Zelf gezondheidsklachten opzoeken, is dat veilig?

Het gemak van google als medische vraagbaak weerhoudt een snelgroeiend aantal mensen ervan om hun huisarts te bezoeken. Huisarts Rens Henquet uit Hilvarenbeek zet vraagtekens bij de digitale huisarts. ‘Op een huisarts kun je vertrouwen, op sites die niet door deskundigen gemaakt zijn kan dat vaak niet.’

janiqueElke maand zijn er 675.000 huisartsbezoeken minder, dat blijkt uit onderzoek van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). De oorzaak hiervan is het gebruik van de site Thuisarts.nl.

‘Zomaar vertrouwen op sites is gevaarlijk’. Mensen kunnen denken dat ze ernstig ziek zijn terwijl dit niet het geval is. Aan de andere kant heb je ook mensen die eigenlijk ziek zijn en denken dat het wel mee valt. Dat is de grootste valkuil. Om dit te voorkomen zetten veel sites erbij dat mensen naar de huisarts moeten, als hun klachten langer duren dan een bepaalde tijd.

Maar ook de groep mensen die door sites denken dat ze heel ziek zijn, leveren problemen op. Zelf zijn ze er vaak zo van overtuigd dat ze ziek zijn. Dat is heel moeilijk om uit het hoofd te praten. Een goede manier om dit te doen is volgens Henquet door goed te luisteren, de patiënten laten zien dat je hen serieus neemt. ‘Goed luisteren naar wat de angsten daarvoor zijn. Soms hebben ze er ervaring mee, bijvoorbeeld familie met klachten die op die van hen lijken. Je moet goed luisteren naar de beginklachten en dan gaan zoeken waar de patiënt wel last van heeft.’

Alle informatie op het internet kunnen we volgens Henquet niet tegenhouden. ’Er is vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om te plaatsen wat je wilt op internet. We moeten ermee leren leven.’ Henquet noemt ook een positieve ontwikkeling. ‘Toen internet er pas net was, hadden we veel meer onrustige mensen in de praktijk. Mensen kwamen binnen en hadden nog helemaal geen idee van wat er mis zou kunnen zijn. Nu is dat in een wat rustiger vaarwater terechtgekomen’. Patiënten vinden het fijn dat ze dingen online kunnen checken, waardoor ze minder opgefokt bij Henquet komen.

Thuisarts.nl is volgens Henquet een goede site, ‘daar kunnen mensen rustig op vertrouwen’. Er hangen zelfs flyers van de site op het prikbord in praktijk. Deze site is door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) vastgesteld. Voor deze site zijn wetenschappelijke onderzoeken gedaan en daaruit wordt de meest juiste informatie gekozen. Bij de site wordt ook gebruik gemaakt van Best Practice: een techniek of werkmethode die zich effectiever heeft bewezen dan alle anderen.

De sites die door deskundigen gemaakt zijn kan je volgens Henquet vertrouwen. ‘De andere sites of forums zijn een heel ander verhaal. De forums zijn voor veel mensen heel erg fijn, omdat ze hun verhaal kwijt kunnen. Ze herkennen zich in anderen. Het is ook handig om te zien hoe mensen met dezelfde diagnose, omgaan met een ziekte. Sommige mensen komen zelfs met medicatie die helemaal nieuw is, waarvan huisartsen ook op de hoogte moeten zijn. Het nadeel van forums is dat je er niet op kan vertrouwen en het mensen ook angstig kan maken.’ Henquet vindt het goed dat patiënten ze lezen, maar ze kunnen er niet op vertrouwen.

Henquet merkt dat jongeren veel online lezen. Ze ziet dan ook nauwelijks jongeren terug in de praktijk. ’Ze komen alleen voor anticonceptie of voor heel ernstige dingen, voor kleine dingen blijven ze weg.’ Voor ouderen is de weg naar internet nog lastig, ook al staan er voor hen ook relevante dingen op Thuisarts.nl. Ze print voor ouderen vaak informatie uit zodat ze dit thuis nog kunnen nalezen. Hierdoor hoeven zij het internet nog niet op. Jonge kinderen en volwassenen komen ook nog vaak naar de huisarts.

Zelf gebruikt Henquet het internet niet om een diagnose vast te stellen. Ze gebruikt het wel na het vaststellen van een diagnose, om patiënten dingen beter uit te leggen. Zoals ze de ouderen een kopie van een pagina op Thuisarts.nl meegeeft, laat ze aan andere patiënten online zien wat ze precies hebben. Zo kan de patiënt het thuis op zijn gemak terugkijken.

Door: Janique Vorselaars