Gebarentalige: “Ze zeiden dat het een apentaal was”

Dove en slechthorende Utrechters kunnen dit jaar voor het eerst stemmen bij een gebarentalig stembureau. Een eeuw lang, tot 1980, werd gebarentaal afgeraden maar nu lijkt het een ware hype te zijn. Treden hierdoor blijvende verbeteringen op en doen we werkelijk genoeg om toegankelijkheid te realiseren?

Een oude dame in een witte Michelinmannetjesjas moet om een cameraman en journalist heen lopen om bij het stemhokje te komen. Er zijn op maandagochtend 15 maart meer mensen van de pers dan stemmers. Het is de eerste dag dat het stembureau voor doven en slechthorenden in het Stadskantoor in Utrecht geopend is. Het is erg rustig in het stadskantoor maar: “Het is toch belangrijk om als inclusieve gemeente dit soort stembureaus aan te bieden”, zegt persvoorlichter van de gemeente Utrecht Marieke Ruijgrok. Ook Studente aan de opleiding ‘Tolk/Docent Nederlandse Gebarentaal’ Manouk van Asperen is blij: “Het is fijn dat er nu zo veel aandacht is voor doven en slechthorenden, dat zorgt er voor dat er meer toegankelijkheid mogelijk is.” Van Asperen heeft deze morgen haar stem al uitgebracht. “Het is prettiger zo omdat de communicatie met stembureauleden nu veel soepeler verloopt dan toen ik vier jaar geleden stemde”, zegt van Asperen. Wanneer zowel horende als dove stemmers bij het tafeltje met de stembureauleden aankomen wordt hen, door een vrolijk kijkende gebarentalige gevraagd om de handen te desinfecteren. Het is wel een stukje stiller in het stembureau.

Op het stembureau in het stadskantoor zijn een gebarentolk, dove stembureauleden en horende stembureauleden aanwezig. De stemhokjes zijn geopend op 15 t/m 17 maart. Maar volledig gebarentalig is het stembureau dus niet. Dat is anders bij het stembureau in het College voor de Rechten van de Mens dat alleen op 17 maart geopend is, daar zal volledig gebarentalig gesproken worden.

Een stemmer op het Stadskantoor, op de achtergrond Utrecht Centraal – Foto: Bauke Haanstra

Initiatiefneemster van dit alles is de dove Lisa Hinderks. De blonde 25-jarige is sociaal wetenschapper en schrijver, ze heeft haar eigen blog. De jonge activiste is enthousiast over haar nieuwe initiatief: “Zo is stemmen ook gewoon een feestje voor ons. Contact met horende stembureauleden kan soms ongemakkelijk en stressvol zijn. Als mensen niet weten hoe ze met je moeten communiceren voelt dat niet erg toegankelijk. Met zo’n gebarentalig stembureau kun je nog lekker even kletsen in Nederlandse Gebarentaal (NGT) met stembureauleden. Het geeft meer vrijheid.” Hinderks is erg blij met alle aandacht voor de dovengemeenschap en het NGT door onder andere het ‘Irma-effect’. “Het is een hele mooie taal met een rijke geschiedenis. Door de aandacht voor doven bij persconferenties staan mensen meer open voor de gemeenschap en denkt men na over hoe doven te betrekken.” Hinderks is vol verwachting: “Ik hoop dat het alleen maar meer wordt, omdat nog zoveel aspecten van de taal en de gemeenschap niet belicht zijn.”

Taboe

“Dove mensen hebben vaak het gevoel dat er over hun gepraat wordt in plaats van met hen”, zegt de meer kritische antropoloog Anja Hiddinga. Zelf heeft ze twee dove zoons, op die manier is ze betrokken geraakt bij de dovengemeenschap. Samen met Jascha Blume heeft ze over het onderwerp de documentaire ‘I sign, I live’ gemaakt. Ze komt over als een perfecte combinatie van haar twee interesses. Haar haren zitten in de war zoals je dat bij een creatieveling mag verwachten maar haar antwoorden zijn zo scherp en deskundig als die van een universitair docent. Ze vertelt hoe lastig emancipatiebewegingen voor dove mensen geweest zijn: “Je kan aan de buitenkant niet zien of iemand doof is, behalve als iemand NGT spreekt.” Juist die taal is volgens Hiddinga lang onderdrukt geweest, “Men zei dat NGT niks met taal te maken had, dat het een apentaal was.” “Het gebruik van de taal  is soms nog een taboe, slechthorenden gebruiken de taal meestal zo lang mogelijk liever niet. Iedereen wil in eerste instantie tot de horenden behoren. Terwijl NGT natuurlijk net zo goed een taal is”, bevestigt de dove historica en pedagoge Corrie Tijsseling. Volgens haar hangt er een emotionele waarde aan het gebruik van de taal, zowel in negatieve als in positieve zin. “Ikzelf heb er geen moeite mee, ik ben gewoon tweetalig.” Tijsseling geeft antwoorden in het interview door te spreken maar is wel volledig doof en krijgt de vragen dus geschreven toegestuurd. “Nu op dit moment spreek ik, maar tegenover een vriendin ga ik dadelijk weer lekker wapperen.”

