“Het lijkt wel alsof door de jaren heen mensen steeds zieker worden”

Dagelijks liggen er honderden ouderen onnodig in een duur Nederlands ziekenhuisbed door het tekort aan thuiszorgmedewerkers en verpleeghuisplekken. Daarnaast wachten ook steeds meer mensen thuis op een plek waar zij de zorg kunnen ontvangen die ze nodig hebben. Julieta Brand, die in de ouderenzorg werkzaam is, benoemt ethische dilemma’s die dagelijks voorkomen binnen haar werkveld.

Geschreven door Chelsey Koops

 

Foto: Julieta Brand

“Ik ben werkzaam als Geriatrie verpleegkundige op de afdeling urologie en vaatchirurgie in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht. De Geriatrie richt zich op medische zorg voor (hoogbejaarde) ouderen. Het gaat hierbij om ouderen met meerdere aandoeningen tegelijkertijd en een lage zelfredzaamheid. Als Geriatrie verpleegkundige ben ik gespecialiseerd in het verlenen van medische zorg aan deze ouderen. Bijna alle patiënten die op de afdelingen liggen hebben last van hun blaas, nieren of vaten. Zelf ben ik tijdens mijn diensten verantwoordelijk voor 10 patiënten. Ik ben al 20 jaar werkzaam in de ouderenzorg en over het algemeen ben ik erg tevreden met mijn werk. Het geeft me een fijn gevoel om een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van leven van mijn patiënten. De werkdruk in de zorg blijft echter zwaar, dit mede door ethische dilemma’s.

Het lijkt wel alsof door de jaren heen mensen steeds zieker worden. Patiënten die vroeger op de intensive care lagen, liggen nu op de afdeling in het ziekenhuis.Tegelijkertijd heb je namelijk wel een stuk minder handen aan het bed. Dit maakt het lastig om efficiënt te zijn, je loopt vaak achter de feiten aan. Het gebeurt bijvoorbeeld dagelijks dat patiënten tegelijk om hulp vragen. Als verpleegkundige moet je dan erg selectief zijn en snel kunnen analyseren welke patiënt als eerste geholpen moet worden. Ga ik eerst een patiënt van het toilet af helpen of moet ik naar een andere patiënt toe? Ik moet constant keuzes maken en scherp blijven. Soms ga ik weleens met een onvoldaan gevoel naar huis wanneer ik weet dat ik een patiënt langer heb moeten laten wachten dan normaal.

Als ik iets zou kunnen zien veranderen dan zou ik liefst zien dat de bejaardentehuizen van vroeger terug komen. Zelf ben ik van mening dat iedereen zolang mogelijk thuis moet kunnen blijven wonen. Toch is het onvermijdelijk dat patiënten vaak terecht komen op plaatsen waar ze niet zouden willen zijn. Omdat er zo weinig plekken in verpleeghuizen zijn, blijven patiënten vaak in het ziekenhuis liggen tot er plek is. Ze zijn eigenlijk beter maar kunnen niet naar huis omdat ze niet meer zelfstandig kunnen wonen. Patiënten worden verzorgd, zitten vervolgens uren in een stoel, wachtend op het middageten. Ze kunnen geen kant op. Daarom zou ik graag meer handen aan het bed willen. Eigenlijk zou er een huiskamerproject gestart moeten worden op verpleegafdelingen waar doorgaans kwetsbare ouderen worden opgenomen. De ouderen kunnen op die manier toch nog afleiding zoeken.

“Een ziekenhuisopname kan als zeer stressvol worden ervaren door een kwetsbare oudere, dit uit zich vaak in het weigeren van zorg”


Afgelopen week wilde een patiënt zijn medicijnen niet innemen. Dit waren best wel belangrijke medicijnen voor onder andere het hart, de verwardheid en de pijn, de patiënt had een grote operatie ondergaan. Hij hield stijf zijn lippen op elkaar en wilde het gewoon niet innemen. Ik wachtte tot een beter moment en ik respecteerde meneer zijn keuze. Daarna heb ik het tevergeefs nog twee keer geprobeerd. Uiteindelijk heb ik het aan de nachtdienst overgelaten en toen is het wel gelukt. Een voordeel van het kortetermijngeheugen van een patiënt met geheugenproblemen is dat je meerdere momenten hebt om het nog eens te proberen. Wanneer een patiënt weigert om te eten gaan we ook opzoek naar de beste oplossing. Het is belangrijk dat men gaat kijken naar de oorzaak hiervan, waarom weigert de patiënt?
We gaan vaak met de familie in overleg om te vragen wat een patiënt nou echt heel lekker vindt en dan proberen op die manier dan toch een patiënt zover te krijgen. Een ziekenhuisopname kan als zeer stressvol worden ervaren door een kwetsbare oudere, dit uit zich vaak in het weigeren van zorg.
De wil van de patiënten staat hierin centraal, je mag en kunt mensen niet dwingen.


Oudere patiënten hebben tijdens ziekenhuisopname een verhoogd risico op een acute verwardheid. Ze zijn niet langer georïenteerd in tijd, plaats en/of persoon. Het komt weleens voor dat een patiënt uit bed wilt wanneer dit absoluut nog niet kan. De patient is bijvoorbeeld nog te zwak door een operatie of is zo in de war dat hij/zij denkt dat het al ochtend is inplaats van midden in de nacht. Het is lastig om mensen in hun vrijheid te beperken maar we proberen zoveel mogelijk hierover te praten met de ouderen. Het is belangrijk dat we goed uitleggen dat dit niet kan en stellen de patiënten gerust. In sommige gevallen wanneer we een patiënt niet kunnen kalmeren, gaan we over op medicatie. De patiënt wordt wel altijd ingelicht wanneer we medicijnen gaan toedienen. Door middel van oriëntatie en duidelijke- en eerlijke communicatie kom ik altijd een heel eind bij mijn patiënten. Het is het belangrijkst dat de patiënt zich veilig voelt.

Toen ik nog in de thuiszorg werkte is mij weleens gevraagd om naar een uitvaart te komen. Verpleegkundigen zijn vrij om te kiezen of ze dit wel of niet doen en daar ben ik blij mee. Ook na werktijd zal ik er tijd voor vrij maken om bij de uitvaart aanwezig te kunnen zijn, ik denk dat veel van mijn collega’s dit ook zullen doen. Patiënten liggen vaak voor een langere periode op de afdeling om te herstellen en hierdoor leer ik ze ook echt op bepaalde, persoonlijkere manier, kennen.  In mijn beroepsveld bouw je echt een band op met je patiënten. Ik begeleid regelmatig patiënten tijdens hun laatste levensfase, dit blijft moeilijk.

Ouderen krijgen vaak problemen met hun cognitie (geheugen) en kunnen hierdoor soms niet zelfstandig keuzes maken. We zorgen er altijd voor dat de familie er goed bij betrokken wordt. Wanneer een patiënt geopereerd moet worden, kijken we eerst of dit nog bijdraagt aan de kwaliteit van leven. De arts gaat dan met de familie in gesprek om te beslissen of een behandeling de beste keuze is. Er wordt altijd erg goed overlegd, daar ben ik erg tevreden over.”