‘Het draait toch weer om de centen hè!’

Wordt al het geld dat bestemd is voor de gehandicaptensector daadwerkelijk in de cliënt gestopt? Over wat dat oplevert zijn de meningen van de Amarant Groep en de gemeente Goirle verdeeld. Blijkt kort na gesprek met begeleiders Molenpark en toezichthouder openbare ruimte gemeente Goirle.

14 maart 2019 | Tonya van Tol

 

Het is koffiepauze voor de cliënten in het Molenpark. Het Molenpark is een kinderboerderij in een woonwijk in Goirle. Het bestaat uit een middelgroot terrein, met diverse dierenverblijven, een tuin met vijver, grote schuur en een apart gebouw voor de groep van Amarant. In dit gebouw bevindt zich het kantoor van de begeleiding, de kantineruimte, de toiletten en kluisjes en twee aparte werkruimtes. Eén werkruimte is speciaal voor creatieve activiteiten en de ruimte achterin het gebouw is speciaal voor de houtbewerking.

Acht mannelijke cliënten lopen met een vlot gangetje al pratend het gebouw in. Een aantal pakken koffie of thee, weer een ander graait de koektrommel uit de kast en begint met uitdelen. “Ik zet de koekjes hier”, vervolgens gaat hij zitten en begint hij met wat anderen te kletsen. Wanneer de begeleidster van de groep een bruine hond binnen laat lichten de ogen van de cliënten op. Ze beginnen te grappen en de hond te aaien wanneer deze vrolijk om hen heen loopt en springt.

 

De Amarant Groep

De Amarant Groep biedt ondersteuning, zorg en behandeling aan mensen met een beperking in diverse levensfases, wisselend van lichte ondersteuning aan huis tot intensieve specialistische zorg. Naast zorg en behandeling biedt de Amarant Groep kansen en mogelijkheden op het gebied van vrije tijd, dagbesteding, opleiding en werk.

Kinderboerderij het Molenpark in Goirle maakt deel uit van de Amarant Groep. Er wordt hier doordeweeks zelfstandig of in een groep gewerkt van 8.30 tot 16.30 uur. Er werken per dag ongeveer 22 cliënten met een verstandelijke beperking. Begeleiders van de Amarant Groep zijn verantwoordelijk voor het begeleiden van de cliënt. Dit heeft betrekking tot het trainen en behouden van vaardigheden, praktische begeleiding, opdeling en overleg rondom de taken en de arbeidsmatige werkzaamheden.

 

Een commerciële omgeving

Per 2019 komt er voor de gehandicaptensector 173 miljoen euro extra beschikbaar, meldt Minister de Jonge in een brief betreffende het voorlopige kader Wlz 2019. De huidige tarieven zijn onvoldoende om de uitgaven in de gehandicaptenzorg te bekostigen.

Ed Teunissen is toezichthouder openbare ruimte van de gemeente Goirle. Hij is er van overtuigd dat het geld, gericht voor de gehandicaptensector, niet geheel ten goede komt van de cliënt. Zo ook binnen de Amarant Groep.

“Er zijn golfbewegingen. Ik denk dat wij op een bepaald moment terug zullen gaan naar een socialere omgeving. Momenteel lijkt het helaas meer op een commerciële omgeving. Het draait toch weer om de centen hè! De cliënt moet relatief veel geld meebrengen om ergens wat meer ontwikkeling of zorg te krijgen. Het geld dat zij meebrengen betaalt hun ontwikkeling, op zich een goed bedacht systeem. Toch is vaak het geval dat het geld niet terug komt bij de cliënt maar verdwijnt in de organisatie.”, meldt hij.

 

Van geen kwaad bewust

In 2016 hebben deskundigen op verzoek van Omroep Gelderland de jaarverslagen van alle zorgbedrijven onderzocht. Kleinschalige zorgbedrijven maken enorm hoge winsten, soms wel tot 50 procent. Volgens hoogleraar Jeroen Suijs en professor Harrie Berbon van Openbare Financiën van de universiteit van Tilburg bleken deze winsten op te lopen tot een omzet van soms maar liefst 20 miljoen. Het gaat dan om winsten op diensten als dagbesteding en beschermd wonen, bleek uit dit onderzoek.

