemaal niet zo breed waren! De sporters van nu zijn veel meer op techniek ingespeeld waardoor ze het maximale uit henzelf kunnen halen. Daarbij wordt niet, zoals vroeger, puur naar één waarde, zoals kracht, gekeken.”

Tot slot: hoe is het idee voor je onderneming Kinetic Analysis eigenlijk tot stand gekomen?
Tijdens mijn studie gezondheidswetenschappen heb ik in het bewegingslaboratorium van Antwerpen gewerkt. Daar meette ik sportprestaties van mensen die lichamelijk iets mankeren. Zonde, vind ik, want je hoeft heus niet ziek te zijn om jezelf te verbeteren. De metingen voerden we uit met zeer uitgebreide en dure meetapparatuur. Zo moesten we bijvoorbeeld de mensen helemaal vol plakken met bolletjes die vervolgens weer door camera’s in beeld werden gebracht. Dat moet makkelijker kunnen, dacht ik. Ik wilde soortgelijke apparatuur ontwikkelen die niet alleen op grote schaal beschikbaar was, maar ook voor de gemiddelde burger.”