Lijfstraffen

In Nederland is NGT pas sinds kort een officiële taal, op 13 oktober 2020 werd aan het ‘VN-verdrag inzake de Rechten van de mens met beperkingen’ gehoor gegeven door de Eerste Kamer. Dat is een historische stap, zeker als je bedenkt dat tot kort geleden NGT nog uit den boze was. Van 1880 tot 1980 was gebarentaal in het onderwijs namelijk min of meer verboden, blijkt uit de wetenschappelijke publicatie ‘School, waar?’ van Tijsseling. Op het Congres voor Dovenonderwijzers van 1880 in Milaan werd besloten dat het de voorkeur had om ‘de spreekmethode’ te onderwijzen. De norm was destijds om alle dove leerlingen toch naar het spreken te begeleiden en men ging er van uit dat ‘de gebarenmethode’ dit alleen maar in de weg zat. Die methode werd daarom ‘sterk afgeraden’, de facto was het hiermee op de doveninstituten verboden. De film van Anja Hiddinga gaat over de implicaties van dit verbod. De makers volgen in die film een aantal oud-leerlingen van het doveninstituut in Sint Michielsgestel. In de documentaire zie je een oude innemende dame. Ze spelt haar naam in gebarentaal als M-a-r-i-e  G-e-l-e-n-s. Gelens: “Als we wel gebaarden werden we soms geslagen, dan moest je mee naar boven en ging je broek uit.” Dit soort handtastelijkheden waren geen uitzondering volgens de documentairemaakster, “De logopedie ging vaak ook op een hele onprettige manier, de spreekleraar duwde de mond van het kind in de juiste stand.”

Passend onderwijs

Hoe onaangenaam het doveninstituut indertijd ook geweest moet zijn, er was voor doven wel een gemeenschap waar ze toe behoorden. Door het passend onderwijs wordt dit gemeenschapsgevoel steeds minder. “Ik kom nu vaak genoeg dove jongeren tegen die nog nooit een andere dove of slechthorende ontmoet hebben”, zegt Tijsseling terwijl haar wenkbrauwen door frustratie omhoog gaan. Lachend zegt ze: “De dovengemeenschap vergelijk ik soms wel met Harry Potter, een hele andere wereld. Als je er eenmaal instapt denk je ‘hoe ben ik hier nou terecht gekomen?’”

Nu het sinds de invoering van het passend onderwijs in 2012 de bedoeling is dat ook dove kinderen zo veel mogelijk regulier onderwijs volgen, maakt Tijsseling zich zorgen: “Leerlingen die echt heel slechthorend of doof zijn kunnen enorm met zichzelf in de clinch raken omdat ze geen leerlingen ontmoeten die hetzelfde zijn als zij. Ik hoop dat we op tijd zijn met het toegankelijker maken van het onderwijs voor alle doven en slechthorenden. Ik verwacht helaas wel dat er daarvoor eerst nog een paar kinderen beschadigd moeten gaan raken.”

Gebarentaalles

Iemand die de problemen in het passend onderwijs misschien wel gaat oplossen is de vrolijke ‘tolk/docent NGT’-studente Angela Hensbergen. Zij ziet een oplossing in het aanbieden van NGT-les op de basisschool, “ook op scholen waar geen dove kinderen zitten, we moeten wat meer gericht zijn op elkaar.”

Hensbergen en haar opleidingsgenoot Van Asperen zijn hierom beiden te spreken over het stembureau. Van Asperen: “Ik vind het heel bijzonder dat het stembureau er is maar ik hoop wel dat het de komende dagen nog wat drukker wordt.” Wanneer een jonge man met zijn stembiljet naar de kliko loopt roept één van de medewerkers: “We hebben de vijftigste stemmer binnen!”