Nu drie jaar verder speelt dit nog altijd een rol , zo ook in gemeente Goirle. Medewerkers van Amarant zijn zich van geen kwaad bewust.

“Als er wordt gekeken naar de dagbesteding in het Molenpark is deze vooral arbeidsmatig. De gemeente ziet dat misschien niet meteen als werk, maar in de ogen van de cliënt is dit dat wel. In onze ogen is dat het ook, ze verrichten onder begeleiding een bepaalde taak zodat zij zich kunnen ontwikkelen. Wij krijgen als Molenpark zijnde hier een bedrag voor, dus deze afspraak staat wel. Dus in die zin ligt er ook wel een stukje verantwoordelijkheid bij ons en aan de cliënt die daaraan meewerkt.

Ook hebben wij heel mooie projecten met bijvoorbeeld Praxis. Wij leveren hun producten die de cliënt tijdens dagbesteding maken. Dus wat dat betreft verdienen we hier ook nog een beetje aan en maakt de cliënt kennis met integratie.”, aldus Anita de Wijs (begeleidster Amarant).

 

Een volwaardig burger

Sinds 1990 is het burgerschapsmodel leidend in de visie op VG-zorg. Mensen met een verstandelijke beperking zouden als volwaardig burger gezien en behandeld moeten worden vanuit dit referentiekader. Zij dienen ondersteund te worden bij het in de praktijk brengen van rechten en plichten die daarbij horen. Het zelf kunnen kiezen en daarmee controle hebben over het eigen leven is daarbij een belangrijke opvatting (Gennep van, 2007).

“In 2016 trad ook in Nederland het “verdrag inzake de rechten van personen met een handicap” in werking. Hierin wordt sterk de nadruk gelegd op het streven naar volwaardig burgerschap”, aldus Jurre Schoenmakers. Nog altijd wordt er gespeeld met het volwaardig burgerschap van verstandelijk beperkten en maken bedrijven hier gebruik van om winst te maken.

“Het blijft. Mensen met een verstandelijke beperking worden nog altijd niet door iedereen als volwaardig burger gezien. Dit gaat ook niet veranderen in een generatie. Als je kijkt naar naar vijftig zestig jaar geleden, dan zaten mensen ergens in een klooster verstopt in een bos en als je ziet welke ontwikkelingen we nu hebben, het kunnen er alleen maar meer worden. Het lijkt er wel beter op te worden en dan kan ook alleen maar met kleine stappen. Ik denk dat als dit confronterend zou gebeuren, veel mensen weerstand zouden geven. Mensen moeten ook de gelegenheid krijgen om te wennen aan iemand die er misschien iets anders uitziet of reageert.”, vertelt Anita de Wijs.

 

Geheel op eigen tempo

De pauze zit er na een half uur weer op. De cliënten worden weer aan het werk gezet. Ze hebben speciale werkkleding van het Molenpark aan; handschoenen en een werkvest. Ze verlaten het warme gebouw en lopen in een stoet naar de koude schuur waar ze aan de slag gaan met houtbewerking.

De meesten lijken te weten wat ze kunnen doen en lopen naar “hun plekje”. De begeleidster gaat langs een aantal aarzelende cliënten en helpt ze aan het werk. De een moet zagen, de ander schuren en weer een ander sorteert houtjes of haalt pallets uit elkaar. Vervolgens maakt ze met allemaal wat gezellige praatjes. Ze werken allemaal geheel op eigen tempo zonder druk. In de schuur hangen verschillende vlaggen van voetbalclubs. De mannen maken praatjes over de wedstrijden, muziek en grappen soms over elkaar dat ze meer praten dan werken. Het kacheltje en de muziek gaan aan en zo wordt de koude winter schuur langzaam gevuld met warmte. Rond half vier ruimen de cliënten de werkmaterialen op en is het om 16.00 uur tijd om naar huis te gaan. Sommigen zelfstandig en anderen wachten op de taxi.