“Herwijnen was alleen via de dijk te bereiken”

Kerkeind, Herwijnen © Archief Jaap de Kock, maker onbekend

 

In de provincie Gelderland ligt tussen de Linge en de Waal het dorp Herwijnen. Door de jaren heen is hier veel veranderd. Jaap de Kock, boer en lid van Historische Vereniging Den Ouden Dijk in Herwijnen en verzamelaar van oude foto’s en ansichtkaarten van Herwijnen: “De mensen die tachtig jaar geleden hier woonden, zouden door het dorp moeten lopen om te zien wat er veranderd is. Dat is gigantisch. Dat kun je zien aan de nieuwbouw die door de jaren heen heeft plaatsgevonden.”

Tekst: Nienke Wensveen
Beeld: Jaap de Kock

“Ik woon van mijn geboorte af in Herwijnen. Op 28 november was dat precies 69 jaar geleden. In Herwijnen wonen eigenlijk van vroeger uit mensen die in de landbouw werkten. Waar nu huizen staan, was vroeger veld voor akkerbouw, fruitteelt of als weiland voor het vee. Er was wat middenstand: de plaatselijke kruideniers, een smid, diverse timmermannen en veel mensen die in de steenfabriek werkten.”

 

Fabrieken

Een steenfabriek in Herwijnen © Archief Jaap de Kock, maker onbekend

“Vroeger waren er twee steenfabrieken in Herwijnen. De ene is in 1914 gesloten en de andere in 1980. Er was een tijdje een kofferfabriek. Daar werkten maar tien tot vijftien man. In de jaren 50 sloten de fabrieken om vijf of zes uur. Arbeiders die in de steenfabriek werkten, kwamen in kolonnes van fietsen naar huis. Alle kinderen woonden aan de dijk. Vanuit daar kwamen ze naar de arbeiders om hun vader te begroeten. Dat is het bijzondere van Herwijnen: het is een dijkdorp. Herwijnen was alleen te bereiken vanaf de dijk. Dat was de verbinding met Gorinchem en Zaltbommel. Arbeiders woonden allemaal langs de dijk in dijkhuisjes. De meeste huisjes zijn in de jaren ’60 afgebroken. De arbeiders gingen toen in de nieuwbouw wonen. “

 

Nieuwbouw

De nieuwe christelijke school © Archief Jaap de Kock, maker onbekend

“In 1954 kwam de eerste nieuwbouw was de oude christelijke school. Daar was ook de kleuterschool. De verdere nieuwbouw is pas eind jaren ’50 begonnen. Toen verhuisde de lijmfabriek van Utrecht naar Herwijnen. De fabriek zorgde voor nieuwe inwoners vanuit Utrecht, waardoor huizen voor hen gebouwd moesten worden. Toenmalige burgemeester Vermeulen zorgde daarvoor. Hij deed zijn best. De fabriek had geen goede naam, want hij stonk enorm. De Utrechtse vrouwen waren opgemaakt en droegen hakken. Van de laatste tien jaren is er nog een nieuwe wijk bij gekomen. Die ontwikkeling staat niet stil. Ik noem de flat daar de torenflat. Volgens mij is hij maar vijf verdiepingen hoog. Dat is voor hier wel bijzonder. Vroeger kwamen ze bij landhuizen hoogstens tot twee verdiepingen.”

 

Boerderijleven

Een boerderij in Herwijnen © Archief Jaap de Kock, maker onbekend

“Als een boer ging hooien, deed hij dat met twee neven. Als ze bij de ene boerderij klaar waren, moesten ze bij een andere neef helpen. Ze waren op drie bedrijven aan de gang. Met mest rijden werd de mest achter de stal gezet. De mest werd met de hand in de kruidwagen geschept. Daarna moest het naar het land gereden worden en werd het met de hand eruit geschept. Nu kan alle mest van een jaar door de loonwerker in een dag weggereden worden. Toen had je het over tien koeien, nu over zeventig of meer. We hadden vroeger ook geen machine om gemaaid gras te schudden. Boeren moesten dat met een hooivork met twee tanden doen. Onze koeien lopen nu om de boerderij. Vroeger waren boerderijen langs de dijk. De koeien liepen in de polder. Dat was twee kilometer verder. Een boer ging om zes uur ‘s ochtends melken. Hij ging op een fiets met een groot rek aan de voorkant naar de koeien. Daar had hij drie melkbussen met een teems op. De teems zat in de melkbus en zorgde ervoor dat de melk gezuiverd werd. Achterop had hij een pak krachtvoer voor de koeien. Na het melken fietste hij met de melkbussen terug. Dat was zwaar, want een melkbus woog veertig kilo en de wegen waren onverhard. Dan zette hij de melkbussen op een plek waar nu de provinciale weg is. Vroeger zetten alle boeren de melkbussen op dezelfde plek, zodat de melkrijder, degene die de melk ophaalt en naar de fabriek brengt, één keer hoefde te stoppen. De melkrijder zette de bussen met de hand in de vrachtwagen en bracht ze naar Arkel. Daar was een coöperatieve fabriek. Sommigen leverden in Gorinchem, maar die was niet coöperatief.”

 

Het heden

“Ik vind het jammer dat er in de zomer met mooi weer niemand op straat loopt. Je ziet een paar mensen naar de winkel gaan, maar dat is het. Alles gebeurt tegenwoordig in huis. Wij waren altijd buiten. Het verenigingsleven is ook minder, doordat mensen minder betrokken zijn bij verenigingen. Vroeger was je betrokken bij de kerk. Die had voor iedere leeftijd verenigingen. Voor de kinderen was er zondagsschool. Als je twaalf jaar was, ging je naar de jongens- of meisjesvereniging. Als je ouder was, was er weer een vereniging. Je hebt nu wel een paar verenigingen, maar toen waren er veel meer verenigingen.

 

Onafhankelijk

Wij hebben het nu ontzettend goed. Maar doordat we het ontzettend goed hebben, zijn we minder afhankelijk van elkaar. Vroeger had je meer contact met elkaar, omdat je afhankelijk was van je buren en je collega’s. We hebben nu op onze boerderij een loonwerker, verder hebben we niemand nodig. Dat is niet alleen bij ons, dat is bij alle boeren.”