Gender in de atletiek: “Geen probleem, wel onwennigheid”

De geinterviewde uit de atletiek

Frank Koomen

Atletiek. Een sport waar bij onderdelen zoals  kogelstoten, speerwerpen en discuswerpen veel kracht vereisen. Mannen hebben vaak meer kracht dan vrouwen, dat is een feit. Maar wat nu als ik een jongen ben maar van binnen voel ik me meer een meisje? Val ik dan onder mannelijke atleten of vrouwelijke atleten? Gender in de atletiek. Frank Koomen is vertrouwenspersoon bij de atletiekunie en heeft hier mee te maken gekregen.

Foekje Dillema is in 1950 voor het leven geschorst omdat ze geen geslachtstest wilde ondergaan. In sport wordt een nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Waarom is dat onderscheid er?

“Dat is historisch zo gegroeid, maar die test is zeker niet onbelangrijk omdat er krachtsverschillen zijn tussen mannen en vrouwen. Alle mannelijke records in de Atletiek zijn sneller, hoger of verder dan de vrouwelijke records. Daar zit variatie in. Bij de langeafstand is dat procentueel gezien minder bij de werpnummers bijvoorbeeld. Maar het verschil in kracht dat is er, dat is een gegeven. Dan is het dus ook goed om de kracht binnen een geslacht gelijk te houden. Dus je vergelijkt mannen met elkaar en vrouwen met elkaar. En dan zal je soms dus een geslachtstest moeten doen om zeker te weten of het een man of een vrouw is.”

Waar deel je dan een vrouw in die eerst een man was?

“Daar hebben we dus een heldere regelgeving voor. NOC-NSF heeft dat voor sportbonden op papier gezet. Dat is een aanbeveling en het is aan de sport zelf om te bepalen hoe ze daar mee om gaan. Maar daar zit een hele duidelijke verdeling tussen breedtesport en topsport. De NOC-NSF beschouwt toernooien als de Olympische Spelen,  Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen en Europese kampioenschappen als internationale topsport. Wat we voornamelijk in Nederland doen is breedtesport. Op sommige punten krijg je wrijving waar breedtesport ophoudt en waar de topsport begint. Wanneer je mee doet aan Nederlandse of internationale kampioenschappen,  moet je als transgender een geslachtsverandering hebben ondergaan, drie jaar een hormoonkuur hebben gevolgd en officiële papieren hebben voor de geslachtsverandering. Dan pas ben je volgens ons (en de NOC-NSF) officieel overgestapt naar een ander geslacht.”

 

Als er een vrouw mee doet bij de mannen en zij wint, dan mogen die mannen wel even achter hun oren krabben.

 -Frank Koomen

 

Bent u niet bang dat ze dan fraude gaan plegen in de breedtesport door bijvoorbeeld een jongen als transgender aan te geven omdat dat beter voor de club is?

“Dat gebeurt niet, daar vertrouw ik blind op”, zegt Frank direct. “Wij zeggen heel duidelijk: laat dat aan de sporter zelf over. Onze juryleden moeten uiteraard wel van transgenders op de hoogte zijn. Ze zullen dat volledig moeten accepteren, maar wil je een nationaal record vestigen, dan erkennen wij dat alleen als je voldoet aan de eisen die vanuit de topsport aan transgenders worden gesteld.”

Hoe gaan verenigingen om met transgender?

“Het komt voor bij verenigingen. Ik ben nu al een aantal jaar vertrouwenscontactpersoon bij de atletiekunie. Als verenigingen vragen hebben over hoe we met gender om moeten gaan in de vereniging komt die vraag via de bond bij mij terecht. In de afgelopen jaren dat ik vertrouwenscontactpersoon ben van de unie heb ik maar zes of zeven keer zo’n vraag gehad. Voor ons als bond is het van belang dat we ervoor zorgen dat de spelregels goed gehanteerd worden. Hoe ga je bijvoorbeeld met uitslagen om van een jongen die eigenlijk een meisje wil zijn? Daar hebben we regelgeving voor en hoe de vereniging daar mee om gaat, dat gaat een beetje langs ons heen.”

Waarom is gender niet bekend in de atletiek in Nederland?

“Er zijn wereldwijd maar een paar gevallen bekend van transgenders in de atletiekwereld. Het is geen groot issue. Homofilie komt weer veel vaker voor. Maar waarom zouden wij er ook meer reuring aan geven dan nodig is? Dat willen transgenders vaak ook niet.”

Levert het problemen op?

“Nee. Maar wat is dan bijvoorbeeld een probleem? Dat een transgender eerste wordt? Dat zou iemand anders onrechtvaardig kunnen vinden, ja. Maar als er aan een wedstrijd honderd mensen mee doen kan er altijd maar eentje winnen. En dat kan toevallig een transgender zijn. Dan word je nummer twee achter een transgender. En bij de volgende wedstrijd word je nummer drie achter twee niet-transgenders. Ja, soms win je, maar soms verlies je. En als er een vrouw mee doet bij de mannen en  wint, dan mogen die mannen wel even achter hun oren krabben. Maar om dat als reden te gebruiken om transgenders niet mee te laten doen in het geslacht hoe zij zich voelen, zou raar zijn. Net zoals het NOC-NSF zegt, sta dat gewoon toe.”

Beleid van de NOC-NSF over transgenders