Hoe een jonge sociaal werker studente omgaat met moeilijke doelgroepen

Een interview over emoties en ervaringen

 

Demi van Run is een 17-jarige student sociaal werk aan het Vitalis College. Ook is zij stagiaire bij Playing for Succes. Dit is een organisatie dat kinderen/jongeren helpt van tussen 9 en 25 jaar met sociaal-emotionele problemen. 

 

Hoe ben je bij Playing for Success terecht gekomen?

 

Ik doe de opleiding sociaal werk. Ik hoorde van vrienden van tevoren al over Playing for Success. Dat sprak mij al aan. Later kreeg ik er meer info over en wist ik dat het iets voor mij was. Ik was daarom ook blij toen ik er solliciteerde en werd aangenomen

 

Met wat voor soort groepen werk je?

 

Op dinsdag werk ik met een groep mbo’ers, op de woensdag met een groep vluchtelingen.

 

Wat voor soort problemen kom je tegen bij de groep mbo’ers?

 

Agressie. Niet dat ze altijd boos zijn, maar zodra ze een bepaalde prikkel krijgen kunnen ze sneller boos worden dan anderen. Niet willen leren. Ook komt haantjesgedrag veel voor. Jongens die altijd de stoerste en de beste willen zijn. Dit zorgt voor spanningen omdat er meerdere van zijn. Over hun thuissituatie vertellen ze eigenlijk niks. Als ze dat wel zouden doen, zou ik ze veel beter kunnen helpen. De meesten zijn heel gesloten. Ze doen heel stoer maar zijn eigenlijk onzeker. Ze worden wel steeds meer open, vertellen meer dan toen ik hier 2 maanden geleden begon.

 

Agressie is dus een probleem, heb jij je weleens angstig gevoeld?

 

Ja, absoluut. De 2e les dat ik met de mbo-groep meeliep werd er een meisje boos. Er was iets gezegd, wat weet ik niet precies meer. Zij gooide een stoel naar een jongen waar ik naast zat. Toen was ik bang ja. Toen wist ik nog helemaal niet hoe ik daar mee moest omgaan. Daar schrok ik zeker van. Ik weet nog steeds niet hoe ik met zoiets moet omgaan, ik denk dat daarvoor nu ook gewoon de docent is.

 

Agressie is dus soms toch aanwezig. Aan de andere kant, waren er ook momenten van blijdschap, toen er iets lukte?

 

Aan het begin, toen de klas nog groter was. Nu zijn er een aantal op stage. Toen was er een jongen die de groep vaak aan het stangen was. Toen ben ik met hem gaan sporten, dit deed hij heel goed. Heel de ochtend met hem gesport. De week erna kwam hij weer naar me toe met ‘gaan we weer sporten?’. Dat deed me echt heel goed.

 

Hoe voelt het voor jou om met die mbo’ers te werken?

 

Het is lastig, maar niet dat ik me niet goed erbij voel. Het is wel leuk om te doen. Zeker een goede doelgroep voor mij om te leren werken. Je raakt niet echt bevriend met ze, maar krijgt wel een band met hen. Als ze er niet zijn dan vindt je het wel jammer.

 

De groep vluchtelingen is natuurlijk heel anders, maar hoe is het om daarmee te werken?

 

Beetje hetzelfde. Het is een minder lastige doelgroep, maar wel leuk. Niet per se een leukere doelgroep. Ik heb met die vluchtelingen een minder goede band omdat het lastig vind hen te verstaan. Het is zeker een leuke doelgroep, maar wil er later niet mee gaan werken.

 

Zie je progressie bij beide groepen?

 

De vluchtelingen komen maar 8 weken, dus daarna weet je niet wat er met ze gebeurt. Je ziet wel dat hun Nederlands in die 8 weken vooruitgaat, rekenen steeds beter. De mbo-groep komt het hele jaar, maar echt vooruitgang zie je niet echt. Wel wat kleine dingen, zoals het vinden van een stage.

 

Wat vind je ervan dat er weinig progressie is bij de mbo-groep?

 

Zonde. Sommigen zijn gewoon heel slim en integer, maar daar doen ze niks mee. Dat komt omdat het dan ‘niet stoer’ is om je best te doen op school. Dat vind ik heel jammer.

 

Twee verschillende groepen met niet altijd de progressie die je wilt zien, haal je wel voldoening uit je werk?

 

Als ik s ochtends vroeg uit bed moet, vertrek van huis, heb ik eigenlijk helemaal geen zin. Zodra ik daar ben veranderd dat. Als je eenmaal begint ben je blij dat je daar bent. Aan het einde van de dag denk je ‘het was weer een goede dag vandaag’. Ik hoop iedereen iets mee te geven waar ze iets aan gaan hebben.

 

Op dit moment ben je nog maar ‘gewoon’ een stagiaire, iemand die nog dingen leert. Heb je nog dingen die je zeker wilt leren, leerdoelen?

 

Jazeker. Sowieso voor de mbo-groep, hoe je hen het beste kan aanpakken en aanspraken. Ik ben iemand die snel haar woordje klaar heeft als iemand iets tegen mij zegt. Als sociaal werker op professioneel vlak is het niet de bedoeling als je hen tegen gaat spreken op een manier die zij niet willen.

 

Afsluitend, een vraag die ik elke geïnterviewde stel: vind jij jezelf een mooi mens?

 

In dat opzicht wel denk ik. Ik geef hen iets mee waar ze voor altijd iets aan hebben. Ik denk dat mij dat wel een mooi mens maakt.